Opiniestukken

30. J. Jeronimoon: Zorg voor Onderwijs: De column van Jeronimoon

29. Dr. T. Bastings: Zorg voor Onderwijs: Ton Bastings

28. Drs. C.S. van Praag: Ontslagen vanwege gezond verstand

27. Prof. dr. R.W. Kreis: Medisch specialisten in dienstverband, de emotie voorbij 

26. Mr. T. Slotema: Werknemer schorsen? Pas op voor een billijke vergoeding
25. C. Berghoef: Open brief aan Paula van Manen, schrijfster van 'Wanneer krijgen we weer les?'
24. Dr. A. Verbrugge e.a.: Zaak-Paula van Manen: Onze brief aan de raad van toezicht van ROC (...)

23. Dr. B. Bouhuijs: Je mag in Nederland ontslagen worden als je een kritisch boek schrijft
22. Mr. M. de Witte-van den Haak e.a.: Een boek schrijven: reden voor ontslag?!
21.  A. Truijens: De ontslagen mbo-docent Paula van Manen is een dappere krijger
20. M. van Schijndel: Ben jij een loonslaaf opbouwwerker, of een gewaardeerde dwarsdenker?

19.  T. van Gelder: Hoe zit het met de professionele autonomie van de docent?
18.  Prof. dr. J.H.T. Joosten: "Hoe sta je erbij?"

17.  Dr. C. Aalberts: Laat de politiek bij onderwijsvernieuwing alsjeblieft naar de docenten luisteren

16.  T. van Haperen: Kritische en betrokken leraar wordt kaltgestellt
15.  Mr. B.D. Meijer: Ernstig verwijtbare non-actiefstelling, hoge schadevergoeding voor werknemer
14.  E.J. Groeskamp: Onderwijsvernieuwing
13.  Prof. dr. mr. E. Verhulp: NOOT bij beschikking Rechtbank Gelderland d.d. 8-9-2020 

12.  M. Sommer: Kijk maar uit met openlijke kritiek op de vernieuwing bij u op school
11.  H. Beertema: Onderwijsbegroting  
10. Dr. J. Drentje: Loyaal aan het onderwijs 
9.   T. van Haperen: Donkerder wordt het niet
8.   Dr. C. Aalberts: Het waardeloze ROC (...) toont aan: kritische docenten verdienen bescherming 
7.   Dr. Paul Gellings: Onderwijsvernieling
6.   Drs. B. Verkroost: Vrije meningsuiting
5.   Drs. B. Verkroost: Een kritisch boek 
4.   J. Plaisier: 'Gepersonaliseerd leren' is de zoveelste belachelijke onderwijshervorming
3.   Dr. P. De Bruyckere: "Wanneer krijgen we weer les?"
2.   H. Beertema: Veiligheid op school
1.    Dr. P. De Bruyckere: Het Streisand effect in het onderwijs 


30. Column van: Jesse Jeronimoon (BON - Beter Onderwijs Nederland)

(NB Deze column is uitgesproken in het kader van het BON-symposium 2021 'Zorg voor Onderwijs' en staat op beeld, te vinden op de website van BON en op YouTube)

Zorg voor Onderwijs: De column van Jeronimoon

Wat mij vooral opviel bij het begin van de coronacrisis waren de bestuurders, kamerleden, ministers, ceo's en ambtenaren die de mond vol hadden van: en nu moeten we doorpakken. Wat er doorgepakt moest worden, wie er moest doorpakken en waarom er doorgepakt moest worden, werd niet helemaal duidelijk, maar het klonk toch heel doortastend. 

De tijd dat die wist dat hij zou komen, was er eindelijk: de tijd van doorpakken. Ook de bedenkers en het aanverwante opportunistische gilde van anti-klassensysteem, anti-docenten voor de klas, anti-alles wat maar enigszins ruikt naar het oude onderwijs, vonden dat het tijd was om door te pakken. Corona kwam als een godsgeschenk uit de hemel vallen. Doorpakken... 

De dorre onderwijswoestijn met zijn vracht aan zelfgenoegzame overbodige docenten moest worden omgetoverd tot een vruchtbare technologische oase. Eindelijk, eindelijk na zo veel jaren werd het ineens mogelijk om al hun bij elkaar gesprokkelde theorieën en theorietjes over leren en onderwijs, studeren op maat en in eigen tempo, en met behulp van de meest geavanceerde technologie, want dat zal de toekomst zijn, zonder die eigenwijze docenten. Op een onverwacht gouden presenteerblaadje werd de mogelijkheid tot eindeloos experimenteren aangeboden. De natte droom van de computergekkies zal zich nu in volle omvang over het onderwijs ontplooien en geen Paula van Manen zal dat tegen kunnen houden. 

In een vloek en een zucht werden de online leerplannen uit de kast getrokken.  Niet het simpele flippen van de classroom, ook niet de technologische onderwijsleerpleinen, niet meer die alziende spiedende ogen van de docent, er moest doorgepakt worden. Online. Het credo: evangelie en toekomstgericht onderwijs van de 22ste eeuw zal nu eens en voor altijd gestalte krijgen. Dat hiermee in één en dezelfde klap ook het lerarentekort zou worden opgelost, dat was meer dan mooi meegenomen. Docenten werden er fijntjes op gewezen dat ze zich al jaren hadden kunnen voorbereiden met skype en zoom en Facebook en werden voor de leeuwen en de computercamera geworpen. Binnen de kortste keren bleken de systemen niet te voldoen, wat dat ook mag wezen, en bleek onze jeugd uit te blinken in het zichzelf laten verdwijnen. Het resultaat van dit alles: 2020 en 2021 gaan de geschiedenisboeken in als de jaren met de minst waardevolle diploma's, verontruste ouders die zich afvroegen of games ook bij het curriculum hoorden en belangrijk, héél belangrijk: acht-en-een-half miljard om de leerachterstanden weg te werken in de komende twee jaar. 

