Columns / opinie

1. M. Sommer: Kijk maar uit met openlijke kritiek op de vernieuwing bij u op school 

2. T. van Haperen: Donkerder wordt het niet
3. B. Verkroost: Vrije meningsuiting
4. J. Plaisier: 'Gepersonaliseerd leren' is de zoveelste belachelijke onderwijshervorming



1. Column van: Martin Sommer (de Volkskrant)

Kijk maar uit met openlijke kritiek op de vernieuwing bij u op school

Paula van Manen is per 1 oktober ontslagen, met instemming van de rechter. Ze werkte als lerares op het ROC (…). Als je de waslijst aan klachten tot je neemt die de school aan de rechter voorlegde, dan deugt er weinig aan haar. Ze heeft een karakterprobleem, ze is niet discreet en niet loyaal, ze is arrogant, ze misbruikte haar positie in de OR, ze bezorgde haar collega-leraren gevoelens van onveiligheid en onbehagen.

Ik schrijf deze litanie uitgebreid op, omdat de rechter desondanks vaststelde dat Van Manen onvoldoende verwijtbaar gedrag kon worden aangerekend om te worden ontslagen. Toch moest ze weg. De arbeidsverhouding is zo verstoord dat er kennelijk geen redden meer aan was. Nu zit ze thuis, te wachten op het hoger beroep.

Paula van Manen (1968) werkte tien jaar als docent aan het ROC (…). Drie jaar geleden werd het onderwijs daar halsoverkop radicaal ondersteboven gegooid, en het zogenoemde gepersonaliseerde leren ingevoerd. Dat is een variant van het nieuwe leren, zoals er zoveel varianten zijn, van ‘ontdekkend leren’ tot ‘21ste-eeuwse vaardigheden’.

 

Voor de krant versloeg ik twaalf jaar terug de parlementaire enquête van Jeroen Dijsselbloem over de treurnis van allerlei onderwijsvernieuwingen. Een prominente rol was er voor het nieuwe leren, waarvan Dijsselbloem in zijn eindverslag weinig heel liet: niet gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek, geen bewezen opbrengst of aantoonbaar betere leerprestaties. Het nieuwe leren was een modieus voortbrengsel waarin de ene didacticus de andere napraatte.

Dijsselbloem of niet, de onderwijskaravaan trok verder, en zo was het gepersonaliseerde leren aan het ROC (…) een feest van herkenning. Naast haar lerarenbaan schrijft Paula van Manen kinderboeken. Ditmaal had ze zich toegelegd op een kroniek van het vernieuwingsavontuur, zonder de naam van het ROC of die van haar collega’s te noemen. Het boek staat vol hilarische en treurige taferelen.

Studenten hebben geen klassikaal onderwijs meer. Er zijn ‘leerpleinen’ waar ze het helemaal zelf mogen rooien. Er zijn geen leraren maar coaches die zich afwachtend opstellen, aangezien het onderwijs niet aanbod- maar vraaggestuurd moet zijn. Geen roosters, geen vakken, geen toetsen, geen cijfers, geen huiswerk. Geen regels maar ‘gedragsverwachtingen’.

Manager ‘Betty’, profeet en uitlegger van de nieuwe methode, vertrekt twee maanden na de start, op weg naar nieuwe uitdagingen. De leraren blijven ontredderd achter, zonder idee hoe of wat, met hun nieuwe ochtendritueel dat is afgekeken van de Japanse auto-industrie.

‘Hoe sta je erbij?’

‘Wil iemand nog een succesje delen?’

‘Dan gaan we nu naar de doelen.’

Wie positief is, krijgt een smiley. Eind van de middag voltrekt zich hetzelfde. Dat kost bij elkaar dagelijks een half uur en brengt Van Manen tot de vraag of ze hiervoor is opgeleid.

Studenten weten evenmin wat hun overkomt. ‘Wanneer krijgen we weer les?’, is de terugkerende vraag die de titel van het boek oplevert. Let wel, dit is een school voor mbo, met jongeren die vaak wel een stevige hand kunnen gebruiken. Veel allochtone studenten, die thuis niet altijd worden gestimuleerd. Deze adolescenten moeten zelf hun doelen formuleren en hun portfolio samenstellen. Bij Dijsselbloem, of bij de inspectie, had de ROC-directie kunnen teruglezen wat dit zoal oplevert.

