Interviews

1.Frank Hermans (de Gelderlander): Ontslagen roc-docent Paula van Manen: ‘Wat heb ik nou eigenlijk gedaan? Ik heb een boek geschreven’ 

2. Kaya Bouma (Volkskrant): Ontslagen mbo-docent Paula van Manen: geen docent durft zich nu nog uit te spreken
3. Patricia Veldhuis (NRC): ROC-docent Paula van Manen: 'Ik zag dit ontslag echt niet aankomen'
4. Ciska de Graaff (Schooljournaal / CNV): Een kijkje in de keuken van het gepersonaliseerd leren  

5. Arno Kersen (het Onderwijsblad / AOB): MBO-docent Paula van Manen: 'Alles werd op z'n kop gezet' 


Foto's
Boven: Fred van Diem; in opdracht van het Onderwijsblad / AOB
Onder: Angeline Swinkels; in opdracht van Schooljournaal / CNV


1. Frank Hermans (de Gelderlander) 

Ontslagen roc-docent Paula van Manen: ‘Wat heb ik nou eigenlijk gedaan? Ik heb een boek geschreven’  

(...) - Alsof ze acteerde in een Amerikaanse film. Zo voelde het die woensdag 2 december 2019. Ze moest van haar directeur van ROC (…) per direct het schoolgebouw verlaten. ,,Ik mocht geen afscheid nemen van collega’s en studenten. Persoonlijke spullen en mijn plantjes meenemen in een kartonnen doos zat er dus ook niet in.” 


Nu kan de doorgaans goedlachse pedagogiekdocent Paula van Manen er soms wel weer de humor van inzien. ,,Op dat moment vond ik het verschrikkelijk, ik voelde me als een crimineel behandeld. Het ergste vond ik het voor mijn studenten, die juist zo hard structuur en begeleiding nodig hadden en ineens hun mentor kwijt waren. Ik kon het gewoon niet geloven. Terwijl ik naar de uitgang liep, dacht ik alleen: wat heb ik nou eigenlijk gedaan? Ik heb een boek geschreven.” 


Wanneer krijgen we weer les?,  zo heette het epistel waarin zij haar persoonlijke ervaringen optekende met een nieuwe onderwijsmethode. Die was in september 2017 bij de opleiding Pedagogisch Werk geïntroduceerd. In onderwijsland was het van meet af aan een spraakmakende publicatie met volgens Van Manen ook tot haar eigen verbazing explosieve inhoud.
 
De schoolleiding kon haar werk niet waarderen, en besloot haar te schorsen en ontslaan. Na een slepend juridisch gevecht bevestigde de rechter vorige week in hoger beroep dat Van Manen terecht ontslagen is. De 52-jarige docent, sinds 2009 verbonden aan ROC (…), is onthutst: ,,Kennelijk mag je in Nederland ontslagen worden als je een kritisch boek schrijft.” 

‘Wanneer krijgen we weer les?’ móest geschreven worden. Waarom?
“Ook ik was bij aanvang in 2017 nog enthousiast toen ik de filmpjes zag over ‘gepersonaliseerd onderwijs’. Leerlingen staan centraal, studenten worden zelf eigenaar van hun leerproces. Maar de praktijk bleek weerbarstiger. Er was geen klassikaal onderwijs meer, maar de studenten zaten met zo’n honderd man kriskras door elkaar op ‘een leerplein’. Ze keken de hele dag door filmpjes, appten, aten en dronken, vlochten elkaars haren, sliepen en tussendoor werd ook nog wel eens wat geleerd. Al snel was duidelijk dat je 16- tot 21-jarigen niet volledig kunt loslaten. Nu moet je weten dat een groot deel van de scholen in Nederland bezig is met gepersonaliseerd onderwijs. Scholen vernieuwen zich helemaal gek, terwijl daar ook zorgen over zijn. De onderwijsinspectie zegt ook: breng eerst basisvakken als lezen, schrijven en rekenen op orde, kijk naar aanpakken die zich al bewezen hebben. Het is maatschappelijk relevant, dus ik dacht: ik ga mijn leerervaringen aanbieden aan al die scholen door een realistisch inkijkje te geven achter de schermen. Zodat iedereen ervan zou kunnen leren.” 


U hing de vuile was buiten, althans in de beleving van de schoolleiding. ROC (…) zei: ‘Van een docent verwachten wij dat hij of zij allereerst de professionele dialoog aangaat binnen het team’.
“Nou ja, ik heb opgeschreven zoals het was. De situatie was niet zo mooi, en het werd alleen maar slechter in de loop van twee jaar dat ik het boek schreef. Toen de eerste lichting moest afstuderen, bleek dat veel studenten ernstige vertraging hadden opgelopen. Er stopten studenten voortijdig. De slagingspercentages waren lager dan we in jaren gehad hadden. Met wat voor bagage gaan ze dadelijk naar het vervolgonderwijs, dacht ik ook. Het ging me aan het hart. Dat ik daarover niet de professionele dialoog ben aangegaan is pertinent niet waar. Tijdens studiedagen, teamvergaderingen, in workshops, met mails aan de teamleiding en directie: op alle terreinen heb ik mijn zorgen geuit. Dat was allemaal voorafgaand aan publicatie van het boek.” 


De kantonrechter was het eens met de schoolleiding en verweet u een gebrek aan discretie en loyaliteit. Met name omdat u collega’s ook nog eens herkenbaar had opgevoerd. 