Ondertussen blijkt het niveau van lezen en rekenen in het basisonderwijs niet onder te doen voor het niveau van de laagst geletterde landen. We bungelen tegenwoordig ergens achteraan in het rijtje Europese landen en de vraag is of de volgende minister ook een aantal miljarden kan lospeuteren uit de schatkist om dit probleempje op te lossen. Misschien was het een goed idee geweest om die honderden miljoenen die ondertussen in de bodemloze put van Curriculum.nu zijn gegooid te investeren in het lees- en rekenonderwijs. 

Elke zichzelf respecterende docent weet dat onderwijs vooral een sociaal gebeuren is, een directe interactie tussen leerling en docent, tussen lerende en expert, face tot face, maar dan zonder beeldscherm ertussen. Elke zichzelf respecterende docent weet wanneer er doorgepakt moet worden om die ene leerling te behoeden voor een examenuitglijder, en voor elke zichzelf respecterende docent is een diploma met één vak minder hetzelfde als een computer zonder beeld: waardeloos. 

Voor Beter Onderwijs Nederland was het al jaren duidelijk: ons onderwijs is een puinhoop. Een pandemie was nodig om dit duidelijk te maken. Laten we hopen dat een volgende minister van onderwijs niet gaat doorpakken, maar aanpakken.
 
Jesse Jeronimoon - website van Beter Onderwijs Nederland (BON) / 24-06-2021  

(Docent op een ROC, publicist, schrijft onder pseudoniem columns bij BON) 



29. Column van: Dr. Ton Bastings (BON - Beter Onderwijs Nederland)
 

(NB Deze column is uitgesproken in het kader van het BON-symposium 2021 'Zorg voor Onderwijs' en staat op beeld. Ton Bastings behandelt een 8-tal thema's uit de bekende roman Bint van Bordewijk. Alleen het thema 'Onderwijsvernieuwing' wordt hier weergegeven. De volledige column is te vinden op de website van BON en op YouTube) 

Zorg voor Onderwijs: Ton Bastings

(...)

Dan kom ik nu uit bij het tweede thema uit Bint, dat is het onderwijs veranderen. BON wil goed onderwijs en dat wil iedereen, en daar kan niemand iets op tegen hebben. BON wil het onderwijs dus veranderen en de vraag die direct hieruit voortvloeit is: bij wie of liever waar moeten we eigenlijk zijn om ons onderwijs te veranderen. BON kiest duidelijk de weg van de politiek, maar is dit wel de juiste weg? Directeur Bint wilde het onderwijs ook veranderen, maar hij had weinig vertrouwen in die politiek. Als er geen andere politieke belangen speelden, werd zijn school volledig genegeerd en doodgezwegen. Onderwijs kwam op het tweede plan en onderwijsgeld werd net zoals nu niet aan onderwijs, maar aan gebouwen besteed. Bint omschrijft zijn school als een (?) dat hij met zijn leerlingen moest uitwonen. Maar elders waren de scholen als paleizen met geglazuurde tegelwanden, rubbervloeren, sommige met een gemetseld aquarium of met een palmenkas. 

Overschatten we nu niet de macht en de invloed van de politiek op ons onderwijs en zijn er geen andere machtsblokken die op hun beurt de politici in hun zak hebben? Omdat het nieuwe leren zich ook in andere landen manifesteert, ga je denken aan internationale krachtvelden met economische belangen. Ik denk dat het raadzaam is om de veldentheorie van Pierre Bourdieu toe te passen op ons onderwijs. De onderwijsvelden in kaart brengen en het onderzoeken van de belangenverstrengelingen van machtsblokken. Het is een hels karwei, maar het laat zien hoe de hazen werkelijk lopen. Bordieu deed dat uitvoerig in zijn standaardwerk Les Règles de l'art, oftewel de regels van de kunst. Hij toont daarin aan welke belangenverstrengelingen van invloed zijn in de culturele sector, met name in de literatuur. Wil je echt zorgdragen voor onderwijs, dan is een dergelijk diepgravend onderzoek een eerste vereiste. 

Als je uitgaat van de jaarlijkse Inspectierapporten en de PISA-onderzoeken, dan kun je niet anders concluderen dat ook de politiek geen enkele invloed heeft op de kwaliteit van ons onderwijs, de huizenhoge beloftes ten spijt. Ga alle onderwijsministers van de laatste decennia maar na, er is he-le-maal niets terechtgekomen van al hun beloftes. Het meest significante voorbeeld is natuurlijk het rapport van Dijsselbloem. De leraren zouden bij de onderwijsveranderingen betrokken worden. Maar op het moment dat het rapport uitkwam, werd in het mbo het competentieleren gewoon ingevoerd. Niks inspraak. En op de dag van vandaag hebben wij, ondanks de toezegging van Dijsselbloem, bij onderwijsvernieuwingen nog altijd helemaal niets in te brengen. En als je meedenkt en kritisch bent, word je ontslagen, zie Paula van Manen. 