 

Je zou denken dat Paula van Manen zegenrijk werk heeft gedaan met haar geestig-kritische boek. Maar in deze zachtetruienwereld waren er collega’s die zich ‘gekwetst’ voelden. De schoolleiding stelde haar op non-actief omdat ze haar ervaringen niet binnenshuis besprak maar publiek heeft gemaakt. Uit de processtukken stijgt het beeld op van een doortastende vrouw, iemand die zich niet eenvoudig van haar stuk laat brengen. De rechter gaf de school gelijk – niet vanwege het verwijtbare handelen van Van Manen, wel omdat de partijen samen niet verder kunnen. Dit mede in verband met de ‘toonzetting’ van de door Van Manen gevoerde correspondentie.

Paula van Manen had van tevoren aangekondigd dat ze een boek ging schrijven. Ze heeft namen en rugnummers gefingeerd. Haar gaat het om de vrijheid van meningsuiting. Ze wil geen klokkenluider zijn, aldus haar advocaat. Desondanks heeft haar positie daar intussen alles van weg. In theorie vindt iedereen klokkenluiders fantastisch, zeker als zoiets moois als de vrijheid van meningsuiting in het geding is. Maar dan komt de praktijk, staan er reputaties en inkomsten op het spel, en heeft de klokkenluider bij nader inzien een onmogelijk karakter. Van Manen kon vertrekken, met de habbekrats die transitievergoeding heet. 

Ik weet niet wat erger is, een even taai als bizar onderwijsexperiment in een land waar 20 procent van de 15-jarigen niet fatsoenlijk kan lezen en schrijven; of het volautomatische gemak waarmee een rechter de kant van een machtige instelling kiest, tegenover de eenling die zich uitspreekt over een zaak die overduidelijk van publiek belang is.

 

P.S. De Tweede Kamer heeft naar aanleiding van deze affaire een motie aangenomen waarin staat dat docenten ‘ook buiten de muren van de school moeten kunnen meedoen aan het debat over de inhoud van hun beroep, zonder dat hun baan daarmee in gevaar komt’. Op naar de beroepsrechter.

 

Martin Sommer - Volkskrant.nl / 30-10-2020 (papieren krant: 31-10-2020) 
(Martin Sommer is columnist, journalist en politiek commentator van de Volkskrant) 



2. Column van: Ton van Haperen (het Onderwijsblad / AOb)

Donkerder wordt het niet

Het is 11 september, ik rijd op de snelweg en mijn gedachten kleuren inktzwart. De Triggers naar deze stemming zijn twee mediaberichten: het ontslag van een collega die een boekje schreef en de benoeming van een pedagogen- slash onderwijskundigen-commissie die de leerinhoud van Curriculum.nu gaat legitimeren.
Paula van Manen is mbo-docent en schreef een boekje over gepersonaliseerd leren en het logisch falen op school daarvan. Leren is namelijk altijd gepersonaliseerd, maar gepersonaliseerd onderwijzen, met de huidige leerling-leraarratio, is fysiek onmogelijk en eindigt in chaos, altijd. Maar haar werkgever houdt niet van kritiek en dus moet die mevrouw eruit.
Nu mag in in dit land boekjes schrijven, de inhoud is bovendien uiterst braaf en dus hangt de kantonrechter het prijskaartje van de verstoorde arbeidsverhouding aan het ontslag, waarna de typische verlies-verliessituatie in werking treedt. Een feodale bestuurder mag met gemeenschapsgeld het Johnny Cash zinnetje 'I shot a woman in (...), just to watch her die' materialiseren, waarna een bevoegde leraar met een beroepsverbod thuiszit. Deze rechterlijke uitspraak geeft mij een onveilig gevoel.
De procedure rond Curriculum.nu versterkt dat gevoel. Ik was bij de hoorzittingen in de Tweede Kamer met brede kritiek op de warrige en inconsistente beschrijving van wat kinderen gaan leren op school. Conclusie? Curriculum.nu behoeft een stevige inhoudelijke correctie van een commissie van wetenschappers. Maar in die commissie zit niemand met verstand van didactiek en inhoud, laat staan vakinhoud. Commissielid Gert Biesta is bijvoorbeeld pedagoog, opvoeding is grondwettelijk aan de school en of breuken nu wel of niet op de basisschool onderwezen moeten worden, daarvan heeft Biesta geen verstand. Deze commissie gaat inhoudelijk niks veranderen, de trein heeft het station verlaten, klassiek voorbeeld van verzonken kosten falen, type Betuwelijn, tjoek, tjoek. Maar in combinatie met een andere, schimmige, bevoegdhedencommissie betekent dit wel het einde van de middelbare school zoals we die kennen. Vakonderwijs, verzorgd door leraren die dat vak ook gestudeerd hebben, verdwijnt. De onderwijzer is het nieuwe rolmodel, de pabo-isering van het algemeen vormend onderwijs een feit.
Woedend gooi ik mijn auto op de linker weghelft, geef groot licht, toeter. Ik zit in een nihilistische reis naar het einde van de nacht. Het ontslag van Van Manen en de Curriculum.nu-bullshit leren me dat ik de overgang naar het ochtendgloren niet meer ga meemaken. Ik bivakeer in het donkerte. Tot het echt donker wordt.

