Opinie

1. Dr. A. Verbrugge e.a.: Zaak-Paula van Manen: Onze brief aan de raad van toezicht van ROC (...)

2. Dr. B. Bouhuijs: Je mag in Nederland ontslagen worden als je een kritisch boek schrijft
3. A. Truijens: De ontslagen mbo-docent Paula van Manen is een dappere krijger

4. T. van Gelder: Hoe zit het met de professionele autonomie van de docent?
5. Prof. dr. J.H.T. Joosten: "Hoe sta je erbij?"

6. Dr. C. Aalberts: Laat de politiek bij onderwijsvernieuwing alsjeblieft naar de docenten luisteren

7. T. van Haperen: Kritische en betrokken leraar wordt kaltgestellt
8. M. Sommer: Kijk maar uit met openlijke kritiek op de vernieuwing bij u op school 
9. Dr. J. Drentje: Loyaal aan het onderwijs
10. T. van Haperen: Donkerder wordt het niet
11. Dr. C. Aalberts: Het waardeloze ROC (...) toont aan: kritische docenten verdienen bescherming
12. Dr. Paul Gellings: Onderwijsvernieling
13. Drs. Ben Verkroost: Vrije meningsuiting
14. Drs. B. Verkroost: Een kritisch boek
15. J. Plaisier: 'Gepersonaliseerd leren' is de zoveelste belachelijke onderwijshervorming
16. Dr. P. De Bruyckere: "Wanneer krijgen we weer les?"


1. Brief aan Raad van Toerzicht ROC (...): Dr. Ad Verbrugge e.a. (BON - Beter Onderwijs Nederland)

Zaak-Paula van Manen: Onze brief aan de raad van toezicht van ROC (…) 

Vandaag heeft BON onderstaande brief gestuurd aan de raad van toezicht van ROC (…) over de zaak-Paula van Manen. 


Geachte heer (…), 


De afgelopen weken is in politiek Den Haag, onder leiding van informateur Herman Tjeenk Willink, brede consensus ontstaan over de noodzaak van een ‘nieuwe bestuurscultuur’. Dit voornemen kan men ook breder lezen, als een oproep aan de samenleving. In de ogen van de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) kan iedere publiek gefinancierde maatschappelijke instelling zich deze boodschap aantrekken. Zo’n organisatie is immers verantwoording verschuldigd aan het publiek dat haar bekostigt. Ook het onderwijs is toe aan een nieuwe bestuurscultuur, aan ‘macht en tegenmacht’. 

In onze statuten hebben wij ons ten doel gesteld: ‘het tot bloei laten komen van de potenties van leerlingen en studenten door een gedegen vakinhoudelijke vorming op verschillende onderwijsniveaus (…) door het verdedigen van de belangen en het bestaansrecht van kleinschalig georganiseerde onderwijsinstellingen, waarin de kwaliteit van de docent en de interactie met zijn/haar leerlingen of studenten op de eerste plaats komen’. 


Dit doel is schade toegebracht in de zaak-Paula van Manen aan ROC (…). Daarom willen wij u, de raad van toezicht van ROC (…), met deze brief graag verzoeken om toelichting. In uw toezichtsvisie schrijft u: ‘het waardengericht toezicht uit zich onder meer in onze klankbordfunctie en maatschappelijke gerichtheid’. Dit is een nobele doelstelling, en wij hopen dan ook van harte dat u hieraan gevolg kunt geven door recht te doen in deze kwestie, wat niet alleen voor ROC (…), maar voor het onderwijs in heel Nederland van belang is. Graag verzoeken wij u daartoe de volgende vragen te beantwoorden: 

1.      Zoals u weet, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 april jl. uitspraak gedaan in de zaak-Paula van Manen. Hierin staat dat ROC (…) – en daarmee dus bestuursvoorzitter (…) – ‘ernstig verwijtbaar’ gehandeld heeft door ‘te prematuur [namelijk vlak na verschijning van haar boek] naar de forse maatregel van schorsing’ van Van Manen te grijpen. Zal de raad van toezicht de heer (…) hiervoor ter verantwoording roepen? Zal hij consequenties ondervinden voor zijn volgens de rechter ‘ernstig verwijtbare’ handelen? En zo ja, welke? 

 

2.      Als rechtvaardiging voor Van Manens ontslag voert ROC (…) aan dat ‘een belangrijk deel van deze docenten zich in de rug aangevallen voelt en zich onveilig voelt’ wegens het boek van Van Manen. Heeft ROC (…) hiertegen afgewogen dat nog veel meer docenten zich door het ontslag van Van Manen mogelijk ‘onveilig’ ofwel onvrij zullen voelen om kritiek te leveren op onderwijsbeleid, ook in het openbaar? Heeft ROC (…) ook het publieke belang meegewogen van de mogelijkheid voor docenten om deel te nemen aan het publieke debat als middel tot onderwijsverbetering? Heeft ROC (…) ook het publieke belang meegewogen van de publicatie van een boek als Wanneer krijgen we weer les? zodat andere onderwijsinstellingen kunnen leren van gemaakte fouten? (Een ROC is immers geen privaat bedrijf dat concurrentiegevoelige informatie geheim moet houden, maar een publiek gefinancierde instelling, die te allen tijde het publieke belang moet dienen.) En als ROC (…) dit nagelaten heeft, zal de raad van toezicht de heer (…) dan hierop aanspreken, en – in het belang van goed onderwijs – aandringen op het opstellen van richtlijnen die het docenten mogelijk maken deel te nemen aan het publieke debat, zonder hierdoor te moeten vrezen voor hun baan? 

 

3.      Heeft de raad van toezicht de mogelijke precedentwerking van deze kwestie in overweging genomen, namelijk dat besturen in het hele land zich nu vrij zullen voelen om kritische docenten te ontslaan zonder noemenswaardige consequenties? En dat docenten in het hele land zich nu nog minder zullen durven uitspreken om bij te dragen aan beter onderwijs? Zo ja, welke acties zal de raad van toezicht ondernemen om deze precedentwerking tegen te gaan?
 

4.      Is de raad van toezicht het eens met de beslissing om een docent te ontslaan omdat zij een boek heeft geschreven? Heeft u daarbij meegewogen dat ROC (…) op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat Van Manen haar werk als docent niet meer zou kunnen uitvoeren? 

 

5.      Bent u het met BON eens dat het huidige bestuursmodel in het onderwijs moet veranderen, als het bestuur van een publiek gefinancierde instelling kennelijk zo gemakkelijk een docent kan ontslaan voor het schrijven van een boek? 


BON ziet graag de beantwoording van deze vragen binnen een redelijke termijn tegemoet, in het publieke belang en in het belang van docenten en leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs. 


Hoogachtend, 


Namens de vereniging Beter Onderwijs Nederland, 


Ad Verbrugge, voorzitter 

Toon Rekkers, bestuurslid, portefeuillehouder mbo 

F.L. Huygen, bestuurslid 


Dr. Ad Verbrugge - website van Beter Onderwijs Nederland (BON) / 09-05-2021  

(Auteur, musicus, filosoof, docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en voorzitter van het bestuur van BON) 



2. Opiniestuk: Bob Bouhuijs (Joop.nl - opiniewebsite BNNVara)

Je mag in Nederland ontslagen worden als je een kritisch boek schrijft 

Herinneringen doemden vorige maand bij mij op toen ik de berichtgeving las over Paula van Manen, een mbo-docent die een boek schreef over haar surrealistische ervaringen met het ‘gepersonaliseerde leren’ op het ROC (…), waar zij tot twee jaar terug werkzaam was. Hoewel zij toestemming had gevraagd aan het management haar boek Wanneer krijgen we weer les?  te schrijven en ze haar collega’s geanonimiseerd opvoert, leidde haar kritische houding tot ontslag door de directie, die haar verantwoordelijk hield voor de ‘onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding’. De rechter en het gerechtshof gingen mee in deze redenering. 


Natuurlijk kunnen we deze kwestie reduceren tot een individueel arbeidsconflict van een deloyale medewerker die liever de vuile was buiten hangt, dan constructief wil bijdragen aan het interne debat over verbetering van het onderwijs. Deze slotsom mist echter de kern van het vraagstuk. Naast dat Van Manen benadrukt dat ze, vóór het schrijven van het boek, veelvuldig mogelijkheden heeft aangevat om de excessen van de onderwijsvernieuwing te bespreken met schoolleiding en collega’s, raakt haar ontslag nu juist aan maatschappelijke kernwaarden, als die van vrije meningsuiting. 


In haar boek illustreert Van Manen de destructieve gevolgen van het door het ROC (…) geïnitieerde experiment, waarin studenten worden verondersteld een eigen invulling te geven aan hun leerproces. Gestructureerde klassikale lessen maakten plaats voor ‘leerpleinen’ waar studenten door elkaar zittend aan zelfbepaalde leerdoelen dienden te werken. De utopie van de autonomie van de student verwerd al snel tot een onnoemelijke chaos waarin naar hartenlust werd geappt en rijkelijk chips en films werden geconsumeerd. Relevante kennis, inzicht en vaardigheden werden niet meer opgedaan, wat zich vooral manifesteerde in de stages. In een interview in de Volkskrant stelt Van Manen dat studenten bij het observeren van kinderen niet de werktuigen hadden ontwikkeld om dit adequaat te kunnen doen. Dit alles had onder meer tot gevolg dat de studierendementen kelderden. 


De ervaringen van Van Manen hebben een verder reikend belang. Op verscheidene andere mbo’s en hbo-instellingen wordt geëxperimenteerd met gepersonaliseerde leervormen. Ongetwijfeld zullen sommige studenten, vooral die met hoger opgeleide ouders, zich hierbij als een vis in het water voelen, doordat zij van huis uit de juiste kennis en inzicht hebben meegekregen om de goede leervragen te kunnen stellen en over voldoende discipline  beschikken om op een verantwoorde wijze met de gegeven vrijheden om te gaan. Een ander, waarschijnlijk groter deel van de studentenpopulatie, zal echter deze broodnodige discipline, kennis en inzicht ontberen en daardoor in de problemen raken. Met name als de docenten als vraagbaak, onder meer vanwege werkdruk of de fysieke inrichting van het onderwijslandschap, op afstand komen te staan, ligt een fiasco in het verschiet. 