Directeur Bint wilde vanwege maatschappelijke problemen het onderwijs veranderen. De maatschappij werd begin jaren dertig geteisterd door de wereldwijde economische crisis en die crisis betekende een catastrofe voor de middenstand. Uit die groep kwamen de leerlingen die de school van Bint bezochten. Tegelijkertijd dreigde de opkomst van het fascisme. Mussert werd in 1931 leider van de NSB en die partij verwierf een massa aanhang onder dezelfde kleinburgerij. Bint was van mening dat het de taak was van het onderwijs om een antwoord te vinden op de maatschappelijke problemen. Hij zei hierover: Mijn ervaring is die van iedere school. Ze bewijst dat het schoolonderwijs slecht aansluit aan de eisen van de maatschappij. Je moet dus één van tweeën: de school veranderen of de maatschappij veranderen. Let op: de school, niet het onderwijs. En zijn onderwijs moest uiteindelijk de leiders opleveren die verantwoording namen en die daadkracht uitstraalden. Hij zei: Ik wil een kweek van reuzen kweken. Niet wetenschappelijk, maar maatschappelijk. Het opgroeiend geslacht zal later zeggen: die, dat was er één uit de school van Bint. En Bint dacht er ongeveer tien jaar voor nodig te hebben alvorens de resultaten zichtbaar zouden worden. 

We zijn nu met BON vijftien jaar verder en de resultaten zijn niet of nauwelijks zichtbaar in ons dagelijkse onderwijs. Er zijn nog altijd geen leraren van wie men zegt: Dat is er één uit de school van BON. Vecht BON tegen windmolens? Is het allemaal donquichotterie? BON koestert evenmin de illusie de maatschappij te kunnen veranderen en richt zich ook op het onderwijs. Maar als die maatschappij verandert en het onderwijs ten dienste staat van die maatschappij, verandert dat onderwijs mee. Als de maatschappij de richting opgaat van één grote bureaucratische profit-organisatie, gaat het onderwijs mee en dat houden wij bij BON niet tegen.     

(...)


Dr. Ton Bastings - website van Beter Onderwijs Nederland (BON) / 18-06-2021  

(Docent op een ROC, gepromoveerd op het imago van de leraar in de Nederlandse literatuur, bestuurslid van BON, publicist) 



28. Beschouwing van: Drs. Carlo van Praag (De Leunstoel - Internetmagazine voor rustige mensen)

Ontslagen vanwege gezond verstand

Ik herhaal mijn schoolloopbaan doordat ik twee kleinkinderen begeleid in hun gang door het onderwijs. We bespreken samen teksten en maken samen huiswerk. De oudste is mij evenwel intellectueel ontstegen. Vanaf de vierde klas van het gymnasium is zij degene die mij begeleidt, althans in de exacte vakken. Bij Latijn en Grieks heb ik trouwens al in de eerste klas afgehaakt. Zelf heb ik de HBS doorlopen waar deze primitieve talen niet werden onderwezen. Ik kan haar evenwel, zelfs nu zij aan de universiteit studeert, nog helpen met de redactie van haar werkstukken, want op dit punt blinkt zij niet uit. De studenten waarmee zij samenwerkt, springen trouwens nog knulliger met de taal om. Ook in de teksten van de docenten zitten stijl- en taalfouten. Ik krijg al met al geen hoge dunk van het Nederlandse taalonderwijs. Ook in overige essentiële vakken schijnt Nederland weg te zakken in vergelijking met het buitenland.
 
In De Leunstoel nr. 16 van 6 januari 2006, dus nu ruim vijftien jaar geleden, toen ik nog jong en mooi was, schreef ik over ‘het nieuwe leren’, zijnde een onderwijsmethode waarbij de nadruk ligt op de zelfstandigheid van de scholier. Hij zoekt zelf zijn weg door het fonds van kennis en wetenschap, stelt zijn eigen leerdoelen en wordt daarin op de achtergrond begeleid door een docent die de rol van coach vervult. Klassikaal onderwijs is afgeschaft, kennisoverdracht aan de leerling is geen doel meer en maakt plaats voor diens verwerving van ‘competenties’. Ik dacht dat deze methode, mede door haar bedroevende resultaten, afdoende was gekraakt door deskundigen. Maar nee, de filosofie onder ‘het nieuwe leren’ is allerminst verdwenen en steekt de mallotige kop weer op in de vorm van ‘gepersonaliseerd leren’. Paula van Manen kreeg er als ervaringsdeskundige mee te maken toen het op haar school werd ingevoerd en heeft er verslag van gedaan.
 
Zij omschrijft het als ‘een containerbegrip, dat op elke school anders vorm krijgt. In het algemeen wordt gedacht vanuit leerdoelen, waarbij de studenten de regie hebben over hun eigen leerproces en docenten een meer coachende rol hebben’. Dit is precies wat ‘het nieuwe leren’ ook beoogde. Paula van Manen werkte (ze is inmiddels ontslagen) als leercoach en studieloopbaanbegeleider op een ROC, een school die middelbaar beroepsonderwijs verzorgt. Zij en haar mededocenten werden overvallen door een van bovenaf opgelegde en abrupt ingevoerde overgang van klassikaal naar gepersonaliseerd onderwijs en zij publiceerde een gedetailleerd verslag van het deze overgang onder de veelzeggende titel ‘Wanneer krijgen wij weer les?’ (uitgegeven bij Scriptum, 2019).
 