Ton van Haperen - Onderwijsblad / oktober-nummer 2020
(Ton van Haperen is columnist, publicist, leraar Economie en lerarenopleider)


3. Opiniestuk van: Ben Verkroost (website van BON: Beter Onderwijs Nederland)

Vrije meningsuiting

In een interview met Huub Philippens en mij (Vakwerk, mei 2016) zei D66 Kamerlid Paul van Meenen over het belang van burgerschapskunde in het onderwijs, dat het besef, dat wij in een democratie leven en dat democratie niet gratis is, in zijn jeugd sterker leefde dan tegenwoordig. “Middelbare scholieren van nu lijken te denken dat democratie net zo vanzelfsprekend is als de zon, die iedere dag  opkomt”. Dit democratische bewustzijn  en het besef van de kwetsbaarheid ervan lijken me  prima uitgangspunten, waarvan eigenlijk het hele onderwijs doordrongen zou moeten zijn.
Vorig jaar opende een leerling van een Schiedamse middelbare school een Instagram-account  tegen wat hij noemde “linkse indoctrinatie”.  Op allerlei manieren zouden in de lesstof politieke opvattingen aanwezig zijn, die als feiten verkocht worden. Kritiek daarop was volgens hem niet gewenst. Daarmee stelde hij eigenlijk impliciet de vraag aan de orde naar wat die vrijheid van meningsuiting inhoudt. Een kant en klaar liggende set van “linkse” opvattingen en overtuigingen of  de mogelijkheid daar anders over te denken dan gangbare en als correct gezien interpretaties.
Als ik het woord Forum voor Democratie of PVV laat vallen weet iedereen meteen waarover ik het heb. Veel mensen vinden dat met hen het fascisme onze samenleving weer komt
binnenmarcheren. Anderen vinden dat de kritiek op politieke kartels, op het denken over racisme en het onbespreekbaar maken van het vluchtelingenbeleid op zijn minst serieus moet worden genomen.
Vrijheid van meningsuiting betekent, dat verschillende opvattingen naast elkaar kunnen bestaan ook al zijn ze nog zo verschillend, desnoods fout in de ogen van de spraakmakende goegemeente. Eén van de misverstanden hierover is een veel voorkomende interpretatie van het onderscheid, dat de filosoof Berlin maakte tussen negatieve en positieve vrijheid. Het tekort aan positieve vrijheid, bij voorbeeld de scheve inkomensverdeling wordt gebruikt als een aantoonbaar tekort van de negatieve vrijheid, die dit probleem immers niet oplost. Met andere woorden: Erst kommt das Fressen, dan kommt die Moral”.  De negatieve vrijheid zit in die visie  de positieve in de weg. Het  bestrijden van sociaal en ander onrecht wordt niet als een aanvulling op de democratische vrijheidsrechten  gezien.
Een heel merkwaardige interpretatie geeft de politicoloog Oscar Donck in de Volkskrant van afgelopen maandag. Hij zegt, dat vrijheid iets anders is dan de gemakzuchtige, zalige positie van kunnen doen en laten waar je zin in hebt. ”Ik vind, dus ik mag”. Daarom zou volgens hem vrijheid om een constante herijking vragen en om genuanceerde discussies in plaats van alleen roeptoeteren. Volgens mij draait hij hier de zaak waar het om gaat precies om. Vrijheid van meningsuiting is nu juist het recht om te roeptoeteren en het willen herijken van dit recht is een gevaarlijke opening naar censuur en onvrijheid. Vrijheid van meningsuiting leeft van het verkondigen van onzin, humbug, onbewezen kletspraat en noem maar op. En veelal gaat het in discussies eerder om prestige dan om de waarheid. Het is niet anders. Natuurlijk zou je willen dat alle mensen wijs waren. Zoals de dichter Camphuysen in het bekende epigram zegt: Ach, waren alle mensen wijs en wilden daarbij wel, de aerd waer haar een  een Paradijs! Nu isse ze meest een hel. Dat bereik je niet door ze de mond te snoeren. Uiteraard is er de democratisch vastgestelde wet, die de vrijheid in bepaalde gevallen beperkt. Die wet houdt niet de beoordeling van de juistheid van een mening in maar is een kwestie van publieke moraal.  Je kunt mondkapjes dragen een onaanvaardbare inperking van je persoonlijke vrijheid vinden maar de meerderheid vindt de volksgezondheid in dit geval toch net iets belangrijker, dus heb je je er maar aan te houden. Sander Schimmelpenninck gaat in dezelfde krant nog een stapje verder. Hij vindt dat mensen alleen het recht op een mening hebben als ze die kunnen onderbouwen, het liefst met enige ter zake doende expertise. Het argument, dat meningen “onderbouwd” dienen te zijn  wordt in discussies nogal eens gebruikt hoewel het als bewijs voor een gelijk hebben totaal niet opgaat. Want wie bepaalt dat? Natuurlijk valt er met mensen, die niet open staan voor de feiten niet te discussiëren, maar het is toevallig  wel zo, dat mensen  heel verschillend tegen de feiten aan kunnen kijken en dat wat door de een als een heel sterke onderbouwing wordt gezien voor de ander maar een wrak fundament is. 
In ieder geval heeft Paula van Manen met haar onderbouwde kritiek op het gepersonaliseerde onderwijs haar baan niet terug. Een geheel belangenvrije discussie zoals de filosoof Habermas voorstond bestaat waarschijnlijk alleen maar in theorie. We zullen het moeten doen met een zekere bereidheid naar elkaar te luisteren en een democratische instelling. Heel voorzichtig dient naar mijn mening omgegaan te worden met het in stelling brengen van het “fascistische gevaar”, hoe mooi de bezorgdheid daarvoor ook is. Schimmelpenninck schrijft: “Het idee dat een leugenachtige of lasterlijke onvolledigheid waarheid wordt, omdat een bepaalde hoeveelheid mensen, die verspreidt, was ooit de hoeksteen van het fascisme’. Wat wil hij hiermee nu eigenlijk zeggen?  Het fascisme kende volgens mij wel meerdere hoekstenen, zoals het falen van de politieke elites om met democratische oplossingen te komen. En je kunt ook zeggen, dat het fascisme een aanleiding zocht om onwelgevallige meningen te vervolgen en te smoren.  De uitleg in het onderdeel Burgerschapskunde, dat  democratische waarden niet vanzelfsprekend zijn, waaraan Paul van Meenen terecht zo’n groot belang  hecht, betekent ongetwijfeld niet, dat hij vindt dat alleen D66-opvattingen verkondigd mogen worden.