In De Gelderlander beklemtoont Van Manen deze bredere relevantie: ‘Mijn ontslag gaat verder dan mijn eigen situatie. Ik heb geprobeerd een bijdrage te leveren aan een maatschap­pe­lijk debat over onderwijs­ver­nieu­win­gen.’ Juist de omstandigheid dat de bredere publieke discussie over onderwijsvernieuwing is ondermijnd, maakt het handelen van de directie van het ROC (…), en ook de uitspraken van rechter en hof, uiterst laakbaar. In de woorden van Van Manen: ‘Kennelijk mag je in Nederland ontslagen worden als je een kritisch boek schrijft.’ 


Onderwijsvernieuwing dient nooit topdown door directies en managers over studenten en docenten te worden uitgerold, waarbij kritiek door docenten kan leiden tot ontslag. Wat juist nodig is, is een breed, open en inhoudrijk debat dat gevoed wordt met wetenschappelijke kennis en inzichten, gecombineerd met ervaringen uit de onderwijspraktijk. Nieuwe onderwijsconcepten moeten hierbij niet dogmatisch worden afgewezen, maar evenmin zonder kritische reflectie en correctie door management, docenten en studenten worden geïmplementeerd. 


In de jaren tachtig bezocht ik met mijn ouders meermaals het wintersportplaatsje Hohegeiß, dat destijds aan de grens met de toenmalige DDR lag. Aan de rand van het dorp prijkten op enkele honderden meters afstand grenstorens waarin Vopo’s, de Oost-Duitse politie, ons nauwgezet observeerden. Een hoog hekwerk, het ‘IJzeren gordijn’, scheidde de plaats van het ‘totalitaire’ Oost-Duitsland, waar politieke oppositie en vrije meningsuiting rücksichtslos de kop in gedrukt werd. Het contrast met het ‘vrije Westen’, waar meningsuiting en onbelemmerde expressie de kernwaarden van het menselijke samenleven vormden, kon haast niet groter. 


Het reikt te ver om het optreden van de directie van het ROC (…) of de uitspraken van de rechterlijke macht in deze casus gelijk te stellen aan de repressiemaatregelen van het DDR-bewind. Niettemin is hiermee een eerste stap gezet naar het beteugelen van de vrije meningsuiting bij een vraagstuk dat maatschappelijk uiterst relevant is. Wellicht dat daarom ook bij het lezen over deze zaak mijn herinneringen aan hekwerk en wachttorens boven kwamen drijven. 

  

Dr. Bob Bouhuijs - Joop.nl / 07-05-2021  
(Auteur, publicist, politicoloog, historicus en docent aan hogeschool Windesheim) 


3. Column: Aleid Truijens (Volkskrant)

De ontslagen mbo-docent Paula van Manen is een dappere krijger

Eindelijk heb ik Wanneer krijgen we weer les? Van Paula van Manen gelezen, de docent pedagogiek die ontslagen werd bij ROC (...) nadat ze een boek had geschreven over de mislukte invoering van een onderwijsvernieuwing. Ik had dat eerder moeten doen, maar het kwam er niet van. 

Van Manens boek is geen sleutelroman en evenmin vlijmscherpe satire. Het is een leesbaar, grappig en verdrietig verslag van de eerste twee jaar nadat op haar school halsoverkop het ‘gepersonaliseerde leren’ werd ingevoerd. Een bekend recept: docenten worden coaches en studieloopbaanbegeleider, lokalen worden leerpleinen, lesstof wordt werkplan. En de student? Die is voortaan de trotse ‘eigenaar’ van zijn leerproces. Helemaal de baas over zijn leervragen en leerresultaten. 

In december 2019 werd Van Manen geschorst omdat zij een kritisch boek had geschreven. Ze moest onmiddellijk, als een misdadiger, het gebouw verlaten. In oktober 2020 stelde de kantonrechter ‘een arbeidsconflict’ vast. Onlangs keurde ook het gerechtshof het ontslag van Van Manen in hoger beroep goed. 


O nee, de vrijheid van meningsuiting was niet in het geding. Natuurlijk niet. Wel voelt, volgens de uitspraak, een aantal mensen zich ‘diep gekwetst’. Vreemd, want over studenten en collega’s schrijft Van Manen vriendelijk en meelevend. Alle namen werden gefingeerd, en de naam ROC (...) valt niet. Maar goed, het kan altijd gebeuren dat iemand zich – anoniem – gekwetst voelt. Falende leidinggevenden bijvoorbeeld, of bestuurders die vrezen voor imagoschade. 

Deze uitspraak van het hof is onbegrijpelijk. Kritiek leveren en daardoor anoniem kwetsen is niet verboden. Ook zou Van Manen ‘bedrijfsgevoelige informatie’ over de anonieme onderwijsinstelling hebben gelekt, over de financiën. Bedrijfsgevoelig? Een ROC wordt betaald door de belastingbetaler; geldzaken zouden openbaar moeten zijn. 

Dit boek is herkenbaar. Niet door personen, maar omdat het zo gaat. De infantiele beoordelingen met smileys en kleurtjes, de inspiratiesessies, de studiedagen met kussens om kussengevechten te voeren en touwen om te touwtrekken – ze zijn om te huilen van het lachen. Maar echt droevig word je van de apathische studenten op de leerpleinen. Ze werken minder samen dan in de klassikale lessen, ze zijn aan het eten en zitten lusteloos op hun telefoon. Sommigen smeken om les. Beoordelen gaat ‘op maat’, criteria ontbreken, waardoor niemand weet wat ze hebben opgestoken. 


Vernieuwingen als gepersonaliseerd leren beginnen al behoorlijk oudbakken te worden. De leerling die het mag uitzoeken achter zijn laptop, de docent als coach, meer smaken zijn er kennelijk niet in de onderwijsinnovatie. Dit is wat de cursusindustrie al twintig jaar, ondanks het uitblijven van aantoonbaar succes, aanbiedt.
Inmiddels waarschuwde de Onderwijsinspectie herhaaldelijk tegen deze niet wetenschappelijk onderbouwde ‘concepten’ en hamert ze op kennis en basisvaardigheden, want die schieten er aantoonbaar bij in. Hoe kan het dat deze verwaarlozing van jongeren voortduurt? Verbetering van het mbo is hard nodig: een combinatie van echte praktijkvakken en basisvaardigheden, daar hebben studenten recht op. 

Vorige week kreeg Jan Jimkes een verdiend lintje; hij werd geridderd. Deze oud-conrector werd bekend als ‘klokkenluider’ van de Tweede Fase, de mislukte vernieuwing die in 2006 tot het parlementair onderzoek van de commissie-Dijsselbloem leidde; ook in de jaren erna wees hij onvermoeibaar op misstanden. De vernietigende conclusies van ‘Dijsselbloem’ hielpen niet; het onderwijs kachelde verder achteruit. 

Ook Paula van Manen is een dappere krijger. Geen lintje voor haar. Ze solliciteert zich suf, maar niemand durft haar aan te nemen. Lees haar boek. Dat is het beste wat je kunt doen voor een schrijver die tot zwijgen gebracht moest worden. 


Aleid Truijens - Volkskrant.nl / 03-05-2021  
(Auteur, journalist en columnist van de Volkskrant) 


4. Brief van de dag: Tamar van Gelder (Volkskrant)

Hoe zit het met de professionele autonomie van de docent?

'Geen docent durft zich nu nog uit te spreken', oordeelde Paula van Manen, ex-docent aan ROC (...), donderdag in de Volkskrant. Ze werd ontslagen omdat ze een kritisch boek had geschreven over een poging tot onderwijsvernieuwing aan haar opleiding, waar docenten en studenten mee worstelden.
De rechtbank oordeelde dat Van Manens vrijheid van meningsuiting 'op geen enkele manier' was ingeperkt door het ROC. Maar het effect is wel dat zij ontslagen werd vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Als het uiten van je mening kan leiden tot ontslag, wat is de vrijheid van meningsuiting dan waard in het onderwijs? Hoe zit het met de academische vrijheid en professionele autonomie van de docent? Hoe voer je voortaan nog een vrij debat over onderwijsvernieuwing, wanneer je als kritische docent moet vrezen voor je baan? Kan voortaan iedereen een mening hebben over onderwijs en daarvoor uitkomen, behalve docenten?
Dat lijkt me een slechte zaak. Dat vindt de Tweede Kamer ook, trouwens. Want die nam al in oktober 2020 de motie aan dat de positie van docenten versterkt moet worden, zodat ook zij vrij kunnen deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijs. Het kabinet zou daarover in overleg moeten gaan met de vakbonden.
We zijn nu een half jaar verder en ik zou zeggen: demissionair minister Slob, schiet het een beetje op met die uitnodiging voor overleg? Het is vast minder werk dan een boek schrijven.

Tamar van Gelder - Volkskrant (brief van de dag) / 24-4-2021
(Voorzitter Algemene Onderwijsbond)


5. Opiniestuk van: Jos Joosten (Facebookpagina van de hoogleraar)

‘HOE STA JE ERBIJ?’

Pas deze week las ik over de al wat langer sluimerende ophef rond Paula van Manen en haar boek ‘Wanneer krijgen we weer les?’, dat het wel en vooral wee rond de invoering van ‘gepersonaliseerd onderwijs’ op een ROC tot thema had. Naar aanleiding van het boek werd Van Manen ontslagen door haar school, het ROC (...), en kwam het tot een rechtszaak die de krant had gehaald.


Mij interesseerde de kwestie aanvankelijk omdat ik ooit schreef over Nederlandse schrijvers en rechtspraak. Het leek er in de krant op dat ‘literaire’ kwesties een rol speelden: collega’s van Van Manen zouden zich herkend hebben en zouden zich hebben ‘beklaagd over de wijze waarop zij in hun ogen tot de persoon herleidbaar in het boek werden neergezet waardoor zij zich niet prettig voelen in de samenwerking met haar.’ Van Manen verweerde zich dat de omgeving onherleidbaar was en alle namen gefictionaliseerd.


Al snel toen ik ‘Wanneer krijgen we weer les?’ begon te lezen, was me duidelijk dat het hier geen literatuur betrof: stijl en compositie wijzen op geen enkele manier in die richting. De auteur grossiert in clichés en van enige literair-technische opbouw is geen sprake. Maar dat vergeet je heel snel, omdat algauw blijkt wat het wel is: een persoonlijke, vooral zakelijke, rapportage van de horror en hel van een door een incompetente directie doorgedramde onderwijsvernieuwing.