De schrijfster is niet bepaald enthousiast over de radicale verandering waaraan het onderwijs op haar school zo ineens blootstaat, maar zij doet braaf mee. Zij probeert alle, vaak warrige, instructies van het management te volgen en is hiermee serieuzer in de weer dan veel van haar collega’s. Voor de docenten is het gepersonaliseerde onderwijs geen zegen. Zij hebben het drukker dan ooit tevoren met de individuele begeleiding van de leerlingen en de daarbij horende administratie van de individuele leerdoelen. Daarnaast moeten zij voortdurend deelnemen aan brainstormingsbijeenkomsten. Tweemaal daags, bij het begin en aan het einde van de schooldag, dienen zij bordsessies te leiden waarin de leerlingen moeten zeggen ‘hoe zij erbij zitten’. Voor de leerlingen zijn de veranderingen ook geen pretje. Zij zijn eindeloos bezig met het stellen van tientallen leerdoelen en subdoelen en het aangeven van de wijze waarop zij deze willen bereiken. Deze formele ontleding van het leerproces met de daarbij horende administratie kosten meer tijd dan het leren als zodanig. Met andere woorden: de procedure verdringt de inhoud. De schoolklas als verzameling van groepsgenoten maakt plaats voor ‘leerpleinen’, grote ruimtes waarin een heterogene massa laptopgebruikers zich vergeefs probeert te concentreren op de eigen taken. De meesten maken een apathische indruk. De tafels worden gebruikt voor de consumptie van versnaperingen, de laptops voor spelletjes en appjes.
 
Wat intussen niet verandert zijn de centrale examens. Veel leerlingen blijken hiervoor aan het einde van het cursusjaar niet klaar. ‘……. van de ongeveer 130 derdejaars studenten die de niveau 4 opleiding de beroepsopleidende leerweg (BOL) volgden, hadden tientallen studenten niet alles binnen de gestelde opleidingsduur afgerond! Een ongekend hoog aantal, dat ik niet eerder in mijn onderwijsloopbaan had meegemaakt’ (Van Manen, p. 191). Bij de niveau 3 opleiding waren de resultaten nog slechter. Van de acht derdejaars die Van Manen zelf als studieloopbaanbegeleider onder haar hoede had, haalden er overigens zeven wel binnen de tijd hun diploma. Een bekwame en gemotiveerde vakkracht kan veel goedmaken van wat verdwaasde ideologen ruïneren.
 
Paula is dus ontslagen vanwege haar kritische analyse van het gepersonaliseerde onderwijs, hoewel zij een milde toon voert, niemand onderuithaalt en ook niemand van haar collega’s en leidinggevenden herkenbaar opvoert. Desondanks vond de rechter in hoger beroep het ontslag legitiem vanwege een verstoord arbeidsklimaat. ‘De docent heeft vooral door de manier waarop zij een deel van haar collega’s in het boek heeft neergezet en beschreven, collega’s diep gekwetst. Zij had zich moeten realiseren dat dat de samenwerking met diverse collega’s zou bemoeilijken’, zo vat de rechtbank het samen. Ook wordt haar aangerekend dat ze ‘bedrijfsgevoelige informatie’ (te weten: een financieel verlies in 2018 door het team) naar buiten bracht.
 
Dat laatste snap ik al helemaal niet. Zijn de financiën van een geheel met overheidsgeld draaiende instelling geheim?
 
Wel legde hij de school een ontslagvergoeding aan de docente op. Die €40.000= zijn haar meer dan gegund, vooral omdat zij vergeefse moeite doet om een andere baan te vinden.
 
 Behalve ‘het nieuwe leren’ is ook het idee van de middenschool weer terug van weggeweest. Drie jaar brugklas voor Jan en alleman en pas daarna valt er wat te kiezen. Dat bevordert de gelijkheid in de samenleving en stelt leerlingen in staat een rijpere keuze te maken. En de niveauverschillen die zich intussen openbaren? Daar moeten de docenten op een of andere manier dan maar wat mee doen. Je mag hopen dat er veel Paula’s tussen zitten.

Drs. Carlo van Praag - Deleunstoel.nl / Nr. 15, jaargang 18; 3-6-2021) 

(Oud-adjunct-directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), auteur van diverse boeken en publicist)


27. Blog van: Prof. dr. Robert Kreis (Skipr.nl - website over de zorg)

(NB Zie tekst onder de kop 'Macht en tegenmacht')

Medisch specialisten in dienstverband, de emotie voorbij

Het is weer zover. De discussie of medisch specialisten (MS) in dienst van het ziekenhuis moeten komen is nu door vele politieke partijen op de wensenlijst geplaatst. Heftige discussies zijn het gevolg. Voor- en tegenstanders vliegen elkaar in de haren met aansprekende voorbeelden die hun gelijk moeten bevestigen. Het is verstandig om het probleem van enige afstand te beschouwen en af te vragen welk probleem met een geforceerd dienstverband wordt opgelost. 

Er is een aantal aspecten die steeds weer aan de orde komen. 