Ben Verkroost - Beteronderwijsnederland.nl / 15-06-2020
(Ben Verkroost is blogger, socioloog en oud-docent sociologie en arbeidsverhoudingen aan een hogeschool)

4. Opiniestuk van: Jaap Plaisier (de Volkskrant)

‘Gepersonaliseerd leren’ is de zoveelste belachelijke onderwijshervorming

Telkens weer menen lieden dat het in het onderwijs allemaal radicaal anders moet. Uiteraard zijn dat zelden docenten die fulltime voor de klas staan. Dat blijkt ook weer bij het ROC in (…), betoogt Jaap Plaisier.

 

Wat maakt een goede leraar? De meeste leraren weten het best. Een goede leraar vertelt aanstekelijke verhaaltjes, laat mooie plaatjes en filmpjes zien, zet aan tot denken, geeft duidelijke instructies, herhaalt belangrijke zaken, oefent belangrijke vragen en examens, heeft als het meezit humor, kan goed met kinderen omgaan et cetera. Het toeval wil dat een zestal Nederlandse en Belgische onderzoekers vorig jaar een boek uitbracht waarin wetenschappelijke studies naar effectiviteit in didactiek werden bekeken: Wijze lessen: 12 bouwstenen voor effectieve didactiek (Tim Surma).