Ik heb, al lezend, welbewust en speciaal gekeken wie van de collega’s in het boek nu, zoals de ROC-directie beweert, beledigd zou kunnen zijn. Met de hand op mijn narratologische hart: Van Manen schrijft louter positief over alle mensen met wie ze gezamenlijk in deze didactische afgrond is gestort. Er is misschien één persoon, een leidinggevende die in een vroeg stadium haar biezen pakt, die er wat slechter vanaf komt, maar zelfs van haar belicht van Manen nog de positieve kanten. 


Sterker nog: gaandeweg dit gruwelrelaas vond ik Van Manens insteek opmerkelijk loyaal en positief. Te midden van onnavolgbare richtlijnen, onbeargumenteerde koerswijzigingen, losgeslagen leerlingen en de slechtste eindexamenresultaten sinds mensenheugenis blijft de toon ‘nou ja, de schouders er maar onder...’

Om maar een beeld te geven van de surrealistische situatie op het ROC.  Binnen de nieuwe onderwijsvorm beginnen en besluiten docenten en leerlingen de dag bij een bord met drie smileys - vrolijk, neutraal en droevig - waar ze de standaardvraag: ‘Hoe sta je erbij?’ moeten beantwoorden beantwoorden. Tegen de tijd dat ik aanbeland was bij een heidag met een touw (vastpakken omdat we verbonden zijn) en kussens (om collegiale kussengevechten te houden), dacht ik dat dit geen zaak voor de Nederlandse rechterlijke macht was, maar voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.


Want tsja, ik heb die uitspraak van het Hof in Arnhem gelezen. Ik ben geen jurist dus ik mis allicht nuances en in de uitspraak wordt verwezen naar een dossier dat niet bijgevoegd is. Duidelijk is dat het Hof zwaar heeft meegewogen dat ‘een substantieel aantal collega’s, zo volgt zonder meer uit de diverse berichten in het dossier, diep gekwetst is’ door het boek. De vorm van gekwetstheid, de hoeveelheid gekwetsten, de reden van gekwetst voelen - het blijft in de uitspraak allemaal duister. Het enige feitelijks wat je hierover verder uit de uitspraak kunt opmaken is dat direct na publicatie van het boek Van Manens leidinggevende in november 2019 een mail rondstuurde aan de vijftig collega’s in de afdeling met de vraag om met ‘(maximaal) 7 personen in overleg te gaan over het boek’. Zonder de auteur. 

En wat tijdens die bijeenkomst besproken is, blijft ook duister. 


Ik heb oprecht alle vertrouwen in de Nederlandse Rechtspraak; het Hof heeft bovendien documenten gezien die ik niet zag.  Toch valt mij een aantal zaken op in de hele kwestie.


Allereerst nogmaals het boek zelf. Van Manen duidt leerlingen en collega’s alleen aan met, ook nog eens algemeen voorkomende, voornamen. Het is duidelijk dat het een ROC is, maar nergens staat over welke school in welke stad het gaat. Zoals gezegd, zie ik met ook de beste wil van wereld en omstreken niet hoe iemand in dit boek beledigd, laat staan ‘diep gekwetst’, kan zijn. Afgezien dan van eventueel de al genoemde voortijdig vertrokken leidinggevende.


Ik vermoed - maar hier begint mijn interpretatie - dat we dáár bij het niveau van gekwetstheid beginnen aan te landen. Want de onbenoemde olifant in Van Manens boek is - allicht welbewust - het gremium dat al deze onheil uitgestort heeft over de school. Het zou me niet verbazen als we op bestuurlijk niveau de gekwetste ego’s en geprangde drammers kunnen vinden: directie, bestuur en aanverwante managementtypes. En in die kringen moet er ongetwijfeld iemand, in spoedberaad bijeen, zijn of haar zorgen hebben uitgesproken over het alarmwoord ‘imagoschade‘ en ‘duidelijk optreden’.


Daarmee komen we bij het onderdeel ‘wat een prutsers!’. Allereerst is zo’n rechtszaak by far natuurlijk het allerstomste wat je kunt doen als directie. Zonder rechtszaak had het boek de lokale krant niet eens gehaald en waren totale buitenstaanders zoals ik niet op het idee gekomen om het boek te kopen en te lezen. Wat het bestuur van het ROC natuurlijk had moeten doen is Van Manen doodknuffelen: ‘kijk eens, zó transparant en zelfkritisch zijn we hier op het ROC Nijmegen! En we zullen allemaal ons voordeel doen met de kritiek die mevrouw Van Manen zo geestig op schrift heeft gesteld. Iemand een biertje? De directie betaalt.’


Want dat is welbeschouwd natuurlijk het meest cynische aan de hele zaak. Inzet van directie en rechtszaak is dus het individuele (ik zeg erbij: vermeende) gekwetst-zijn van enkele collega’s. Nergens in de aanklacht of uitspraak worden de feitelijke zaken betwist die Van Manen pagina na pagina aankaart: van de ongecontroleerde invoering van het ‘gepersonaliseerd onderwijs’, via totale chaos voor leerlingen en staf tot aan de daaruit volgende desastreuze examenresultaten.

Uit de hele gang van zaken spreekt voor mij vooral angst- en faalhazerij en totaal geen vermogen tot zelfreflectie of een kritische grondhouding die je van bekwame leidinggevenden zou mogen verwachten. 


Prof. dr. Jos Joosten  - Facebook / 23-4-2021
(Publicist en hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Radbout Universiteit) 



6. Column: Chris Aalberts (Noordhollands Dagblad)

Laat de politiek bij onderwijsvernieuwing alsjeblieft naar de docenten luisteren

Als u de staat van het Nederlandse onderwijs wilt leren kennen, is het boek ’Wanneer krijgen we weer les?’ van Paula van Manen een aanrader. Ze raakte haar baan kwijt vanwege haar kritische bijdrage aan het publieke debat.


Van Manen was tien jaar lang docent pedagogisch werk bij ROC Nijmegen. In 2017 werd bij haar opleiding ’gepersonaliseerd onderwijs’ ingevoerd. Deze onderwijsvernieuwing is onderdeel van een brede trend: op de middelbare school heette dit ’het studiehuis’ en in het HBO ’competentiegericht leren’. Er zijn allerlei accentverschillen, maar de kern is steeds hetzelfde: leerlingen worden zelf verantwoordelijk voor hun eigen studievoortgang, stellen zelf leerdoelen vast en docenten coachen hen daarbij. Klassikale les en toetsen van kennis zijn grotendeels verleden tijd.

In Van Manens boek kunnen we lezen hoe zo’n onderwijsvernieuwing uitpakt. Leerlingen zitten in grote zalen achter hun laptop, vaak vergezeld van hun mobiele telefoon en een zak chips. Al snel blijkt dat niemand weet wat de bedoeling is: zowel docenten als leerlingen hebben geen idee hoe ze gepersonaliseerd onderwijs moeten aanpakken. De resultaten zijn hopeloos: er wordt weinig geleerd, leerachterstanden lopen op en de slagingspercentages gaan onderuit.

We lezen bij Van Manen over de manager die het nieuwe onderwijsconcept invoert en daarna weer snel de benen neemt. Ondertussen houden de docenten het ene na het andere zinloze teamoverleg. Van Manen schrijft er vol humor over, maar het ROC Nijmegen kon het niet waarderen. Collega’s zijn onder pseudoniem in het boek terechtgekomen, maar herkennen de situaties en beginnen te klagen. Die klachten leveren Van Manen al snel een ontslagprocedure op. Verstoorde verhoudingen is het credo.

Van Manen vindt dat haar ontslag haar vrije meningsuiting bedreigt. Ze wilde een boek schrijven dat het publieke debat aanwakkert en waar anderen iets van leren. Daarin is ze geslaagd, maar op een hele andere manier dan ze beoogde. De zaak vertelt ons vooral veel over de positie van docenten. Hoe vrij zijn zij om hun mening te geven over allerlei van bovenaf opgedrongen onderwijshervormingen? Waardeert de samenleving hun praktijkervaring en wordt die ook serieus genomen? De Onderwijsraad adviseerde onlangs een driejarige brugperiode op de middelbare school. Maakt het eigenlijk iets uit wat docenten van zo’n idee vinden?

De voltallige politiek roept dat er meer vertrouwen moet komen in de professionaliteit van werknemers in de publieke sector waaronder docenten. Het ontslag van Van Manen vertelt ons dat de waarheid heel anders is: docenten moeten ja en amen zeggen tegen alle plannen die door lekenbestuurders en politici over het onderwijs worden uitgestort. Dat levert geen cultuur op waarin schoolresultaten tellen of waarin het aantrekkelijk is om voor de klas te staan. Misschien toch maar eens naar docenten luisteren voordat men – bijvoorbeeld bij de formatie – nieuwe onderwijshervormingen afspreekt. 


Dr. Chris Aalberts - Noordhollands Dagblad / 23-04-2021
(Blogger, publicist, docent en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam)

  

7. Blog van: Ton van Haperen (NRC) 

Kritische en betrokken leraar wordt kaltgestellt 

Het onderwijs is in verval en dat is de schuld van schoolbesturen, schrijft Ton van Haperen.Kritische berichten van de werkvloer moeten juist ter harte genomen worden. 

Paula van Manen is lerares. Of beter, dat was ze. Ze is namelijk ontslagen. Omdat ze een boekje schreef over een mislukte onderwijsvernieuwing op haar school. Voor het College van Bestuur was dat een reden haar te ontslaan op grond van een „verstoorde arbeidsrelatie”. Van Manen vocht dat besluit aan en verloor, ook in hoger beroep.
 
Het heeft geen pas de uitspraak van de rechter ter discussie te stellen, zeker niet als het oordeel ook nog eens door een hoger rechtsorgaan wordt bevestigd. Rechters zijn professionals, zij weten hoe ze de wet horen te interpreteren, maar dat betekent dan wel dat er iets mis is met de bestaande wet- en regelgeving. Een politieke kwestie die aandacht verdient van parlement en minister. Onderwijs is namelijk van ons allemaal. En vanaf het moment dat leraren niet meer vanuit hun ervaring mogen schrijven over hun werk, brengt dit schade toe aan het beroep en het leren van kinderen op school.