1. De prikkel tot productie zou worden weggenomen 

Dit zou tot een algemene kostenbesparing in de zorg leiden. Ik heb al eerder aangeven dat Nederland weliswaar een kostbaar zorgstelsel heeft, maar dat de patiëntgebonden kosten tot de laagste in Europa horen. Het is onwaarschijnlijk dat door in dienst nemen van MS de productie wezenlijk nog lager wordt. Door het huidige vigerende zorgstelsel is het ziekenhuis zelf ook – voor wat betreft inkomsten – afhankelijk van de gemaakte productie. Zorgmedewerkers besteden 40% van de werkzame tijd aan administratie die gerelateerd is aan het zorgstelsel. Het is daarom aannemelijker dat een aanpassing van het zorgstelsel tot de gewenste en noodzakelijke besparingen kan leiden. 


2. De inkomsten van MS in de zelfstandige praktijken zouden te hoog zijn 

Er zijn enkele jaren geleden twee rapporten opgesteld die deze aanname toen al nuanceerden. Het betreft de publicaties van met name Pauline Meurs en Barbara Baars (SEO). Netto zijn de inkomens van MS in dienstverband en de zelfstandige praktijk nauwelijks uiteenlopend. De huidige MSB constructie heeft een zeker nivellerend effect en maakt bovendien de relatie tussen inkomen en productie zeer indirect. Al zou er sprake zijn van een verschil dan moet ook rekening gehouden worden met het aantal MS. De gunstige (secundaire) arbeidsvoorwaarden van MS in dienstverband zullen zeker leiden tot een noodzakelijke toename van het aantal MS als geheel en daarmee de totale kosten. 


3. De kwestie van publieke en private instellingen 

In Nederland is het aantal private zorginstellingen nog beperkt en is de positie van deze instellingen nog steeds onderwerp van discussie. Het is niet te ontkennen dat in landen met een algemeen dienstverband van MS, een levendige private zorg is ontstaan. Zelfs in Zweden is het bestaan van wachtlijsten een zodanig probleem geworden, dat er een bijna geruisloze vermenging met private zorg is ontstaan. De situatie is vergelijkbaar met die in Engeland. Met andere woorden: een tweedeling in de zorg is dan onvermijdelijk, ook al zou dit politiek ongewenst zijn. 


Macht en tegenmacht 

Er is echter een aspect dat ik veel belangrijker vind. En dat is het huidig veel besproken onderwerp van “macht en tegenmacht”. Met name ziekenhuizen zijn eigenlijk nog de laatste instellingen waar de professie een wezenlijke inbreng heeft in het reilen en zeilen van de organisatie. We zien in de jeugdzorg, de psychiatrie maar ook in het onderwijs de ontwikkelingen en gevolgen van door “management” aangestuurde organisaties. Professionals schuiven naar achter en worden ondergeschikt aan “veranderingsconcepten”, bezuinigsopdrachten en zelfs onroerend goed en fusie belangen. 

Ik raad iedereen aan het boek van Paula van Manen “Wanneer krijgen we weer les?” te lezen. Een bespreking van dit boek is recent in de Volkskrant verschenen: “Het werkt niet, maar na mijn ontslag houdt iedereen zich stil” (Volkskrant 22 april 2021). De hartenkreet van een onderwijzer die haar vak teloor ziet gaan door een totaal inadequaat experimenteel en opgelegd lespakket, is pijnlijk. Nog schrijnender is het feit dat haar waarschuwingen hebben geleid tot gedwongen ontslag, “wegens verstoring van het werkklimaat”. Door de gevolgen van een ontstane angstcultuur bij haar collega’s, kwam zij alleen te staan. 


Tot slot, als argumenten worden gepasseerd en de stellingname inzake MS ideologisch wordt, laat de professie zich dan goed oriënteren over een juridisch adequaat professioneel statuut. En laat iedereen die bij deze discussie betrokken is zich op een gegeven moment afvragen: kan het zijn dat ik mij vergis? 

 

Prof. dr. Robert Kreis - Skipr.nl: website met nieuws over de zorg / 20-05-2021  

(Oud-chirurg Brandwondencentrum Beverwijk en emeritus hoogleraar brandwondenzorg VUmc) 



26. Blog van: Mr. Tim Slotema (Tanger Advocaten)

Werknemer schorsen? Pas op voor een billijke vergoeding

Inleiding
Heeft een werknemer iets gedaan wat niet door de beugel kan? Dan is schorsing een mogelijke ordemaatregel om nader onderzoek te doen en/of om als strafmaatregel op te leggen. Dit zet de arbeidsrelatie wel onder druk en mondt dan ook vaak uit in ontslag. De werknemer kan alsdan de rechter verzoeken tot toekenning van een billijke vergoeding.


Schorsing
De wet kent geen eigen artikel over schorsing. Er is wel veel over geschreven en er bestaat veel jurisprudentie over. Schorsing is een vergaande sanctie en mag niet te pas en te onpas door een werkgever worden gebruikt. Zijn er andere, minder verstrekkende maatregelen denkbaar? Onderzoek dan eerst of die weg bewandeld kan worden.
Daarenboven ligt een schorsing in de risicosfeer van de werkgever en komt dus ook voor zijn rekening. De werknemer behoudt tijdens schorsing dus in beginsel recht op loon, ook als het gedrag van de werknemer daadwerkelijk grond voor schorsing oplevert.
In aansluiting hierop geldt dat de schorsing een tijdelijk karakter moet hebben. Maakt dit duidelijk als u een werknemer schorst.