“Dat wordt tegengesproken door tal van opinies die ik nu lees over mijn rechtszaak en boek. Neem hoogleraar Nederlandse Letterkunde Jos Joosten van de Radboud Universiteit. Die zegt dat ik ‘opmerkelijk loyaal en positief’ schrijf over mijn collega's. Ik hou ook helemaal niet van boeken waarin mensen op een beschadigende manier worden neergezet, dat heb ik koste wat kost willen voorkomen door gefingeerde namen te gebruiken. Ik heb heel bewust niet gesproken over ROC (…). Met mijn naam was op Google geen enkele link te vinden met mijn school. In interviews die ik over het boek gaf met onderwijsbladen, is mijn instelling niet genoemd. Niet het boek heeft de belangstelling van de journalisten getrokken. Dat waren de schorsingen en het ontslag. Qua discretie moet je dan ook niet naar mij kijken, het is het college van bestuur dat steken heeft laten vallen.” 


De rechter wijst op de cao, een verbintenis waarmee je maar een beperkte mate van vrijheid hebt om werkgerelateerde kwesties naar buiten te brengen.
“Het opmerkelijke is dat ik een jaar voordat het boek uitkwam, toestemming heb gevraagd aan directie en college van bestuur. In een mail heb ik geschetst dat het over mijn ervaringen zou gaan over het gepersonaliseerde onderwijs en dat ik ook kritische noten zou kraken. Ik ben onderwijskundige, vanuit die achtergrond vond ik het razend interessant wat er allemaal gebeurde. Mijn teammanager zei wel nog: ‘Pas je op met de privacy, dat je geen namen gaat noemen’. Verder kreeg ik juist aanmoedigingen, ook de manager communicatie reageerde enthousiast. Dat de rechter daar volledig aan voorbij is gegaan, vind ik zo teleurstellend. Mijn ontslag gaat verder dan mijn eigen situatie. Ik heb geprobeerd een bijdrage te leveren aan een maatschappelijk debat over onderwijsvernieuwingen. Als dan het resultaat is dat je wordt ontslagen, is dat een ernstige aantasting van de vrijheid van meningsuiting.” 


Met zo'n boek maak je geen vrienden?
“Niet elke instelling, weet ik nu, kan even goed omgaan met kritische docenten. Kritiek kun je ook zien als een cadeautje, een gratis advies om dingen te verbeteren. Gelukkig zijn er naar aanleiding van mijn boek ook studiedagen belegd op ROC (…) en is er meer structuur voor de studenten gekomen. Maar toen was ik al weggestuurd. In plaats van de dialoog aangaan, werd ik al bij het eerste gesprek geschorst en buitenspel gezet. Een maatregel die ook de rechter veel te abrupt en ernstig verwijtbaar vond en mij in hoger beroep alsnog een vertrekregeling heeft opgeleverd van  40.000 euro. De insteek is geen moment geweest om tot een oplossing te komen. In plaats daarvan werd ik in de processtukken door ROC (…) afgeschilderd als iemand met een gigantisch bord voor haar kop. Er is bewust karaktermoord gepleegd, schandalig. Terwijl achttien van de vijftig  docenten van het team nog wel openlijk een steunverklaring hebben geschreven voor mij. De meesten waren neutraal. Alleen de teammanagers en een handjevol collega’s hadden moeite met mijn boek. Ik had het er graag met ze over willen hebben, maar die kans heb ik niet gekregen.” 


Zou u, met de kennis van nu, ook dat boek hebben geschreven?
“Ik zou, ook nu ik weet dat ontslag het gevolg is, weer precies hetzelfde doen. Waar je voor staat, moet je uitdragen. Juist die vrijheid van meningsuiting is voor mij wel een dingetje. Als student was ik om die reden al lid van Amnesty International. Gelukkig wist ik toen nog niet dat ik ooit ontslagen zou worden vanwege het schrijven van een boek. Dat had ik niet geloofd.” 


Hoe nu verder?
“Ik heb sinds oktober vijftig keer gesolliciteerd, vooral op banen in het onderwijs. Volgens mij is er werk genoeg, maar ik ben tot toe overal afgewezen. Ik weet het niet, maar misschien durven scholen het niet aan om met mij in zee te gaan. Zijn ze bang dat ik over de situatie op school een boek ga schrijven. Zolang ik niks heb, kan ik veel wandelen en fietsen. Ik ga misschien een nieuw kinderboek schrijven in de Sanne-serie die ik schrijf sinds 2003. Maar het liefst wil ik toch weer werken op een school. Onderwijs is mijn passie.”

 

Frank Hermans / de Gelderlander / 1-5-2021
 
NB Dit interview is op 1 mei 2021 ook in de papieren krant verschenen met de kop 'Wat heb ik nou eigenlijk gedaan?' 


2. Kaya Bouma (Volkskrant) 

Ontslagen mbo-docent Paula van Manen: geen docent durft zich nu nog uit te spreken

Paula van Manen schreef een boek over het gepersonaliseerde onderwijs dat werd ingevoerd op de mbo-opleiding waar ze werkte. ‘Het was chaotisch. De zakken chips lagen op tafel, studenten zaten te appen, films te kijken.’ Inmiddels is ze haar baan kwijt.

De eerste dag dat Paula van Manen geen docent meer was maar ‘leercoach’, had ze geen flauw idee wat er van haar werd verwacht. Het was zomer 2017 en met het ingaan van het nieuwe studiejaar hadden Van Manen en haar collega’s een compleet nieuwe rol gekregen.


De opleiding pedagogisch werk aan het ROC (...) stapte dat jaar over op gepersonaliseerd leren. Van Manen, op dat moment zo’n tien jaar werkzaam op de mbo-instelling, had weleens gehoord van gepersonaliseerd onderwijs. Ze wist dat veel scholen overstappen op dit hippe onderwijsconcept, en dat de precieze invulling verschilt.