 

Op basis van onderzoek uit de cognitieve psychologie en leereffectiviteitsstudies kwamen ze tot hun twaalf bouwstenen, ‘evidence-based’, waarmee capabele docenten zich gesterkt mogen voelen:

1. Relevante voorkennis wordt geactiveerd;

2. Bij uitleg worden voorbeelden gebruikt;

3. Zowel woord als beeld wordt ingezet;

4. Leerstof wordt in actieve werkvormen verwerkt;

5. Er is een duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie;

6. Er wordt ondersteund bij moeilijke opdrachten;

7. Oefeningen met leerstof worden in de tijd gespreid;

8. Er is afwisseling van oefentypes;

9. Er wordt feedback gegeven die tot denken aanzet;

10. Er wordt achterhaald of de hele klas het begrepen heeft;

11. Leerlingen wordt effectief leren aangeleerd;

12. Er wordt getoetst.

 

Een beginnende docent moet het allemaal nog onder de knie krijgen, een oudere docent zal wellicht te vaak uit het raam staren en mijmeren over zijn ondergewaardeerde leven. Maar dat deze bouwstenen de basis zijn voor effectief onderwijs, dat kan elke docent bevestigen. Dat klaslokalen, lessen en docenten daarbij onmisbaar zijn, dat spreekt voor zich. Toch zijn er telkens weer lieden die menen dat het allemaal radicaal anders moet. Uiteraard zijn dat zelden docenten die fulltime voor de klas staan, maar omhooggevallen managers of bureaucraten, of anders zweverige types die geen orde kunnen houden.

 

Gehakt

De commissie Dijsselbloem maakte in 2008 gehakt van de vele onderwijsvernieuwingen uit de vorige eeuw die zonder enige wetenschappelijke onderbouwing waren ingevoerd, met desastreuze gevolgen. Bastiaan Bommeljé somde ze laatst in de Volkskrant nog eens op: ‘Middenschool (mislukking), basisvorming (echec), studiehuis (fiasco), Tweede Fase (catastrofe), competentiegericht leren (cataclysme) en de liquidatie van de mavo voor het vmbo-debacle.’ Ongetwijfeld kunnen we er binnenkort aan toevoegen het leren in ‘leerstijlen’, het ‘differentiëren’, en de mythe dat een leerling ‘eigenaar’ moet zijn van zijn eigen leerproces. Modieus geklets dat men helaas overal aan moet horen, ook bij de Inspectie van het Onderwijs en op vele scholen, want het stikt nu eenmaal van de warhoofden in deze wereld.

Ondergetekende maakte op een school mee dat een ‘Commissie Didactiek’ een bekend filmpje van Ken Robinson (‘Do schools kill creativity?’ – meest bekeken TED Talk ooit) aan het docentenkorps liet zien en meldde dat het roer radicaal om moest. ‘De tijden veranderen, leerlingen veranderen, de maatschappij verandert’, zo werd ons verteld, en ‘Wij moeten ook veranderen, dat moet gewoon! We moeten minder gericht zijn op het hoofd, meer op hart en handen!’

Het ‘hoofd, hart en handen’-concept dat men wilde opleggen, was afkomstig van een van de vele onderwijsgoeroes uit de 19de eeuw. Het geklets van Ken Robinson is door wetenschappers inmiddels onderuitgehaald, want het tegendeel van zijn these is waar.

 

Naar de knoppen

Nu blijkt er dus een roc in ons land te zijn dat graag een generatie studenten naar de knoppen helpt. Namelijk het opleidingscentrum in (…). Ze hebben daar bedacht dat leerlingen voortaan ‘gepersonaliseerd’ moeten leren. Lessen werden afgeschaft, zo lazen we in deze krant, studenten leren zelfstandig aan leerdoelen, docenten zijn ‘leercoach’ geworden. In De Gelderlander lezen we: ‘In het schooljaar 2017-2018 werden voor vierhonderd studenten, onder meer in opleiding tot (…) en (…), voor het eerst klassikale lessen grotendeels ingeruild voor zelfstandig leren en flexibel werken.’ De docent die er een kritisch boek over schreef, Paula van Manen, is op non-actief gesteld.

Moge dit allemaal min of meer kloppen, dan is dat gezien de geschiedenis der onderwijshervormingen, en het belachelijke concept van ‘gepersonaliseerd leren’, uiteraard schandelijk. Zonder twijfel kan gesteld worden dat niet de docent maar de schoolleiding van het ROC te (…) op non-actief gesteld dient te worden. Een mooie taak voor het college van bestuur en de raad van toezicht aldaar. Als die een knip voor de neus waard zijn, doen ze dat nog deze week.

 

Jaap Plasier – Volkskrant.nl / 28-1-2020 

(Jaap Plaisier is columnist, publicist, docent aardrijkskunde en geograaf).


Terug naar de startpagina: HOME