Billijke vergoeding
Op grond van artikel 7:671b BW is voor toekenning van een billijke vergoeding alleen plaats, indien ontbinding van een arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever zich slechts zal voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat of als de werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren.
Dat schorsing uiteindelijk kan leiden tot een billijke vergoeding, blijkt nog maar eens uit het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 19 april 2021. Het hof is in die zaak van oordeel dat de werkgever een ernstig verwijt valt te maken, omdat de werkgever te prematuur naar de forse maatregel van schorsing heeft gegrepen. Een maatregel die beschadigend is voor de werknemer en in feite elke andere oplossing dan beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de weg staat. De werkgever had een ander minder ingrijpend middel moeten toepassen, aldus het hof.
Het hof verwijt de werkgever verder dat zij zich onvoldoende heeft ingespannen om de verhoudingen te normaliseren. Dat verwijt is ernstig te noemen, aldus wederom het hof, die de werknemer een billijke vergoeding van € 40.000,- toekent.


Conclusie
Ga als werkgever niet te snel over tot het schorsen van een werknemer. Schorst u een werknemer omdat u meent dat u daarvoor een goede grond heeft? Pas dan in ieder geval hoor en wederhoor toe. Informeer de werknemer daarnaast (bij voorkeur schriftelijk) over de schorsing en vermeld de reden, duur en het gevolg van de schorsing. Betaal het loon door en blijf alles schriftelijk vastleggen, onder andere door middel van gespreksverslagen. 

Mr. Tim Slotema - Tanger.nl: website van Tanger Advocaten / 17-05-2021  

(Advocaat bij Tanger Advocaten, gespecialiseerd in arbeidsrecht en faillissementsrecht) 



25. Column van: Conrad Berghoef (MBO krant)

Open brief aan Paula van Manen, schrijfster van ´Wanneer krijgen we weer les?’ 

Beste Paula, 

Mijn column is geen recensie. Ik hoef dus niet te vertellen wat ik van 'Wanneer krijgen we weer les?' vond. Maar je schreef in 2019 een boek over ‘De opmerkelijke praktijk van gepersonaliseerd onderwijs’. Je werd vanwege dat boek geschorst en uiteindelijk ontslagen door ROC (…). Dat ontslag was volgens de rechtbank terecht, bleek uit het vonnis van 19 april 2021. En dat zit mij dwars. 


Niet dat ik het oordeel van de rechtbank in twijfel trek. Dat is niet aan mij. Maar spijt heb ik wel. Als haren op mijn hoofd. Dat ik je boek niet eerder heb gelezen, dat ik het heb beschouwd als een interne kwestie, als een ongemakkelijke situatie op ROC (…). Maar dat is het niet. Nu het vonnis er is, voel ik me aangeschoten wild als leraar op een roc. 


Je beschrijft in je boek hoe ROC (…) ervoor koos een nieuw onderwijsconcept uit te rollen. Ongetwijfeld hebben ze het zo genoemd, ‘uitrollen’. En hoewel het wat sneller en overhaaster ging dan je in eerste instantie dacht, heb je het serieus een kans gegeven. Sterker nog, je hebt het concept van leerpleinen en vrije lesroosters geduldig uitgelegd en verdedigd. Tegenover studenten, tegenover ouders. Want dat blijkt maar weer uit jouw boek: het is nooit een College van Bestuur dat dit soort dingen uitlegt, maar het is altijd eerst aan de docenten. En als de kritiek dan blijft aanzwellen, heeft de docent het niet goed uitgelegd. 


Tussen dit Scylla en Charibdis heb jij met je collega’s moeten varen. Hoe je je daarbij voelde, mocht je in smileys tijdens een bordsessie vertellen, of tijdens een kussengevecht op een studiedag. Ik zou willen dat ik dit verzon, maar helaas. Wat je allemaal beschrijft, is helaas zo herkenbaar. Inmiddels werk ik zelf bij een roc waar we wat wijzer zijn, maar ik hoor van veel collega’s, ouders en studenten dat ze veel herkennen in je verhalen. 


In je boek ben je opvallend mild over je bestuurders en je collega’s, en je schrijft met een warm hart over je studenten. Het enige wat je doet, is beschrijven hoe een ‘vernieuwend’ onderwijsconcept, bedacht door een aantal onderwijskundigen en andere bureautijgers, zijn uitwerking heeft op de werkvloer. Dat een aantal mensen zich pijnlijk geraakt voelt, snap ik best. Maar wat ik niet goed kan zetten, is dat een stelletje laffe bestuurders van ROC (…) zich verschuilen achter het alibi van ‘gemaakte afspraken’, ‘profilering op de sociale media’ en ‘directe collega’s die zich in de verhalen herkennen.’ Collega’s met wie ze eerst zonder jou hebben gepraat. Het toont maar weer eens aan dat in veel roc’s de student nooit centraal staat, wat de bestuurders ook zeggen. De organisatie staat centraal. En iedereen heeft zich daar maar bij neer  te leggen, en als het even niet loopt, zeg je als docent maar even ‘dat allemaal nog even moeten wennen.’ 


Het is experimenteren met jongeren waarvan ik me heb voorgenomen er nooit meer deel van uit te maken. Wij geven les op het mbo, en daarmee uit. En elke docent die het opneemt voor zijn studenten, verdient steun. Dat betekent niet dat elke docent gelijk heeft, maar het wordt tijd dat er naar haar of hem geluisterd wordt. Dat is in jouw geval niet gebeurd: ROC (…) liet je vallen als een baksteen. En dat hebben we allemaal laten gebeuren. Ik wel, in ieder geval. Ik hoop dat je nog in cassatie gaat, dat je nog meer steun mag ontvangen. Voorlopig laat ik het nu even bij twee woorden. 