Structureel kwaliteitsprobleem
Vijftig jaar terug was dit vonnis ondenkbaar. Het beheer van het onderwijs was toen in handen van de overheid. De leraren werden beloond conform de ambtenarenschalen. In de jaren negentig gaf de overheid het beheer over aan besturen. Vanaf dat moment noemen die besturen zichzelf werkgever, gedragen zich als een bedrijf en maken beleid. Kritiek op dat beleid is dan bevuilen van het eigen nest, dat ondermijnt het bedrijf, de verstoorde arbeidsrelatie komt in beeld en de rechter zet die instrumenteel om in ontslag.
Dit zou geen probleem zijn als het onderwijs van deze wijze van organiseren beter wordt, maar dat is helaas niet zo. Onderzoeken tonen keer op keer aan dat kinderen steeds minder leren op school. Het Nederlands onderwijs heeft een structureel kwaliteitsprobleem. Werkgevers zijn de probleemeigenaar en dus verantwoordelijk. Betrokken leraren die vanaf de werkvloer schrijven over wat er misgaat, zijn dan een kans op broodnodige verbetering. Doe er je voordeel mee, is het devies.
De berichten van de werkvloer dienen daarnaast een ander belang. Ze helpen leraren bij hun ontwikkeling in het beroep. Leraar is een ervaringsvak. Je wordt beter door doen en daarover nadenken vanuit een referentiekader dat is gevuld met wat we van het werk weten. Wetenschappelijk onderzoek verzamelt wat bekend is. Maar deze onderzoeken beslaan deelterreinen – effectieve instructie, motivatie, omgaan met verschil –, de leraar doet alles tegelijk. Precies dat maakt het werk complex. En dus heb je schrijvers nodig die de kloof tussen onderzoek en lespraktijk vullen met ervaringskennis. Excellente voorbeelden hiervan zijn de Ierse Amerikaan Frank McCourt en de Fransman Daniel Pennac. Beide oud-leraar en gerenommeerd schrijver. Hun boeken zitten vol met kritiek op vernieuwing en leiding. Tegelijkertijd heeft menig leraar ongelofelijk veel van deze ervaringsdeskundigen geleerd. Niemand haalde het in zijn hoofd ze te ontslaan.

Beroepsverbod
Echt, ik weet hoe het werkt. Na mijn laatste boek Het bezwaar van de leraar ging ik op zoek naar een andere betrekking. Ik heb ruime ervaring als leraar, met prima examenresultaten, werk daarnaast op een universiteit, heb lesmethodes gemaakt, vakdidactische boeken geschreven, werk met hoogleraren aan het vernieuwen en verbeteren van het curriculum en schrijf boeken en columns over de spanningen tussen beleid en werkvloer. Op geen enkele school werd ik voor een gesprek uitgenodigd. Schoolleiders hebben liever iemand met een kort cv. Paula van Manen overkomt hetzelfde. Iedereen kent haar, zij komt nooit meer aan het werk, zij heeft een beroepsverbod.
Politiek en bestuur tetteren ondertussen opgewonden over het kwalitatief en kwantitatief lerarentekort en de dalende leerresultaten. Ieder van hen die nu zwijgt, is medeschuldig aan het verval van het Nederlands onderwijs. Verval veroorzaakt door slecht bestuur. Verval door schuld.

Ton van Haperen - NRC / 23-4-2021
(Publicist, leraar en lerarenopleider aan de universiteit Leiden)


8. Column van: Martin Sommer (de Volkskrant)

Kijk maar uit met openlijke kritiek op de vernieuwing bij u op school

Paula van Manen is per 1 oktober ontslagen, met instemming van de rechter. Ze werkte als lerares op het ROC (…). Als je de waslijst aan klachten tot je neemt die de school aan de rechter voorlegde, dan deugt er weinig aan haar. Ze heeft een karakterprobleem, ze is niet discreet en niet loyaal, ze is arrogant, ze misbruikte haar positie in de OR, ze bezorgde haar collega-leraren gevoelens van onveiligheid en onbehagen.
Ik schrijf deze litanie uitgebreid op, omdat de rechter desondanks vaststelde dat Van Manen onvoldoende verwijtbaar gedrag kon worden aangerekend om te worden ontslagen. Toch moest ze weg. De arbeidsverhouding is zo verstoord dat er kennelijk geen redden meer aan was. Nu zit ze thuis, te wachten op het hoger beroep.
Paula van Manen (1968) werkte tien jaar als docent aan het ROC (…). Drie jaar geleden werd het onderwijs daar halsoverkop radicaal ondersteboven gegooid, en het zogenoemde gepersonaliseerde leren ingevoerd. Dat is een variant van het nieuwe leren, zoals er zoveel varianten zijn, van ‘ontdekkend leren’ tot ‘21ste-eeuwse vaardigheden’.

Voor de krant versloeg ik twaalf jaar terug de parlementaire enquête van Jeroen Dijsselbloem over de treurnis van allerlei onderwijsvernieuwingen. Een prominente rol was er voor het nieuwe leren, waarvan Dijsselbloem in zijn eindverslag weinig heel liet: niet gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek, geen bewezen opbrengst of aantoonbaar betere leerprestaties. Het nieuwe leren was een modieus voortbrengsel waarin de ene didacticus de andere napraatte.
Dijsselbloem of niet, de onderwijskaravaan trok verder, en zo was het gepersonaliseerde leren aan het ROC (…) een feest van herkenning. Naast haar lerarenbaan schrijft Paula van Manen kinderboeken. Ditmaal had ze zich toegelegd op een kroniek van het vernieuwingsavontuur, zonder de naam van het ROC of die van haar collega’s te noemen. Het boek staat vol hilarische en treurige taferelen.
Studenten hebben geen klassikaal onderwijs meer. Er zijn ‘leerpleinen’ waar ze het helemaal zelf mogen rooien. Er zijn geen leraren maar coaches die zich afwachtend opstellen, aangezien het onderwijs niet aanbod- maar vraaggestuurd moet zijn. Geen roosters, geen vakken, geen toetsen, geen cijfers, geen huiswerk. Geen regels maar ‘gedragsverwachtingen’.
Manager ‘Betty’, profeet en uitlegger van de nieuwe methode, vertrekt twee maanden na de start, op weg naar nieuwe uitdagingen. De leraren blijven ontredderd achter, zonder idee hoe of wat, met hun nieuwe ochtendritueel dat is afgekeken van de Japanse auto-industrie.
‘Hoe sta je erbij?’
‘Wil iemand nog een succesje delen?’
‘Dan gaan we nu naar de doelen.’
Wie positief is, krijgt een smiley. Eind van de middag voltrekt zich hetzelfde. Dat kost bij elkaar dagelijks een half uur en brengt Van Manen tot de vraag of ze hiervoor is opgeleid.
Studenten weten evenmin wat hun overkomt. ‘Wanneer krijgen we weer les?’, is de terugkerende vraag die de titel van het boek oplevert. Let wel, dit is een school voor mbo, met jongeren die vaak wel een stevige hand kunnen gebruiken. Veel allochtone studenten, die thuis niet altijd worden gestimuleerd. Deze adolescenten moeten zelf hun doelen formuleren en hun portfolio samenstellen. Bij Dijsselbloem, of bij de inspectie, had de ROC-directie kunnen teruglezen wat dit zoal oplevert.
 
Je zou denken dat Paula van Manen zegenrijk werk heeft gedaan met haar geestig-kritische boek. Maar in deze zachtetruienwereld waren er collega’s die zich ‘gekwetst’ voelden. De schoolleiding stelde haar op non-actief omdat ze haar ervaringen niet binnenshuis besprak maar publiek heeft gemaakt. Uit de processtukken stijgt het beeld op van een doortastende vrouw, iemand die zich niet eenvoudig van haar stuk laat brengen. De rechter gaf de school gelijk – niet vanwege het verwijtbare handelen van Van Manen, wel omdat de partijen samen niet verder kunnen. Dit mede in verband met de ‘toonzetting’ van de door Van Manen gevoerde correspondentie.
Paula van Manen had van tevoren aangekondigd dat ze een boek ging schrijven. Ze heeft namen en rugnummers gefingeerd. Haar gaat het om de vrijheid van meningsuiting. Ze wil geen klokkenluider zijn, aldus haar advocaat. Desondanks heeft haar positie daar intussen alles van weg. In theorie vindt iedereen klokkenluiders fantastisch, zeker als zoiets moois als de vrijheid van meningsuiting in het geding is. Maar dan komt de praktijk, staan er reputaties en inkomsten op het spel, en heeft de klokkenluider bij nader inzien een onmogelijk karakter. Van Manen kon vertrekken, met de habbekrats die transitievergoeding heet.
Ik weet niet wat erger is, een even taai als bizar onderwijsexperiment in een land waar 20 procent van de 15-jarigen niet fatsoenlijk kan lezen en schrijven; of het volautomatische gemak waarmee een rechter de kant van een machtige instelling kiest, tegenover de eenling die zich uitspreekt over een zaak die overduidelijk van publiek belang is.
 
P.S. De Tweede Kamer heeft naar aanleiding van deze affaire een motie aangenomen waarin staat dat docenten ‘ook buiten de muren van de school moeten kunnen meedoen aan het debat over de inhoud van hun beroep, zonder dat hun baan daarmee in gevaar komt’. Op naar de beroepsrechter.
 
Martin Sommer - Volkskrant.nl / 30-10-2020 (papieren krant: 31-10-2020)
(Columnist, journalist en politiek commentator van de Volkskrant)


9. Blog van: dr. Jan Drentje (Didactiefonline.nl –  website van het onafhankelijk
onderwijsvakblad) 

Loyaal aan het onderwijs

Over de vrijheid van meningsuiting van leraren - Het ontslag van docente Paula van Manen – u weet wel, de schrijfster van  het boek Wanneer krijgen we weer les? – over onderwijsvernieuwingen aan het ROC in (...) – zet rector Jan Drentje aan het denken. Tot goed werkgeverschap in het onderwijs behoort óók het waarborgen van de vrijheid van medewerkers om aan het publieke debat deel te nemen. En die vrijheid is nu geschonden.

In De staat van het onderwijs 2019 wees de onderwijsinspectie erop dat van nogal wat vernieuwingen onbekend is of ze wel aan betere onderwijsresultaten bijdragen: ‘Niet altijd is duidelijk waarom een school of opleiding kiest voor een bepaalde vorm van maatwerk, flexibilisering of proflering. Leidt het tot meer gemotiveerde of beter presterende leerlingen?’