Bij de opleiding pedagogisch werk zouden studenten voortaan ‘eigenaarschap’ krijgen over hun ‘leerproces’, kregen docenten vooraf te horen. Regels maakten plaats voor ‘gedragsverwachtingen’. Lessen werden afgeschaft; in plaats daarvan zouden studenten zelfstandig leerdoelen behalen. Docenten werden leercoaches en gaven voortaan geen cijfers meer, maar een kleur.


Wat het in de praktijk zou betekenen? Van Manen had geen benul. ‘Ik was onvoldoende voorbereid. Deze onderwijsvernieuwing werd veel te snel doorgedrukt.’


De 52-jarige Van Manen, naast docent ook auteur van een reeks kinderboeken, besloot een boek te schrijven over de overstap en de chaos die volgde. In 2019 verscheen ‘Wanneer krijgen we weer les?’ In het boek wordt de naam van de onderwijsinstelling niet genoemd. Namen van collega’s en studenten zijn gefingeerd.


Toch zit Van Manen al ruim een jaar thuis. Ze werd na het verschijnen van haar boek geschorst en uiteindelijk ontslagen. Niet vanwege het boek dat ze schreef, zegt ROC (...), maar vanwege de onrust die het boek veroorzaakte onder medewerkers. Van Manen ziet dat anders. ‘Ik heb een boek geschreven en vervolgens werd ik ontslagen. Mijn vrijheid van meningsuiting is veel te gemakkelijk opzij geschoven.’


Maandag deed het gerechtshof in Arnhem uitspraak in het hoger beroep dat de docent had aangespannen. Het ROC (...) kreeg gelijk. De docent mocht ontslagen worden, op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Nu de definitieve uitspraak er ligt, wil Van Manen voor het eerst haar verhaal doen.


Waarom praat u nu pas met journalisten?

‘Vlak na het verschijnen van mijn boek heb ik interviews gegeven aan twee onderwijsbladen. In die stukken werd de naam van het ROC (...) niet genoemd. Toch werd het me zwaar aangerekend door de schoolleiding.’


Waarom?

‘Niks negatiefs over de school mag naar buiten komen. Ik had verteld dat het niet goed liep met het gepersonaliseerde onderwijs, dat het ondoordacht was ingevoerd. Dat viel niet lekker. Ik werd rond diezelfde tijd geschorst, dus ik besloot me verder stil te houden. Alles kon tegen me worden gebruikt.’


Waarom wilde u dit boek schrijven?

‘Ten eerste omdat het een maatschappelijk relevant onderwerp is. Veel scholen zijn bezig met gepersonaliseerd onderwijs. Ik wilde een kijkje achter de schermen geven. En ik wilde de situatie voor studenten en leerlingen verbeteren. Ik hoopte dat andere scholen zouden leren van hoe het bij ons liep.’


Want het ging niet goed?

‘Toen ik voor het eerst over de plannen hoorde, vond ik het prachtig klinken. Studenten die zelfstandig aan hun eigen doelen zouden werken: wauw, dat had ik zelf ook gewild. De praktijk bleek weerbarstig. Docenten werkten langs elkaar heen. We liepen elke dag tegen iets aan dat van te voren niet goed was uitgedacht. Studenten hoefden ineens geen lessen meer te volgen. Er was geen rooster. Geen regels. Je was steeds studenten kwijt, want ze mochten in eerste instantie zelf weten waar ze gingen zitten.’


Wat vonden studenten ervan?

‘Die klaagden over de onduidelijkheid. Ze vroegen ook vaak: wanneer krijgen we weer les? In het tweede jaar kregen we leerpleinen. Daar wil ik andere scholen echt voor waarschuwen. We zaten soms met bijna honderd studenten in één ruimte. Het was nogal chaotisch. Studenten moesten zelfstandig aan hun eigen doelen werken. Sommigen deden dat, maar er gebeurden ook een heleboel andere dingen. De zakken chips lagen op tafel, studenten zaten te appen, films te kijken.’


Wat deed dat met het onderwijs?

‘Toen we nog les gaven, kregen studenten uitgebreid les over bijvoorbeeld ontwikkelingspsychologie, of ze leerden hoe ze een kind moesten observeren. Nu moesten studenten die kennis zelf opdoen via de doelen die ze moesten behalen, bijvoorbeeld door het maken van een werkstukje, een poster, of een vlog.

‘Het probleem was: er waren zoveel doelen dat studenten vaak alleen het minimaal benodigde deden. Ze Googleden wat bij elkaar. Toen studenten na een paar maanden stage gingen lopen, bleek dat een probleem. Ze moesten bijvoorbeeld een kind observeren, maar ze hadden geen idee hoe dat moest. Het viel mij keer op keer op: de basiskennis ontbrak bij studenten.’


Het gepersonaliseerde onderwijs werkte niet, vond u.

‘Nee. Ik maakte me grote zorgen over de kwaliteit van ons onderwijs. Ik wil bestuurders daarom oproepen goed na te denken voor ze zoiets invoeren. Bij ons gebeurde het te rigoureus. Toen de eerste studenten binnen dit concept hun examen moesten halen, hadden we een relatief laag slagingspercentage. Van de studenten op mbo-3 niveau was er één die direct slaagde, de rest liep te ver achter.

‘De Onderwijsinspectie waarschuwt scholen al jaren om vernieuwingen stapje voor stapje in te voeren. Om geen concepten uit te proberen die niet bewezen zijn. Toch kiezen bestuurders nog steeds voor dit soort vernieuwingen.’


Waarom?

‘Ze hollen elkaar achterna. Die ene school heeft het, dus wij moeten ook. Intussen gaat het niveau van leerlingen achteruit. Scholieren lezen, spellen en schrijven steeds slechter. Zelf denk ik weleens: moeten we niet eens aan onderwijsveroudering doen? Gewoon weer goed lesgeven. Dáár kunnen scholen in uitblinken.’