Sorry, Paula. 


Conrad Berghoef - MBO krant  (mei 2021)/ website: exkofschip.wordpress.com 

(Blogger, columnist van de MBO krant, docent en schoolopleider bij ROC Friese Poort, mbo-docent van het jaar 2017) 



24. Open brief van: Dr. Ad Verbrugge e.a. (BON - Beter Onderwijs Nederland)

Zaak-Paula van Manen: Onze brief aan de raad van toezicht van ROC (…) 

Vandaag heeft BON onderstaande brief gestuurd aan de raad van toezicht van ROC (…) over de zaak-Paula van Manen. 


Geachte heer (…), 


De afgelopen weken is in politiek Den Haag, onder leiding van informateur Herman Tjeenk Willink, brede consensus ontstaan over de noodzaak van een ‘nieuwe bestuurscultuur’. Dit voornemen kan men ook breder lezen, als een oproep aan de samenleving. In de ogen van de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) kan iedere publiek gefinancierde maatschappelijke instelling zich deze boodschap aantrekken. Zo’n organisatie is immers verantwoording verschuldigd aan het publiek dat haar bekostigt. Ook het onderwijs is toe aan een nieuwe bestuurscultuur, aan ‘macht en tegenmacht’. 

In onze statuten hebben wij ons ten doel gesteld: ‘het tot bloei laten komen van de potenties van leerlingen en studenten door een gedegen vakinhoudelijke vorming op verschillende onderwijsniveaus (…) door het verdedigen van de belangen en het bestaansrecht van kleinschalig georganiseerde onderwijsinstellingen, waarin de kwaliteit van de docent en de interactie met zijn/haar leerlingen of studenten op de eerste plaats komen’. 


Dit doel is schade toegebracht in de zaak-Paula van Manen aan ROC (…). Daarom willen wij u, de raad van toezicht van ROC (…), met deze brief graag verzoeken om toelichting. In uw toezichtsvisie schrijft u: ‘het waardengericht toezicht uit zich onder meer in onze klankbordfunctie en maatschappelijke gerichtheid’. Dit is een nobele doelstelling, en wij hopen dan ook van harte dat u hieraan gevolg kunt geven door recht te doen in deze kwestie, wat niet alleen voor ROC (…), maar voor het onderwijs in heel Nederland van belang is. Graag verzoeken wij u daartoe de volgende vragen te beantwoorden: 

1.      Zoals u weet, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 april jl. uitspraak gedaan in de zaak-Paula van Manen. Hierin staat dat ROC (…) – en daarmee dus bestuursvoorzitter (…) – ‘ernstig verwijtbaar’ gehandeld heeft door ‘te prematuur [namelijk vlak na verschijning van haar boek] naar de forse maatregel van schorsing’ van Van Manen te grijpen. Zal de raad van toezicht de heer (…) hiervoor ter verantwoording roepen? Zal hij consequenties ondervinden voor zijn volgens de rechter ‘ernstig verwijtbare’ handelen? En zo ja, welke? 

 

2.      Als rechtvaardiging voor Van Manens ontslag voert ROC (…) aan dat ‘een belangrijk deel van deze docenten zich in de rug aangevallen voelt en zich onveilig voelt’ wegens het boek van Van Manen. Heeft ROC (…) hiertegen afgewogen dat nog veel meer docenten zich door het ontslag van Van Manen mogelijk ‘onveilig’ ofwel onvrij zullen voelen om kritiek te leveren op onderwijsbeleid, ook in het openbaar? Heeft ROC (…) ook het publieke belang meegewogen van de mogelijkheid voor docenten om deel te nemen aan het publieke debat als middel tot onderwijsverbetering? Heeft ROC (…) ook het publieke belang meegewogen van de publicatie van een boek als Wanneer krijgen we weer les? zodat andere onderwijsinstellingen kunnen leren van gemaakte fouten? (Een ROC is immers geen privaat bedrijf dat concurrentiegevoelige informatie geheim moet houden, maar een publiek gefinancierde instelling, die te allen tijde het publieke belang moet dienen.) En als ROC (…) dit nagelaten heeft, zal de raad van toezicht de heer (…) dan hierop aanspreken, en – in het belang van goed onderwijs – aandringen op het opstellen van richtlijnen die het docenten mogelijk maken deel te nemen aan het publieke debat, zonder hierdoor te moeten vrezen voor hun baan? 

 

3.      Heeft de raad van toezicht de mogelijke precedentwerking van deze kwestie in overweging genomen, namelijk dat besturen in het hele land zich nu vrij zullen voelen om kritische docenten te ontslaan zonder noemenswaardige consequenties? En dat docenten in het hele land zich nu nog minder zullen durven uitspreken om bij te dragen aan beter onderwijs? Zo ja, welke acties zal de raad van toezicht ondernemen om deze precedentwerking tegen te gaan?
 

4.      Is de raad van toezicht het eens met de beslissing om een docent te ontslaan omdat zij een boek heeft geschreven? Heeft u daarbij meegewogen dat ROC (…) op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat Van Manen haar werk als docent niet meer zou kunnen uitvoeren? 

 

5.      Bent u het met BON eens dat het huidige bestuursmodel in het onderwijs moet veranderen, als het bestuur van een publiek gefinancierde instelling kennelijk zo gemakkelijk een docent kan ontslaan voor het schrijven van een boek? 