Goede vraag. Leeropbrengsten voor lezen, schrijven en rekenen vertonen helaas al  jaren een dalende trend. Vernieuwingen moeten echt verbeteringen zijn. Anders is het zonde van de tijd en moeite. Bovendien: onderwijsvernieuwingen verhogen de werkdruk, vragen veel van leraren, doen vaak een beroep op hun idealisme - in een sector die toch al gekenmerkt wordt door een hoog percentage burn-outs.

Voor onderwijsconcepten als bijvoorbeeld ‘ontdekkend leren’ en ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ ontbreekt het aan een deugdelijke wetenschappelijke onderbouwing. Niet dat er voor leerlingen niets te ontdekken valt, maar nog steeds is klassikale instructie een van de meest effectieve onderwijsvormen. In landen waarin het concept ontdekkend leren de basis van het curriculum wordt, dalen doorgaans de onderwijsresultaten. Er is niets tegen het aanleren van vaardigheden, maar zonder een stevig kennisintensieve context komt dit neer op droogzwemmen. Onvriendelijker gezegd: het is een vorm van experimenteren met kinderen, waarbij het maar de vraag is of ze in hun latere leven met deze lessen kunnen blijven drijven.

Over het concept gepersonaliseerd leren schreef De Onderwijsraad een kritisch rapport. Onduidelijk is wat hieronder moet worden verstaan. Als iedere leerling een eigen onderwijsprogramma volgt, kan het effect zijn dat de samenhang in het onderwijscurriculum verdwijnt. Met grote gevolgen voor de samenleving. Ook kunnen vormen van ‘ieder wijs’ kansenongelijkheid vergroten, omdat juist leerlingen in achterstandssituaties gebaat zijn bij structuur en uitleg. Zeker als die leerlingen niet terug kunnen vallen op hulp thuis.

Kortom: genoeg redenen om kritisch te staan tegenover de invoering van vernieuwingen - zeker als die onderwijskundig, didactisch en leerpsychologisch onvoldoende onderbouwd zijn.

Uitrollen van onderwijsvernieuwingen
'Bezint eer gij begint’, dus: bereid vernieuwingen goed voor, verdiep je in de literatuur, zorg voor een invoeringstraject dat met de leraren wordt voorbereid. Helaas is dat maar al te vaak niet het geval en wordt het onderwijs een experimenteertuin. Zoals het geval was bij de opleiding (...) van het ROC (...).

Een vergaande vorm van zelfsturend, gepersonaliseerd leren werd daar op een achternamiddag tijdens een teamvergadering ingevoerd. Vervolgens was het een achtbaan voor studenten en leraren – met een mager onderwijsresultaat.

Dit proces is in reportagevorm beschreven door Paula van Manen, die tot haar recente ontslag voor 0.6 fte verbonden was aan die opleiding. In haar boek Wanneer krijgen we weer les? De opmerkelijke praktijk van gepersonaliseerd leren krijgt de lezer een inkijkje in hoe het er aan toe kan gaan in onderwijsland. Een bevlogen teamleider die de onderwijsvernieuwing pardoes invoert en vervolgens tussentijds van baan verandert. Het team achterlatend met de gebakken peren. Studenten die opgehokt zitten op leerpleinen waar ze elkaars haar doen en hun nagels vijlen. En moeite hebben om hun weekdoelen te bedenken en te evalueren. Vrijwel geen les meer, maar wel veel zelfreflectie. Over wat? Maar bar weinig studenten halen op tijd de eindstreep.
 
Ik vat het boek van Paula van Manen op een veel onvriendelijker manier samen dan de teneur van haar positief-kritische tekst. Zij toont zich namelijk steeds een loyaal medewerker, probeert er het beste van te maken. Voelt zich verantwoordelijk voor haar studenten en haar collega’s. Maar vraagt zich terecht af: is deze onderwijsvernieuwing wel in het belang van deze studenten met wie geëxperimenteerd wordt?
 
Het private versus het publiek belang
Als het ROC de schrijfster na het verschijnen van haar boek niet geschorst had – met onmiddellijke ingang, ze mocht haar spullen niet uit de leraarskamer halen – dan had ik niet geweten dat dit verhaal over de opleiding (...) in (...) ging. De tekst is volledig geanonimiseerd. Buitenstaanders kunnen niet weten om wie het gaat. Daarmee is het boek vooral een verhalend statement over dit type trial and error onderwijsvernieuwingen, gebaseerd op gebrekkige aannames. Dergelijke publicaties zijn van publiek belang: ze houden ons bij de les.

Maar: dat was niet de mening van het ROC. De schrijfster zou zich niet gehouden hebben aan de gedragsregels voor een goed werknemer: de noties van de vereiste discretie en loyaliteit zouden zijn geschonden. Natuurlijk: de tekst is uit het schoolleven gegrepen, ze maakt veelvuldig gebruik van gesprekken tijdens vergaderingen, maar zonder naam of toenaam te noemen. Het doel is niet personen of een instelling te beschadigen, maar een veelvoorkomende manier van onderwijsvernieuwing aan de kaak te stellen. Het is daarmee een belangrijk tijdsdocument.

Natuurlijk mag een onderwijsinstelling van een werknemer vragen discreet te zijn. Je hangt de vuile was niet zomaar buiten. Je vecht je conflict met de leiding niet in de krant uit. Je brengt niemand persoonlijk in diskrediet. Je realiseert je dat jouw kritiek de organisatie kan schaden. Maar: je bent als professional tegelijkertijd mede verantwoordelijk voor het onderwijs als zodanig. Onderwijs is weliswaar ondergebracht bij privaatrechtelijke stichtingen, maar is tevens van groot publiek belang. En juist dat publieke belang vraagt om vrije meningsvorming – die grondwettelijk is vastgelegd. Kritiek op onderwijsvernieuwingen gaat dan boven het private belang van de stichting uit. Al ben je wel eraan gehouden niet direct op de man/vrouw/jouw organisatie te spelen. Dus: je kiest een vorm die past bij dit publieke belang.

De uitspraak van de rechter
Inmiddels is Paula van Manen ontslagen. De rechter heeft het arbeidscontract op verzoek van het ROC ontbonden. Voor ontbinding is een redelijke grond nodig. Het ROC voerde een aantal gronden aan: disfunctioneren, verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsrelatie. Van disfunctioneren was volgens de rechter geen sprake, wel van verwijtbaar handelen omdat niet voldaan was aan de vereiste discretie en loyaliteit. Maar, ontslag werd verleend vanwege de verstoorde arbeidsrelatie.

In de uitspraak maakt de rechter weinig tot geen woorden vuil aan de spanning tussen het publieke belang van het boek en het private belang van de instelling. Er vindt nauwelijks een afweging plaats tussen de vrijheid van meningsuiting en het belang van de organisatie. De rechter gaat eraan voorbij dat vrijheid van meningsuiting geen beginsel is, maar een grondrecht. De reportage wordt niet geplaatst in de context van de onderwijsvernieuwingen waarover een nationaal debat plaatsvindt. De klacht van het ROC dat betrokkenen zich in de reportage kunnen herkennen en zich hierdoor geschaad/onveilig voelen, wordt kritiekloos overgenomen. Dat de tekst geanonimiseerd is, telt volgens de rechter niet. Ook niet dat een flink aantal collega’s zich solidair met de schrijfster heeft betoond.

Het oordeel is dat de schrijfster verwijtbaar jegens het ROC en een deel van de medewerkers heeft gehandeld. Maar toch vindt de rechter dit voorshands niet voldoende als ontslaggrond. Blijkbaar acht de rechter het handelen van Paula niet verwijtbaar genoeg. Voorshands dus, maar mogelijk zou dit in hoger beroep opnieuw kunnen worden gewogen. Het heeft er alle schijn van dat de rechter zich niet aan de complexe afweging tussen publiek en privaat belang heeft willen wagen.

Ontslag wordt domweg verleend op grond van het fenomeen van de verstoorde arbeidsrelatie. Opnieuw overigens zonder een uitgebreide motivering. De rechter verwijst hoofdzakelijk naar de manier waarop Paula van Manen zich verweert op haar website.

Op deze website staat normaal informatie over de kinderboeken van haar hand. Nadat Paula werd geschorst heeft ze hier een verweer geplaatst waarin ze haar recht van vrije meningsuiting opeist. Dat doet ze ook hier in keurige bewoordingen. Maar: ze stelt wel expliciet de handelwijze van het ROC aan de kaak. De toonzetting maakt volgens de rechter dat er geen begaanbare weg terug is. Dit is the easy way out: de werkgever schorst de werknemer, verklaart deze als persona non grata, de werknemer verweert zich scherp en verstoort daarmee de arbeidsverhouding. Exit Paula van Manen.

Gedragsregels voor goed werknemer- en werkgeverschap
De cao voor het MBO bepaalt in artikel 10.4 dat een werknemer een geheimhoudingsplicht heeft. Het arbeidsrecht bepaalt dat een werknemer zich als ‘goed werknemer’ moet gedragen. De wet vraagt echter ook van de werkgever goed gedrag. Wat behoort in deze context tot de gedragsregels voor goed werkgeverschap? Onderwijsbestuurders moeten zich realiseren dat de professionals niet alleen loyaal zijn aan de organisatie, maar ook aan het onderwijs als publiek goed. Dat hoort immers bij hun professionaliteit. In die publieke zin moeten zij van hun vrijheid van meningsuiting gebruik kunnen maken. Tot goed werkgeverschap in het onderwijs behoort dan ook het waarborgen van de vrijheid van medewerkers om aan het publieke debat deel te nemen – rekening houdend met een aantal spelregels zoals discretie en loyaliteit.
 
Gelet op de uitspraak van deze rechter en de verstrekkende gevolgen hiervan voor de werknemer, zou het goed zijn om een dergelijke waarborgplicht op te nemen in de codes voor goed werkgeverschap in het onderwijs. Dat dwingt bovendien de rechter om een expliciete afweging te maken tussen het publieke en het private belang. En: je mag van werkgevers in het publieke domein verwachten dat ze tegen een stootje kunnen. Vrijheid van meningsuiting leidt nu eenmaal niet tot het soort pr-teksten dat de dienst voorlichting en communicatie doorgaans produceert.
 