Als het allemaal zo slecht liep bij jullie, waarom hebben docenten zich dan niet verzet?

‘Tja, dat is lastig. Deels is het omdat je het nieuwe onderwijsconcept toch het voordeel van de twijfel wil geven. Maar er was ook angst. Kritiek werd door een aantal collega’s uitgewisseld op fluistertoon. Je kunt voor je gevoel niet overal tegenin gaan, anders lig je eruit.’


Heeft u zelf kritiek geuit? Of was u alleen kritisch in uw boek?

‘Ik heb regelmatig dingen aan de orde gesteld. Ik voelde ook dat er een grens was. Het was mij heel duidelijk dat het management wilde dat dit experiment zou slagen. Na onze afdeling moest gepersonaliseerd onderwijs verder worden uitgerold.

‘Nadat ik geschorst werd, hoorde ik van collega’s: ik zou ook wel wat willen zeggen, maar ik heb een hypotheek die ik moet betalen, ik durf het niet aan. Daarom baal ik ook ontzettend dat de rechter zo makkelijk is meegegaan in die verstoorde arbeidsverhouding. Nu durft geen docent zich nog uit te spreken. Dat zie ik al gebeuren op Twitter: kijk hoe het is afgelopen met Paula van Manen, zeggen leraren tegen elkaar.’


In de Tweede Kamer is naar aanleiding van uw zaak wel een motie aangenomen die de minister oproept om de positie van leraren te versterken. Die is nu te zwak ten opzichte van het bestuur.

‘Ik hoop dat er iets gaat veranderen. Het is hard nodig.’


De rechter oordeelde dat uw vrijheid van meningsuiting ‘op geen enkele manier’ is ingeperkt door ROC (...).

‘Daar ben ik het niet mee eens. Ik heb een boek geschreven, kijk hoe het is afgelopen.’


Vooraf hebt u aangekaart dat u een boek ging schrijven. Dat mocht van de schoolleiding, al werden er wel voorwaarden gesteld. Zo mocht u de naam van het roc niet noemen. Ook moest u voorkomen dat relaties met collega’s of studenten ‘op scherp’ zouden komen te staan.

‘Daarom heb ik ook geen enkele naam genoemd in mijn boek. Trouwens: grenzen aan de vrijheid van meningsuiting mogen alleen bij wet worden bepaald, niet door een school.’


Toch voelden collega’s zich gekwetst door de manier waarop ze in het boek beschreven werden.

‘Ik vind het heel vervelend als mensen dat zo hebben ervaren. Het vreemde is: zelf heb ik nooit een klacht gehoord. De eerste vijf weken na de publicatie heb ik gewoon gewerkt. De sfeer was goed, collega’s vonden het boek prachtig.

‘Pas van de directie hoorde ik later dat er ook collega’s waren die zich gekwetst voelden. Ik vraag me af of dat altijd vanuit hen zelf kwam, of dat ze zeiden wat de directie graag wilde horen. Veel collega’s hadden een tijdelijk dienstverband, ze waren afhankelijk.’


Nu liggen de rechtszaken achter u. Wat gaat u nu doen?

‘Mijn hart ligt in het onderwijs, daar zou ik graag door willen. Dan moet er wel een bestuurder zijn die het met mij aandurft, na wat er gebeurd is. Ik weet niet of ik die ga vinden.’


Kaya Bouma / De Volkskrant / 22-4-2021
 
NB Dit interview is op 23 april 2021 ook in de papieren krant verschenen met de kop 'Het werkt niet, maar na mijn ontslag houdt iedereen zich stil'. 

3. Patricia Veldhuis (NRC) 

ROC-docent Paula van Manen: ‘Ik zag dit ontslag echt niet aankomen’

Ze schreef een kritisch boek over vernieuwing aan het ROC en verloor haar baan. Terecht, oordeelde de rechter in hoger beroep.

‘Het is zó fijn dat ik na anderhalf jaar weer vrijuit kan praten”, zegt docent Paula van Manen halverwege het interview. Ze had geen spreekverbod, maar tijdens de juridische strijd met haar voormalige werkgever, het ROC (…), werd alles wat ze zei „tegen haar gebruikt”.

De strijd is nu voorbij. Maandag deed de rechter uitspraak in het conflict tussen de docent en het ROC. Dat begint als Van Manen eind 2018 een kritisch boek publiceert over haar ervaringen met een nieuwe onderwijsmethode aan het ROC. Van Manen gebruikt in haar boek Wanneer krijgen we weer les? weliswaar gefingeerde namen, maar collega’s herkennen zichzelf en een aantal van hen doet beklag bij het bestuur van de school. Van Manen wordt geschorst, mediation mislukt en de kantonrechter bepaalt in september dat de school haar mag ontslaan vanwege de verstoorde werkverhouding.
In hoger beroep haalt Van Manen maandag bakzeil. Het ontslag was terecht, volgens de rechter. Haar boek heeft de arbeidsverhoudingen zo ernstig verstoord dat terugkeer niet realistisch is. Ze krijgt wel een vergoeding van 40.000 euro, omdat het ROC „ernstig verwijtbaar” heeft gehandeld door haar meteen te schorsen.

Ze werd wakker met een kater, zegt Van Manen (52) dinsdagochtend. „En niet van de drank.” Ze noemt de uitspraak teleurstellend. „Ik had een meer principiële uitspraak verwacht. De rechter gaat voorbij aan het belangrijkste punt: de vrijheid van meningsuiting.”