Voorshands kunnen kritische docenten echter maar beter geen al te gepersonaliseerde teksten schrijven over kwestieuze onderwijsvernieuwingen. Stel de zaak en het publieke belang centraal en zeg als er gedoe van komt tegen de werkgever geen onvertogen woord. Want de arbeidsverhouding is maar zo verstoord, zeker als de rechter een inhoudelijke weging van het grondrecht van vrije meningsuiting en het private belang van de instelling uit de weg gaat. Hoog tijd om de spelregels voor werkgevers en werknemers te verduidelijken, op een manier die het publieke debat over het onderwijs bevordert – waaraan Paula van Manen uiterst loyaal was/is.

Met dank aan het commentaar van mr. Yara Goessens, specialist arbeidsrecht bij Stellicher Advocaten Arnhem.
 
Dr. Jan Drentje - Didactiefonline.nl / 8-10-2020
(Blogger, publicist, rector, leraar en onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen)


10. Column van: Ton van Haperen (het Onderwijsblad / AOb)

Donkerder wordt het niet

Het is 11 september, ik rijd op de snelweg en mijn gedachten kleuren inktzwart. De Triggers naar deze stemming zijn twee mediaberichten: het ontslag van een collega die een boekje schreef en de benoeming van een pedagogen- slash onderwijskundigen-commissie die de leerinhoud van Curriculum.nu gaat legitimeren.
Paula van Manen is mbo-docent en schreef een boekje over gepersonaliseerd leren en het logisch falen op school daarvan. Leren is namelijk altijd gepersonaliseerd, maar gepersonaliseerd onderwijzen, met de huidige leerling-leraarratio, is fysiek onmogelijk en eindigt in chaos, altijd. Maar haar werkgever houdt niet van kritiek en dus moet die mevrouw eruit.
Nu mag in in dit land boekjes schrijven, de inhoud is bovendien uiterst braaf en dus hangt de kantonrechter het prijskaartje van de verstoorde arbeidsverhouding aan het ontslag, waarna de typische verlies-verliessituatie in werking treedt. Een feodale bestuurder mag met gemeenschapsgeld het Johnny Cash zinnetje 'I shot a woman in (...), just to watch her die' materialiseren, waarna een bevoegde leraar met een beroepsverbod thuiszit. Deze rechterlijke uitspraak geeft mij een onveilig gevoel. 
De procedure rond Curriculum.nu versterkt dat gevoel. Ik was bij de hoorzittingen in de Tweede Kamer met brede kritiek op de warrige en inconsistente beschrijving van wat kinderen gaan leren op school. Conclusie? Curriculum.nu behoeft een stevige inhoudelijke correctie van een commissie van wetenschappers. Maar in die commissie zit niemand met verstand van didactiek en inhoud, laat staan vakinhoud. Commissielid Gert Biesta is bijvoorbeeld pedagoog, opvoeding is grondwettelijk aan de school en of breuken nu wel of niet op de basisschool onderwezen moeten worden, daarvan heeft Biesta geen verstand. Deze commissie gaat inhoudelijk niks veranderen, de trein heeft het station verlaten, klassiek voorbeeld van verzonken kosten falen, type Betuwelijn, tjoek, tjoek. Maar in combinatie met een andere, schimmige, bevoegdhedencommissie betekent dit wel het einde van de middelbare school zoals we die kennen. Vakonderwijs, verzorgd door leraren die dat vak ook gestudeerd hebben, verdwijnt. De onderwijzer is het nieuwe rolmodel, de pabo-isering van het algemeen vormend onderwijs een feit.
Woedend gooi ik mijn auto op de linker weghelft, geef groot licht, toeter. Ik zit in een nihilistische reis naar het einde van de nacht. Het ontslag van Van Manen en de Curriculum.nu-bullshit leren me dat ik de overgang naar het ochtendgloren niet meer ga meemaken. Ik bivakeer in het donkerte. Tot het echt donker wordt.

Ton van Haperen - Onderwijsblad / oktober-nummer 2020
(Publicist, leraar en lerarenopleider aan de universiteit Leiden) 



11. Blog van: dr. Chris Aalberts (ThePostOnline.nl –  Nieuws- en opiniewebsite) 

Het waardeloze ROC (...) toont aan: kritische docenten verdienen bescherming

Ontslagen ROC-docent Paula van Manen verdient een baan en een standbeeld

Er is een ei gelegd. Zo begint het boek 'Wanneer krijgen we weer les?' van Paula van Manen. We bevinden ons denkbeeldig in een onderwijsruimte van ROC (…), waar ‘een inspiratieavond’ wordt gehouden. Achteraf, schrijft Van Manen, kan deze avond gezien worden als de start van een rigoureuze verandering van de pedagogische opleiding. Op het moment zelf is dat nog niet duidelijk, maar dat verandert al snel. Je hoort steeds vaker over gepersonaliseerd onderwijs, maar nu ‘kwam het ineens wel heel dichtbij’, schrijft Van Manen op sarcastische toon.
 
‘Wanneer krijgen we weer les?’ beschrijft de verbouwing van de opleiding waar Van Manen werkt. Teamleider Betty – niet haar echte naam – gaat aan de slag met een nieuwe visie en probeert draagvlak te creëren voor de onderwijskundige verandering. Die laat zich nogal makkelijk samenvatten: het klassikaal onderwijs wordt afgeschaft en studenten gaan op leerpleinen aan hun zelfgekozen leerdoelen werken met behulp van coaches. Zo leert iedereen op zijn eigen manier in zijn eigen tempo met zijn eigen opdrachten aan zijn eigen doelen. Aan de coaches – de voormalige docenten – de taak dat proces in goede banen te leiden.
 
Iedereen met enige ervaring in het onderwijs en een klein beetje kritisch vermogen weet: dit kan niet goed gaan. Ook Betty snapt dat: ze wacht de resultaten van het door haar gelegde ei niet af en is binnen de kortste keren vertrokken. Ondertussen stromen de leerpleinen vol met studenten die chips eten en YouTube-video’s bekijken en vooral niet aan hun doelen werken. De coaches hebben er al snel geen zicht meer op, het verloop onder het personeel neemt toe, studenten klagen dat ze niets leren, onvoorstelbaar veel leerlingen halen de eindstreep niet of niet op tijd en het management trekt zich in een ivoren toren terug.
 
Na dit boek is de belangrijkste vraag of ROC (…) überhaupt voldoet aan de meest minimale kwaliteitseisen. We lezen dat studenten doelen moeten halen voordat ze een examen kunnen aanvragen. Van Manen hanteert dat basale principe zelf wel, maar collega’s doen dat lang niet altijd. Daarmee valt de bodem onder het onderwijs weg: als de onderwijsdoelen niet behaald hoeven te worden, waarvoor heb je dan nog een opleiding? Nog zoiets: het is niet duidelijk hoe de doelen worden getoetst. Eigenlijk weet niemand dus nog of de opleiding überhaupt enig resultaat heeft opgeleverd en wat het diploma precies waard is.

Zoals de docenten nooit inspraak hadden in de invoering van dit onderwijssysteem, is er ook geen overleg hoe het nu loopt, terwijl de resultaten bar en boos zijn. Niet zo gek dus dat Van Manen er maar een boek over schrijft, want intern krijgen docenten geen gehoor. Van Manen doet dat netjes: in dit boek staat niet dat het over ROC (…) gaat, maar dat kwam natuurlijk al snel uit. Collega’s worden met pseudoniemen opgevoerd maar blijken zich toch in het verhaal te herkennen. Dat is natuurlijk nogal alarmerend: kennelijk is dit verhaal zeer waarheidsgetrouw.

Iedereen die zich afvraagt hoeveel zelfreflecterend vermogen ROC (…)  heeft, raadt het al: Van Manen zit thuis en zal worden ontslagen. Procedureel maakt ROC (…) daarbij nog fouten ook. Van Manen toont volgens ROC (…) ‘geen begrip voor wat haar opstelling met haar collega’s en een organisatie doet’. Laat die zin even bezinken. Van Manen krijgt naar eigen zeggen positieve reacties van collega’s. Ook uit het boek blijkt dat haar mening niet uniek is. Het gaat dus vooral om wat het boek ‘met een organisatie doet’. Lees: met het management van ROC (…), waar men een werkelijk desastreuze onderwijsvernieuwing doorvoerde.

Nu we in een tijd leven waarin allerlei standbeelden ter discussie worden gesteld en wellicht van hun sokkel worden getrokken, stel ik voor dat Paula van Manen er eentje krijgt. Bij voorkeur voor de hoofdingang van ROC (…), zodat collegevoorzitter (…) er elke dag met veel buikpijn langs moet lopen.
PVV-Kamerlid Harm Beertema heeft inmiddels Kamervragen gesteld. Volgens Beertema is de vrijheid van meningsuiting in het geding. Nou inderdaad, want als docenten binnen instellingen als ROC (…)  geen stem hebben en ook niet met kritiek naar buiten mogen treden, is het onderwijs overgeleverd aan incompetente managers die het onderwijs danig weten te verkloten. Volgens Beertema is er sprake van een klimaat van angst en intimidatie op de werkvloer. De minister moet volgens hem met de school in gesprek en de zaak moet worden onderzocht.

Zou het helpen? Bij de aankomende verkiezingen gaan heel veel partijen weer roepen dat het onderwijs beter moet, maar de werkelijkheid is dat de politiek bij de invoering van dit soort ‘innovaties’ – die zeer bepalend zijn voor de onderwijskwaliteit – niet aan zet is. De keuze voor ‘gepersonaliseerd onderwijs’ is gemaakt bij ROC (…) zelf en daar kwam geen politicus aan te pas. Zolang kiezers via de stembus geen invloed hebben op de ellende die onderwijsbestuurders hun studenten aandoen, is het minste wat we kunnen doen kritische docenten als Paula van Manen in bescherming nemen.
Omdat de kans groot is dat Van Manen de strijd om haar baan desondanks verliest, wordt het in ieder geval tijd voor dat standbeeld. Het adres: (…) in (…).

Dr. Chris Aalberts - ThePostOnline.nl / 27-06-2020
(Blogger, publicist, docent en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam)


 12. Opiniestuk van: dr. Paul Gellings (website: paulgellings.nl)

Onderwijsvernieling

Hoe desastreus onderwijsvernieuwing toch elke keer weer uitpakt. De leerling is het spoor bijster in een labyrint vol gebakken lucht, de docent mag rekenen op karaktermoord of ontslag als hij of zij zich kritisch uitlaat.