Vrijheid van meningsuiting is de rode draad in de juridische strijd tussen Van Manen en het ROC (…). Mag een docent een boek schrijven over haar ervaringen in het onderwijs? Natuurlijk, vindt het ROC (…), maar niet als ze daarmee haar collega’s beschadigt. Daar verschuilt het ROC zich achter, vindt Van Manen. Of, zoals haar advocaat Wouter Pors het formuleert tijdens het hoger beroep op 3 maart: „We stonden hier niet als het ROC de inhoud van het boek leuk had gevonden.”

Terug naar het begin. Paula van Manen, behalve docent ook schrijver van kinderboeken, geeft al tien jaar les bij de opleiding Pedagogisch Werk aan het ROC als daar in augustus 2017 gepersonaliseerd onderwijs wordt ingevoerd. Reguliere lessen worden afgeschaft en leerlingen zijn voortaan zelf verantwoordelijk voor hun ‘leerdoelen’. Van Manen is nieuwsgierig naar deze vorm van onderwijs, zegt ze. „Maar ik dacht ook: wat gaan we nu eigenlijk dóen?”

U had geen idee wat de onderwijsvernieuwing inhield?
„Nauwelijks. Gepersonaliseerd onderwijs is een containerbegrip. Het wordt op veel scholen ingevoerd, maar overal gebeurt het net even anders. Bij ons zouden studenten op een zelfgekozen manier en tempo aan hun leerdoelen moeten werken. Het ging om ‘zelfsturing’ en ‘eigenaarschap’ – ook zo’n jeukterm. Waar het op neer kwam was dat we van het ene op het andere moment geen klassikale lessen meer mochten geven. Studenten zaten in ‘leerpleinen’ achter hun laptops en mijn collega’s en ik waren voortaan geen docenten, maar coaches.”

Wat vonden studenten daarvan?
„Die hadden vaak geen idee wat ze moesten doen. Het was erg vrijblijvend allemaal. Er gebeurden ook wel goede dingen hoor, maar de zin van sommige vernieuwingen ontging mij volkomen. We mochten studenten ineens geen cijfers meer geven, bijvoorbeeld. In plaats daarvan moesten we ze elke tien weken een kleur geven.”

Wat was het idee daarachter?
„Geen idee. Cijfers worden misschien gezien als pedagogisch onverantwoord? Ik vind cijfers wel duidelijk, eigenlijk. We moesten voortaan ook elke dag openen en afsluiten met een sessie voor een whiteboard. Dan moest ik mijn studenten vragen: hoe sta jij erbij vandaag? Zij mochten dan kiezen uit een lachende, een neutrale en een sip kijkende smiley. En dan turven hoeveel sippe smileys er waren, om te meten hoe studenten zich voelen. Tja.”

Wat was het effect van de onderwijsvernieuwing?
„We merkten al na een paar maanden dat er een gebrek aan kennis ontstond. Bij stages bleken basisvaardigheden op het gebied van observeren en rapporteren niet op orde. Studenten liepen vertraging op. Als docenten zetten we alle zeilen bij, maar dat jaar kregen veel minder studenten hun diploma. Van de studenten op mbo-3 niveau was er maar één die direct slaagde. De rest was of gestopt of vertraagd.”

U besloot om er een boek over te schrijven. Waarom ging u niet met uw kritiek naar het bestuur?
„Ik heb heel vaak kritische vragen gesteld, bij studiedagen, in teamoverleggen. Er werd niet voldoende mee gedaan. Door op te schrijven wat ik meemaakte, hoopte ik dat de situatie voor onze studenten zou verbeteren én dat het leerzaam zou zijn voor andere scholen.”

Volgens het ROC heeft u zich niet loyaal opgesteld en zijn uw collega’s beschadigd door het boek.
„Ik was heel lang héél loyaal. Ik heb precies gedaan wat er van me werd verwacht. Bovendien: ik heb er geen geheim van gemaakt dat ik dat boek ging schrijven. Ik heb het netjes gemeld bij de directie en ze wensten me veel succes. De eerste weken na verschijning was er geen vuiltje aan de lucht. Daarna werden mijn collega’s uitgenodigd om zich met hun klachten te melden bij de directeur. Dat dit uiteindelijk tot mijn ontslag zou leiden, heb ik echt niet aan zien komen.”

Heeft u begrip voor het feit dat sommige collega’s ongelukkig waren met uw boek?
„Jawel. Maar weet je: het is enorm groot gemaakt. De kritiek is gebruikt door het ROC om mij weg te krijgen. Ik was te lastig, daar ben ik van overtuigd.”

Heeft u achteraf spijt van uw boek?
„Nee! Ik ben er nog steeds heel trots op. Al die onderwijsvernieuwingen, daar heb ik mijn buik van vol. Je ziet het nu weer gebeuren. De basisvaardigheden van leerlingen hollen achteruit en wat wil de Onderwijsraad? Een brede brugperiode. Wat mij betreft kappen we met die ongebreidelde vernieuwingsdrang en gaan we weer gewoon goed lesgeven.”

Wilt u weer aan de slag als docent?
„Daar ga ik me de komende tijd op beraden. Eerst maar zien of er een onderwijsbestuurder is die het met mij aandurft.”

Patricia Veldhuis / NRC / 20-4-2021 (website) / 21-4-2021 (papieren krant)
 

NB Dit interview is op 21 april 2021 ook in de papieren krant (NRC Handelsblad) verschenen met de kop 'Ik zag dit ontslag echt niet aankomen'. 

4. Ciska de Graaff (Schooljournaal / CNV) 

Een kijkje in de keuken van het gepersonaliseerd leren

‘Wanneer krijgen we weer les?’ is een vraag die Paula van Manen de afgelopen twee jaar vaak kreeg van haar studenten op het roc. Haar school voerde twee jaar geleden gepersonaliseerd leren in op de pedagogische opleidingen; een trend waar veel onderwijsinstellingen hun heil van verwachten. Maar het boek dat ze erover schreef zal menig plannenmaker achter de oren doen krabben.

14 DECEMBER 2019 - TEKST CISKA DE GRAAFF - REDACTIE SCHOOLJOURNAAL / CNV


Gepersonaliseerd leren lijkt een toverwoord in het onderwijs: de vrije keuze voor leerlingen op welke manier en in welk tempo ze werken aan hun leerdoelen. De congressen over deze onderwijsvernieuwing vliegen je om de oren, want gepersonaliseerd leren heeft de toekomst. Op het roc van orthopedagoog, onderwijskundige en kinderboekenschrijfster Paula van Manen, werd dit idee ook ontdekt en na een nieuwsbrief, inspiratiebijeenkomst en een paar benen-op-tafelsessies ingevoerd. Van Manen beschrijft dit proces in Wanneer krijgen we weer les? De opmerkelijke praktijk van gepersonaliseerd onderwijs. Bordsessies, growth mindset, leercoaches, hoe’tjes, flappen, coachen op zelfregulatie, leerdoelen, leerpleinen, positive behaviour support, studentenarena, critical friends; het deed allemaal z’n intrede op de school. Twee keer per dag een bordsessie bijvoorbeeld, waarbij elk teamlid de vraag krijgt: hoe sta je er vandaag bij? En dat je dan een keuze moet maken tussen een lachende, neutrale of een sippe smiley. ‘Wanneer krijgen we weer les?’ is een vraag die Paula van Manen de afgelopentwee jaar vaak kreeg van haar studenten op het roc. Haar school voerde twee jaar geleden gepersonaliseerd leren in op de pedagogische opleidingen; een trend waar veel onderwijsinstellingen hun heil van verwachten. Maar het boek dat ze erover schreef zal menig plannenmaker achter de oren doen krabben.


Hoe'tjes

‘Ik weet niet precies wanneer ik dacht: nú ga ik hier een boek over schrijven. Het was niet één moment of één gebeurtenis, meer een opeenstapeling’, vertelt Van Manen, roerend in haar koffie. ‘Ik wist dat wij iets unieks meemaakten als team: de overgang van klassikaal onderwijs naar iets nieuws. Ik ben zeker niet tegen onderwijsinnovaties, maar daarvoor moet je wel een aantal stappen doorlopen.’ Ze somt op: voldoende draagvlak creëren, het team meenemen in de besluitvorming, een uitgewerkt plan hebben, alle betrokkenen goed voorbereiden op de nieuwe rollen, voldoende tijd nemen voor de invoering, stapsgewijs opbouwen. ‘Wij gingen in één klap over naar het nieuwe systeem, van volledig klassikaal naar volledig niet-klassikaal, zonder goede voorbereiding voor het team en zo’n vierhonderd studenten.’ Vanaf dat moment kregen de leerlingen geen klassikale lessen meer. Ze begonnen de schooldag in een zogenaamde stamgroep, waarin de plannen voor die dag besproken werden. Daarna gingen ze zelfstandig aan de slag. Met een vaste leercoach bespraken ze wekelijks hun vorderingen, de doelen en de manieren (de hoe’tjes, zoals een poster, vlog, werkstuk of fotoserie) waarop ze die bereikten. De doelen en vorderingen werden bijgehouden in een logboek en later in een digitaal plan- en volgsysteem.


Waan van de dag

Vanaf het begin was er hier en daar scepsis in het docententeam, beschrijft Van Manen in haar boek. ‘Maar je werd continu in beslag genomen door de waan van de dag, dus je had weinig tijd om te reflecteren of je af te vragen of het wel goed ging. Je zou het misschien niet verwachten als leerlingen zelf de regie krijgen over hun leerproces, maar de werkdruk is flink toegenomen sinds het gepersonaliseerd leren.’ In het tweede jaar laten de studenten van zich horen in een evaluatie. Ze zijn niet tevreden, geven aan dat ze te veel zwemmen en vragen zich af wanneer ze weer les krijgen. Ook het team evalueert de vernieuwing en schrijft er grote vellen papier, de zogenaamde flappen, over vol. Maar belangrijker nog: de resultaten van studenten gaan achteruit, zo is te merken aan het aantal studenten dat binnen de gestelde tijd een diploma haalt. ‘Vooral bij mbo niveau 3 is dit schrikbarend,’ zegt Van Manen. ‘Ik heb nog nooit zo veel zogenaamde verlengers meegemaakt.’

Verplichte workshops

Ondanks de onvrede en scepsis bij een deel van de studenten zet de school door met gepersonaliseerd leren. ‘Er is wel in dit derde jaar een ontwikkeling ingezet naar meer structuur en aanbod’, vertelt Van Manen, ‘en daar ben ik blij mee. De leercoaches merkten dat studenten hiaten kregen in hun kennis en vaardigheden. Daarom er is aangedrongen op meer verplicht aanbod voor hen en daar is uiteindelijk naar geluisterd. Studenten gaan nu elke dag verplicht naar een workshop.’ Met een lach: ‘Nee, dat zijn geen lessen, die term is op de een of andere manier helemaal uit; het zijn lezingen of trainingen.’