Zo is docente Paula van Manen ontslagen bij de onderwijsinstelling waar ze lesgaf omdat ze in een boekje haar kritiek speels gestalte heeft gegeven. De rechter heeft haar werkgever in het gelijk gesteld, er kwam een sterfhuisconstructie (een situatie waarin de zwakste van twee partijen het veld ruimt), en het wachten is op het hoger beroep van Van Manen. Hopelijk houdt ze het vol.
De zaak-Van Manen laat ook zien hoe weinig er geleerd wordt van fouten uit het verleden. Zelf heb ik als leraar voortgezet onderwijs in de jaren negentig te maken gehad met de Tweede Fase of het Studiehuis (sic). Het inmiddels bekende verhaal van de leerkracht als coach en de leerling die zelfstandig moest werken met planners of studiewijzers. Vooral voor literatuuronderricht de nekslag. Het aantal titels werd teruggebracht tot het minimum en er kwam een onmogelijk controlesysteem van leesdossiers. Verder moesten de leerlingen zelf hun liefde voor de letteren ontdekken, streng verboden klassikaal boeken te behandelen.

Het was een bezuinigingsmaatregel, maar er werd een onderwijskundig sausje over gegoten. Zelfstandigheid bij de leerling zou leiden tot een betere aansluiting op een universitaire studie. (Alsof je op de universiteit aan je lot wordt overgelaten.)

Er viel in die jaren niet te praten. Wie scepsis liet blijken, was ‘negatief’ in de ogen van zijn directie en de collega’s die er zich bijna dogmatisch aan verbonden. Je kon zelfs verklikt worden als je klassikaal lesgaf. Daarnaast kon je rekenen op een modderstroom aan verdachtmakingen, dossiervorming genaamd. Bijna was mij destijds hetzelfde als Paula van Manen overkomen als een bedrijfsarts niet sneller en slimmer was geweest dan de schoolleiding en een konkelende collega.
In die zin heeft Paula van Manen een kans, want kwade trouw is dom en log. Ik wens haar een succesvol hoger beroep toe.

Dr. Paul Gellings - paulgellings.nl / najaar 2020
(Schrijver, dichter, vertaler, oud-docent Frans en oud-onderzoeker aan de RU Groningen)


13. Opiniestuk van: drs. Ben Verkroost (BON: Beter Onderwijs Nederland)

Vrije meningsuiting

In een interview met Huub Philippens en mij (Vakwerk, mei 2016) zei D66 Kamerlid Paul van Meenen over het belang van burgerschapskunde in het onderwijs, dat het besef, dat wij in een democratie leven en dat democratie niet gratis is, in zijn jeugd sterker leefde dan tegenwoordig. “Middelbare scholieren van nu lijken te denken dat democratie net zo vanzelfsprekend is als de zon, die iedere dag  opkomt”. Dit democratische bewustzijn  en het besef van de kwetsbaarheid ervan lijken me  prima uitgangspunten, waarvan eigenlijk het hele onderwijs doordrongen zou moeten zijn.
Vorig jaar opende een leerling van een Schiedamse middelbare school een Instagram-account  tegen wat hij noemde “linkse indoctrinatie”.  Op allerlei manieren zouden in de lesstof politieke opvattingen aanwezig zijn, die als feiten verkocht worden. Kritiek daarop was volgens hem niet gewenst. Daarmee stelde hij eigenlijk impliciet de vraag aan de orde naar wat die vrijheid van meningsuiting inhoudt. Een kant en klaar liggende set van “linkse” opvattingen en overtuigingen of  de mogelijkheid daar anders over te denken dan gangbare en als correct gezien interpretaties.
Als ik het woord Forum voor Democratie of PVV laat vallen weet iedereen meteen waarover ik het heb. Veel mensen vinden dat met hen het fascisme onze samenleving weer komt
binnenmarcheren. Anderen vinden dat de kritiek op politieke kartels, op het denken over racisme en het onbespreekbaar maken van het vluchtelingenbeleid op zijn minst serieus moet worden genomen.
Vrijheid van meningsuiting betekent, dat verschillende opvattingen naast elkaar kunnen bestaan ook al zijn ze nog zo verschillend, desnoods fout in de ogen van de spraakmakende goegemeente. Eén van de misverstanden hierover is een veel voorkomende interpretatie van het onderscheid, dat de filosoof Berlin maakte tussen negatieve en positieve vrijheid. Het tekort aan positieve vrijheid, bij voorbeeld de scheve inkomensverdeling wordt gebruikt als een aantoonbaar tekort van de negatieve vrijheid, die dit probleem immers niet oplost. Met andere woorden: Erst kommt das Fressen, dan kommt die Moral”.  De negatieve vrijheid zit in die visie  de positieve in de weg. Het  bestrijden van sociaal en ander onrecht wordt niet als een aanvulling op de democratische vrijheidsrechten  gezien.
Een heel merkwaardige interpretatie geeft de politicoloog Oscar Donck in de Volkskrant van afgelopen maandag. Hij zegt, dat vrijheid iets anders is dan de gemakzuchtige, zalige positie van kunnen doen en laten waar je zin in hebt. ”Ik vind, dus ik mag”. Daarom zou volgens hem vrijheid om een constante herijking vragen en om genuanceerde discussies in plaats van alleen roeptoeteren. Volgens mij draait hij hier de zaak waar het om gaat precies om. Vrijheid van meningsuiting is nu juist het recht om te roeptoeteren en het willen herijken van dit recht is een gevaarlijke opening naar censuur en onvrijheid. Vrijheid van meningsuiting leeft van het verkondigen van onzin, humbug, onbewezen kletspraat en noem maar op. En veelal gaat het in discussies eerder om prestige dan om de waarheid. Het is niet anders. Natuurlijk zou je willen dat alle mensen wijs waren. Zoals de dichter Camphuysen in het bekende epigram zegt: Ach, waren alle mensen wijs en wilden daarbij wel, de aerd waer haar een  een Paradijs! Nu isse ze meest een hel. Dat bereik je niet door ze de mond te snoeren. Uiteraard is er de democratisch vastgestelde wet, die de vrijheid in bepaalde gevallen beperkt. Die wet houdt niet de beoordeling van de juistheid van een mening in maar is een kwestie van publieke moraal.  Je kunt mondkapjes dragen een onaanvaardbare inperking van je persoonlijke vrijheid vinden maar de meerderheid vindt de volksgezondheid in dit geval toch net iets belangrijker, dus heb je je er maar aan te houden. Sander Schimmelpenninck gaat in dezelfde krant nog een stapje verder. Hij vindt dat mensen alleen het recht op een mening hebben als ze die kunnen onderbouwen, het liefst met enige ter zake doende expertise. Het argument, dat meningen “onderbouwd” dienen te zijn  wordt in discussies nogal eens gebruikt hoewel het als bewijs voor een gelijk hebben totaal niet opgaat. Want wie bepaalt dat? Natuurlijk valt er met mensen, die niet open staan voor de feiten niet te discussiëren, maar het is toevallig  wel zo, dat mensen  heel verschillend tegen de feiten aan kunnen kijken en dat wat door de een als een heel sterke onderbouwing wordt gezien voor de ander maar een wrak fundament is.
In ieder geval heeft Paula van Manen met haar onderbouwde kritiek op het gepersonaliseerde onderwijs haar baan niet terug. Een geheel belangenvrije discussie zoals de filosoof Habermas voorstond bestaat waarschijnlijk alleen maar in theorie. We zullen het moeten doen met een zekere bereidheid naar elkaar te luisteren en een democratische instelling. Heel voorzichtig dient naar mijn mening omgegaan te worden met het in stelling brengen van het “fascistische gevaar”, hoe mooi de bezorgdheid daarvoor ook is. Schimmelpenninck schrijft: “Het idee dat een leugenachtige of lasterlijke onvolledigheid waarheid wordt, omdat een bepaalde hoeveelheid mensen, die verspreidt, was ooit de hoeksteen van het fascisme’. Wat wil hij hiermee nu eigenlijk zeggen?  Het fascisme kende volgens mij wel meerdere hoekstenen, zoals het falen van de politieke elites om met democratische oplossingen te komen. En je kunt ook zeggen, dat het fascisme een aanleiding zocht om onwelgevallige meningen te vervolgen en te smoren.  De uitleg in het onderdeel Burgerschapskunde, dat  democratische waarden niet vanzelfsprekend zijn, waaraan Paul van Meenen terecht zo’n groot belang  hecht, betekent ongetwijfeld niet, dat hij vindt dat alleen D66-opvattingen verkondigd mogen worden.

Drs. Ben Verkroost - Beteronderwijsnederland.nl / 19-09-2020
(Blogger, socioloog en oud-docent sociologie en arbeidsverhoudingen aan een hogeschool)


14. Blog van: drs. Ben Verkroost (BON: Beter Onderwijs Nederland) 

Een kritisch boek 

“Wanneer krijgen we weer les” heet het boek, geschreven door Paula van Manen. Dit keer geen lerarenroman met een aan de drank zijnde gefrustreerde hoofdfiguur, maar een kritisch en soms humoristisch verslag van twee jaar ploeteren met een plotseling ingevoerd nieuw onderwijsconcept. Van semester tot semester laat de schrijver de lezer meelopen in de tredmolen van onderwijsvernieuwing in de vorm van personalistisch leren en de poging van haar en haar collega’s om daar iets van te maken. En dat valt niet mee. Behalve dat het concept twijfelachtig is, moet men ook werken met onvoldoende middelen en plotselinge onnavolgbare beleidswijzigingen. Het verhaal is kritisch en soms ronduit sceptisch, maar nergens  negatief of vilein. De schrijver zoekt het waar mogelijk  eerder in  relativering en een milde humor. Zoals in een komische beschrijving van gedoe rond de hapjes op een zo geheten inspirerend avondje met het werkveld. Die stijl en benadering zorgen er  juist  voor dat de boodschap des te helderder binnen komt. De spanning van het verhaal zit hem niet in een abstract kritisch betoog over het nieuwe leren, dat weten we nu wel, maar in weergave van de vertwijfelde poging van leerkrachten, leidinggevenden en ook leerlingen om hier nog iets van te maken. De kritische toon slaat nergens om in negativisme of het afzeiken van mensen in welke positie dan ook. Dat maakt het allemaal heel voorstelbaar,  leerzaam en prettig leesbaar en de lezer mag zijn of haar conclusie trekken. Hier kun je wat mee, zou je zeggen.