Sturing

Zelf werkt ze dit jaar ook anders dan voorheen. ‘Ik trek het me erg aan dat studenten, vooral van niveau 3, zo achterop zijn geraakt en ik doe nu alles om ze naar die eindstreep te helpen. Daar gaat veel werk inzitten. Ik wil niet dat zij de dupe worden. Het is een mooi streven hoor, regie houden op het eigen leerproces, maar veel studenten zijn daar niet aan toe. Ze hebben sturing nodig en die geef ik ze, punt.’ Van Manen is niet tegen gepersonaliseerd leren. ‘Nee helemaal niet, maar gepersonaliseerd leren is een containerbegrip, dat je op honderd manieren in kunt voeren. Ik hoop dat andere scholen hun voordeel met dit boek kunnen doen, dat ze weten waar ze op moeten letten als ze gepersonaliseerd leren gaan invoeren. Laat je studenten zwemmen, dan komt het met een deel niet goed. Ik denk dat het voor mbo’ers zeker mogelijk is, maar dan zul je het gestructureerd neer moeten zetten, met duidelijke sturing en begeleiding. En gooi niet meteen alle lessen overboord, want die zorgen voor een stevige basis.’

Wanneer krijgen we weer les? De opmerkelijke praktijk van gepersonaliseerd onderwijs. Paula van Manen. Uitgeverij Scriptum. Prijs: €17,50, ISBN:9789463191760.

NB Dit interview is ook op papier verschenen in het december-nummer 2019 van Schooljournaal (CNV) met de kop 'Wanneer krijgen we weer les? Een kijkje in de keuken van het gepersonaliseerd leren'.

5. Arno Kersen (het Onderwijsblad / AOB 

Mbo-docent Paula van Manen: ‘Alles werd op z’n kop gezet’

De rigoureuze invoering van een gepersonaliseerd onderwijsconcept op een mbo-school voor pedagogische opleidingen stelt het team op de proef. Docent annex ‘leercoach’ Paula van Manen schreef er een boek over: een persoonlijke vertelling vol wonderlijke anekdotes.


3 DECEMBER 2019 - TEKST ARNO KERSTEN - REDACTIE ONDERWIJSBLAD / AOB

Het begon allemaal met een inspiratiebijeenkomst. Tussen dozen met pizza’s hoorden de teamleden, verantwoordelijk voor de pedagogische opleidingen op een groot roc, de manager die avond voor het eerst vertellen over haar zoektocht naar een nieuw onderwijsconcept. Na afloop van een brainstormsessie hingen de muren vol mindmap-vellen met ideeën en gedachten. Die bijeenkomst in het voorjaar van 2016 vormde achteraf gezien het startschot voor een rigoureuze verandering van het onderwijs.

Mbo-docent Paula van Manen beschrijft in haar boek ‘Wanneer krijgen we weer les?’ hoe de invoering van een onderwijsvernieuwing het team en de studenten op de proef stelt. Iets meer dan een jaar na de pizza-sessie is het zover. De eerste- en tweedejaarsgroepen krijgen niet langer klassikaal les, maar ‘gepersonaliseerd onderwijs’. Flexibel leren, meer maatwerk, zo luiden de slogans.
Er zijn dan nog veel vragen over de uitwerking van het concept en de praktische invoering. Een ding is duidelijk: alles wordt anders. Studenten werken zelfstandiger, bepalen hun eigen studietempo, pendelen tussen verschillende lokalen en delen zelf hun pauzetijden in. Docenten heten opeens leercoach en lokalen worden leerpleinen. Elke dag begint en eindigt met een ‘Hoe sta jij erbij?’-rondje: iedereen geeft met een emoticon z’n gemoedstoestand aan. De vernieuwing lijkt geïnspireerd door het hippe, maar ook bekritiseerde Zweedse ‘maatwerk’-concept Kunskapsskolan, al wordt die naam in het boek niet genoemd.

“Ik ben zeker geen tegenstander van onderwijsvernieuwingen”, vertelt Van Manen. “Maar als je een ander concept gaat invoeren, moet je daar goed over nadenken.” Van haar studie onderwijskunde, lang geleden, herinnert ze zich de voorwaarden voor een geslaagde onderwijsvernieuwing nog goed. “Voldoende draagvlak creëren, je team meenemen in het besluit. Een gedegen voorbereiding met een volledig uitgewerkt implementatieplan en daar voldoende tijd voor nemen. Een geleidelijke invoering, in eerste instantie met een beperkte groep studenten. Aan geen van de voorwaarden is bij ons voldaan. Alles werd op z’n kop gezet. Vierhonderd studenten kregen er tegelijk mee te maken. Je kunt wel nagaan dat dat de nodige problemen met zich meebrengt.”


Didactiek

In haar boek beschrijft Van Manen hoe docenten grip proberen te krijgen op het nieuwe onderwijs. Ze lopen steeds tegen nieuwe problemen en hindernissen aan. Zo moeten ze voor studenten tientallen leerdoelen en subleerdoelen aftekenen, maar is niet duidelijk hoe ze die moeten beoordelen. Als die doelen zijn gehaald mogen studenten hun examen aanvragen. Maar sommige collega’s laten studenten hun examen al aanvragen terwijl er nog leerdoelen openstaan. “En dan komen studenten verhaal halen, logisch: waarom mag ik nog niet starten met mijn examens en mogen studenten bij een ander dat wel? Leg dat dan maar eens uit.”

Met de invoering van gepersonaliseerd onderwijs is ook haar eigen functie veranderd. Docenten van de praktijkgerichte vakken gaan voortaan als leercoach door het leven. “Als docent was ik vooral met kennisoverdracht bezig en met didactiek. Als coach ben ik nu veel meer aan het begeleiden. Ik heb gewoon een andere baan gekregen. Op zo’n verandering moet je je personeel heel goed voorbereiden.”
Het boek beslaat een periode van drie schooljaren: het voorbereidingsjaar, het eerste jaar na invoering en het tweede. Na de strubbelingen in het eerste invoeringsjaar worden er in de zomer van 2018 een aantal aanpassingen doorgevoerd. Zo moet er meer ruimte komen voor workshops, die een verdieping vormen van het onderwijsaanbod. Docenten – pardon: leercoaches – zouden die op basis van hun eigen expertise aanbieden, maar dat komt mede door tijdgebrek onvoldoende van de grond. Op nieuwe leerpleinen werken meerdere groepen tegelijkertijd aan verschillende opdrachten, wat met veel studenten wel rumoerig is. Een onderdeel waarbij studenten op een creatieve manier leerdoelen kunnen halen, met een poster, vlog of fotoserie, verdwijnt nu juist uit beeld.

Het gevolg van de veranderingen is dat studenten nog nauwelijks achter hun laptop zijn weg te slaan, signaleert Van Manen. De ‘gepersonaliseerde’ beroepsopleiding is een vorm van laptoponderwijs geworden. En wat haar nog het meest zorgen baart: veel studenten lopen vertraging op. Met name de studenten die in hun eerste jaar nog klassikaal onderwijs kregen, laten van zich horen. “We willen weer gewoon les”, klinkt de oproep.

“Het zou heel verstandig zijn geweest om het eerste jaar grondig te evalueren en van daaruit verbeteringen door te voeren”, zegt Van Manen. “Dat is niet wat ik heb zien gebeuren. Sommige dingen werden overboord gegooid en nieuwe dingen werden ingevoerd, opnieuw zonder goede voorbereiding. Er zijn ook mooie kanten aan het onderwijs. Maar ik zie helaas genoeg studenten die dreigen te verzuipen.”

Intussen moeten de medewerkers, zo’n vijftig in getal, bij de start van het tweede jaar genoegen nemen met een nogal krappe personeelsruimte. Het team ondergaat alle veranderingen gelaten. Frustratie wordt vaak niet hardop uitgesproken. Wanneer de manager die de onderwijsvernieuwing invoerde al snel naar een nieuwe uitdaging vertrekt, blijven medewerkers in verbazing achter. “Ik vond het vreemd dat zij zo snel vertrok. Pas een paar weken later, toen ik collega’s een-op-een peilde, bleek dat ik helemaal niet alleen stond met mijn gedachten.” Deels is dat misschien de cultuur in het team, denkt ze. Maar er is ook een praktische verklaring. “De tijd ontbreekt om je er heel druk om te maken. De werkdruk is enorm hoog. Iedereen wordt in beslag genomen door de waan van de dag.”


Kinderboeken

Van Manen (51), geboren en getogen in Zoetermeer, werkt inmiddels ruim twintig jaar in het mbo op roc’s in verschillende delen van het land. Ze stapelde een schoolcarrière: mavo, mbo, hbo en universiteit, waar ze orthopedagogiek en onderwijskunde studeerde. In 1989, na de overstap van mbo naar hbo, richtte ze een speciale studentencommissie op die overbodige overlappingen aankaartte en hbo-opleidingen wist te bewegen om vrijstellingen in te voeren.

Niet lang daarna vocht ze tegen de “asociale” eigen bijdrage die haar hogeschool bovenop het collegegeld vroeg voor allerlei basisvoorzieningen. Op het schild gehesen door de Landelijke Studentenvakbond stapte ze naar de rechter. Ze kreeg nul op het rekest en ging vervolgens in hoger beroep tot aan de Hoge Raad – ook tevergeefs. Van Manen belandde in de schijnwerpers van landelijke media. “Ik doe dit niet voor mezelf. Ook door andere hogescholen worden nog steeds eigen bijdragen verplicht gesteld”, motiveerde ze in 1992 haar strijdlust in Trouw.

Vanuit diezelfde motivatie besloot Van Manen, die eerder een serie kinderboeken schreef over de belevenissen van een jonge turnster, ongeveer een jaar geleden dat ze haar ervaringen met de onderwijsvernieuwing wilde opschrijven. “De invoering van een nieuw onderwijsconcept is razend interessant om mee te maken”, aldus de onderwijskundige. Het resultaat ligt sinds oktober in de winkel: een persoonlijke vertelling vol wonderlijke anekdotes. “Is het een objectief boek? Nee, dat is het nooit als je een ervaringsboek schrijft. Het is mijn waarheid, zoals ik die heb beleefd. Van verschillende collega’s die mijn boek gelezen hebben, krijg ik terug dat ze het herkenbaar vinden. Vooral van de mensen die het hele proces vanaf het begin hebben meegemaakt.”

Haar teammanager, de sectordirecteur en een bestuurslid lichtte ze naar eigen zeggen vorig najaar in over haar plannen. De tekst heeft niemand vooraf ingezien. Van Manen heeft er bewust voor gekozen de naam en plaats van de instelling niet te noemen – de school is bij de redactie bekend. Het gaat om de casus, zegt ze. Ze wil de school ook geen slechte publiciteit bezorgen. Toch houdt ze er rekening mee dat niet iedereen op school haar het boek in dank zal afnemen.

“Dat heb ik ingecalculeerd. Dit belang overstijgt het belang van één school. Het is een maatschappelijk relevant onderwerp. Ik hoop dat andere scholen lessen kunnen trekken uit mijn ervaringen en er hun voordeel mee doen. En wat voor mij persoonlijk een grote drijfveer is: ik hoop de situatie voor studenten te verbeteren.”

Wanneer krijgen we weer les? Paula van Manen. Scriptum, €17,50

NB Dit interview is ook op papier verschenen in het december-nummer 2019 van het Onderwijsblad (AOB) met de kop 'MBO-docent beschrijft mislukte innovatie van binnenuit'. 


 

Terug naar de startpagina: HOME