De gevolgen voor de schrijver zijn dan ook buiten proportie. De schoolleiding zou juist blij moeten zijn met dit verhaal, maar dat blijkt helaas ook in dit geval een heel naïeve gedachte. Het zijn weer de lange bestuurderstenen, die beschadigd worden en het gevolg is de voorspelbare  formeel juridische reactie, deze beroepsgroep eigen. Onnodige reactie want hier heb je nu juist een heel competent kritisch verhaal uit de barre praktijk. En nog eens goed geschreven ook. Doe er je voordeel mee!

Drs. Ben Verkroost - Beteronderwijsnederland.nl / 15-06-2020
(Blogger, socioloog en oud-docent sociologie en arbeidsverhoudingen aan een hogeschool)


15. Opiniestuk van: Jaap Plaisier (de Volkskrant)

‘Gepersonaliseerd leren’ is de zoveelste belachelijke onderwijshervorming

Telkens weer menen lieden dat het in het onderwijs allemaal radicaal anders moet. Uiteraard zijn dat zelden docenten die fulltime voor de klas staan. Dat blijkt ook weer bij het ROC in (…), betoogt Jaap Plaisier.
 
Wat maakt een goede leraar? De meeste leraren weten het best. Een goede leraar vertelt aanstekelijke verhaaltjes, laat mooie plaatjes en filmpjes zien, zet aan tot denken, geeft duidelijke instructies, herhaalt belangrijke zaken, oefent belangrijke vragen en examens, heeft als het meezit humor, kan goed met kinderen omgaan et cetera. Het toeval wil dat een zestal Nederlandse en Belgische onderzoekers vorig jaar een boek uitbracht waarin wetenschappelijke studies naar effectiviteit in didactiek werden bekeken: Wijze lessen: 12 bouwstenen voor effectieve didactiek (Tim Surma).

Op basis van onderzoek uit de cognitieve psychologie en leereffectiviteitsstudies kwamen ze tot hun twaalf bouwstenen, ‘evidence-based’, waarmee capabele docenten zich gesterkt mogen voelen:
1. Relevante voorkennis wordt geactiveerd;
2. Bij uitleg worden voorbeelden gebruikt;
3. Zowel woord als beeld wordt ingezet;
4. Leerstof wordt in actieve werkvormen verwerkt;
5. Er is een duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie;
6. Er wordt ondersteund bij moeilijke opdrachten;
7. Oefeningen met leerstof worden in de tijd gespreid;
8. Er is afwisseling van oefentypes;
9. Er wordt feedback gegeven die tot denken aanzet;
10. Er wordt achterhaald of de hele klas het begrepen heeft;
11. Leerlingen wordt effectief leren aangeleerd;
12. Er wordt getoetst.

Een beginnende docent moet het allemaal nog onder de knie krijgen, een oudere docent zal wellicht te vaak uit het raam staren en mijmeren over zijn ondergewaardeerde leven. Maar dat deze bouwstenen de basis zijn voor effectief onderwijs, dat kan elke docent bevestigen. Dat klaslokalen, lessen en docenten daarbij onmisbaar zijn, dat spreekt voor zich. Toch zijn er telkens weer lieden die menen dat het allemaal radicaal anders moet. Uiteraard zijn dat zelden docenten die fulltime voor de klas staan, maar omhooggevallen managers of bureaucraten, of anders zweverige types die geen orde kunnen houden.
 
Gehakt
De commissie Dijsselbloem maakte in 2008 gehakt van de vele onderwijsvernieuwingen uit de vorige eeuw die zonder enige wetenschappelijke onderbouwing waren ingevoerd, met desastreuze gevolgen. Bastiaan Bommeljé somde ze laatst in de Volkskrant nog eens op: ‘Middenschool (mislukking), basisvorming (echec), studiehuis (fiasco), Tweede Fase (catastrofe), competentiegericht leren (cataclysme) en de liquidatie van de mavo voor het vmbo-debacle.’ Ongetwijfeld kunnen we er binnenkort aan toevoegen het leren in ‘leerstijlen’, het ‘differentiëren’, en de mythe dat een leerling ‘eigenaar’ moet zijn van zijn eigen leerproces. Modieus geklets dat men helaas overal aan moet horen, ook bij de Inspectie van het Onderwijs en op vele scholen, want het stikt nu eenmaal van de warhoofden in deze wereld.
Ondergetekende maakte op een school mee dat een ‘Commissie Didactiek’ een bekend filmpje van Ken Robinson (‘Do schools kill creativity?’ – meest bekeken TED Talk ooit) aan het docentenkorps liet zien en meldde dat het roer radicaal om moest. ‘De tijden veranderen, leerlingen veranderen, de maatschappij verandert’, zo werd ons verteld, en ‘Wij moeten ook veranderen, dat moet gewoon! We moeten minder gericht zijn op het hoofd, meer op hart en handen!’
Het ‘hoofd, hart en handen’-concept dat men wilde opleggen, was afkomstig van een van de vele onderwijsgoeroes uit de 19de eeuw. Het geklets van Ken Robinson is door wetenschappers inmiddels onderuitgehaald, want het tegendeel van zijn these is waar.
 
Naar de knoppen
Nu blijkt er dus een roc in ons land te zijn dat graag een generatie studenten naar de knoppen helpt. Namelijk het opleidingscentrum in (…). Ze hebben daar bedacht dat leerlingen voortaan ‘gepersonaliseerd’ moeten leren. Lessen werden afgeschaft, zo lazen we in deze krant, studenten leren zelfstandig aan leerdoelen, docenten zijn ‘leercoach’ geworden. In De Gelderlander lezen we: ‘In het schooljaar 2017-2018 werden voor vierhonderd studenten, onder meer in opleiding tot (…) en (…), voor het eerst klassikale lessen grotendeels ingeruild voor zelfstandig leren en flexibel werken.’ De docent die er een kritisch boek over schreef, Paula van Manen, is op non-actief gesteld.
Moge dit allemaal min of meer kloppen, dan is dat gezien de geschiedenis der onderwijshervormingen, en het belachelijke concept van ‘gepersonaliseerd leren’, uiteraard schandelijk. Zonder twijfel kan gesteld worden dat niet de docent maar de schoolleiding van het ROC te (…) op non-actief gesteld dient te worden. Een mooie taak voor het college van bestuur en de raad van toezicht aldaar. Als die een knip voor de neus waard zijn, doen ze dat nog deze week.

Jaap Plasier – Volkskrant.nl / 28-1-2020
(Columnist, publicist, docent aardrijkskunde en geograaf)


16. Blog van: dr. Pedro De Bruyckere (Onderzoekonderwijs.net - website van Blogcollectief
Onderzoek Onderwijs) 

"Wanneer krijgen we weer les?"

Vorige week ontstond deining over een kritisch onderwijsboek dat tot schorsing van de auteur Paula van Manen leidde. Het boek beschrijft de invoering van gepersonaliseerd onderwijs in een opleiding binnen het ROC waar de auteur werkt en is een echte sleutelroman. Het kost iemand niet veel moeite om Agora te herkennen als de 'Limburgse school met mooie kunstwerken' of Kunskapsskolan als het Zweede Pippi-model. De reden van de schorsing zou zijn dat zo makkelijk als je deze modellen kan herkennen, zo makkelijk de collega's ook zichzelf in het boek zouden terugvinden.
 
Want als de reden zou zijn dat de schrijfster te kritisch is, dan is dit mijns inziens onterecht. Ik vreesde vooraf een klaagroman te zullen lezen van een conservatieve leraar – het bestaat -, maar las in de plaats daarvan vooral een herkenbaar relaas over de invoer van een onderwijsaanpak met vallen en opstaan. Top-down beslissingen met een bottom up sausje, de vele goodwill bij docenten terwijl leerlingen en ouders meer moeite lijken te hebben met veranderingen waar ze niet voor gekozen hebben, en het vele, vele werk dat verandering kost. Oh, en de liefde voor de leerlingen, de enorme liefde en verantwoordelijkheid bij de docenten.
 
Gaandeweg wordt de kritiek in het boek groter. Niet omdat de auteur en haar collega’s er niet in geloofden, maar omdat plannen onverwacht veranderen, verantwoordelijken verdwijnen, de werkdruk loodzwaar wordt en… omdat ze zien hoe leerlingen ook maar mensen in ontwikkeling blijken die niet allemaal zo vlot met verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces leren omgaan. De twijfel wordt nog groter omdat men merkt dat de diepgang meer en meer verdwijnt en een steeds grotere groep leervertraging oploopt in ruil voor, tja, in ruil voor wat?
 
Het is geen wetenschappelijk boek, er zijn geen noten, geen afstand. Dat laatste is tegelijk de meerwaarde, het is een persoonlijk relaas van een onderwijsvernieuwing. Tegelijk is het een mooie waarschuwing voor mogelijke (denk)fouten die soms ook uit wetenschappelijke literatuur naar boven komen. Al raad ik het boek ook aan wetenschappers aan die mooie ideeën hebben.
 
De meest pijnlijke passage uit het boek voor mij is als de schrijfster vertwijfeld bedenkt dat zij en haar collega’s betaald worden om telkens twee keer per dag zelf en twee keer per dag met hun leerlingen over de gevoelens bij alles te praten bij een bordmoment met smileys, terwijl na een tijdje niemand echt nog weet waarom.
 
Het is misschien mijn persoonlijke dada aan het worden, maar mij valt in het boek op hoe er gemorst wordt met leertijd vanuit een naïef idee dat kinderen spontaan, intrinsiek gemotiveerd zullen beginnen leren als ze maar keuzes krijgen. De praktijk is dat in onderwijscurricula er soms dingen gewoon moeten waar leerlingen weinig in zien en dat dan de enige keuze wordt wanneer je iets doet. En dat kan tot uitstelgedrag leiden. Zeker als de verlokkingen van zaken die niks met leren te maken hebben op je laptop of die eeuwige telefoon, behoorlijk groot zijn en het vlees vaak te zwak blijkt.
 
Wie een schandaalboek verwacht, zal teleurgesteld zijn. Voor wie over onderwijs en onderwijsvernieuwing denkt, is het daarentegen wel degelijk een aanrader. En nee, het boek gaat echt niet over jou of jou… Echt niet…
 
Dr. Pedro De Bruyckere - Onderzoekonderwijs.net / 23-01-2020
(Blogger, publicist, docent en onderzoeker aan de Universiteit Leiden) 


Terug naar de startpagina: HOME