BON ziet graag de beantwoording van deze vragen binnen een redelijke termijn tegemoet, in het publieke belang en in het belang van docenten en leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs. 


Hoogachtend, 


Namens de vereniging Beter Onderwijs Nederland, 


Ad Verbrugge, voorzitter 

Toon Rekkers, bestuurslid, portefeuillehouder mbo 

F.L. Huygen, bestuurslid 


Dr. Ad Verbrugge - website van Beter Onderwijs Nederland (BON) / 09-05-2021  

(Auteur, musicus, filosoof, docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en voorzitter van het bestuur van BON) 



23. Opiniestuk van: Dr. Bob Bouhuijs (Joop.nl - opiniewebsite BNNVara)

Je mag in Nederland ontslagen worden als je een kritisch boek schrijft 

Herinneringen doemden vorige maand bij mij op toen ik de berichtgeving las over Paula van Manen, een mbo-docent die een boek schreef over haar surrealistische ervaringen met het ‘gepersonaliseerde leren’ op het ROC (…), waar zij tot twee jaar terug werkzaam was. Hoewel zij toestemming had gevraagd aan het management haar boek Wanneer krijgen we weer les?  te schrijven en ze haar collega’s geanonimiseerd opvoert, leidde haar kritische houding tot ontslag door de directie, die haar verantwoordelijk hield voor de ‘onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding’. De rechter en het gerechtshof gingen mee in deze redenering. 


Natuurlijk kunnen we deze kwestie reduceren tot een individueel arbeidsconflict van een deloyale medewerker die liever de vuile was buiten hangt, dan constructief wil bijdragen aan het interne debat over verbetering van het onderwijs. Deze slotsom mist echter de kern van het vraagstuk. Naast dat Van Manen benadrukt dat ze, vóór het schrijven van het boek, veelvuldig mogelijkheden heeft aangevat om de excessen van de onderwijsvernieuwing te bespreken met schoolleiding en collega’s, raakt haar ontslag nu juist aan maatschappelijke kernwaarden, als die van vrije meningsuiting. 


In haar boek illustreert Van Manen de destructieve gevolgen van het door het ROC (…) geïnitieerde experiment, waarin studenten worden verondersteld een eigen invulling te geven aan hun leerproces. Gestructureerde klassikale lessen maakten plaats voor ‘leerpleinen’ waar studenten door elkaar zittend aan zelfbepaalde leerdoelen dienden te werken. De utopie van de autonomie van de student verwerd al snel tot een onnoemelijke chaos waarin naar hartenlust werd geappt en rijkelijk chips en films werden geconsumeerd. Relevante kennis, inzicht en vaardigheden werden niet meer opgedaan, wat zich vooral manifesteerde in de stages. In een interview in de Volkskrant stelt Van Manen dat studenten bij het observeren van kinderen niet de werktuigen hadden ontwikkeld om dit adequaat te kunnen doen. Dit alles had onder meer tot gevolg dat de studierendementen kelderden. 


De ervaringen van Van Manen hebben een verder reikend belang. Op verscheidene andere mbo’s en hbo-instellingen wordt geëxperimenteerd met gepersonaliseerde leervormen. Ongetwijfeld zullen sommige studenten, vooral die met hoger opgeleide ouders, zich hierbij als een vis in het water voelen, doordat zij van huis uit de juiste kennis en inzicht hebben meegekregen om de goede leervragen te kunnen stellen en over voldoende discipline  beschikken om op een verantwoorde wijze met de gegeven vrijheden om te gaan. Een ander, waarschijnlijk groter deel van de studentenpopulatie, zal echter deze broodnodige discipline, kennis en inzicht ontberen en daardoor in de problemen raken. Met name als de docenten als vraagbaak, onder meer vanwege werkdruk of de fysieke inrichting van het onderwijslandschap, op afstand komen te staan, ligt een fiasco in het verschiet. 


In De Gelderlander beklemtoont Van Manen deze bredere relevantie: ‘Mijn ontslag gaat verder dan mijn eigen situatie. Ik heb geprobeerd een bijdrage te leveren aan een maatschap­pe­lijk debat over onderwijs­ver­nieu­win­gen.’ Juist de omstandigheid dat de bredere publieke discussie over onderwijsvernieuwing is ondermijnd, maakt het handelen van de directie van het ROC (…), en ook de uitspraken van rechter en hof, uiterst laakbaar. In de woorden van Van Manen: ‘Kennelijk mag je in Nederland ontslagen worden als je een kritisch boek schrijft.’ 


Onderwijsvernieuwing dient nooit topdown door directies en managers over studenten en docenten te worden uitgerold, waarbij kritiek door docenten kan leiden tot ontslag. Wat juist nodig is, is een breed, open en inhoudrijk debat dat gevoed wordt met wetenschappelijke kennis en inzichten, gecombineerd met ervaringen uit de onderwijspraktijk. Nieuwe onderwijsconcepten moeten hierbij niet dogmatisch worden afgewezen, maar evenmin zonder kritische reflectie en correctie door management, docenten en studenten worden geïmplementeerd. 


In de jaren tachtig bezocht ik met mijn ouders meermaals het wintersportplaatsje Hohegeiß, dat destijds aan de grens met de toenmalige DDR lag. Aan de rand van het dorp prijkten op enkele honderden meters afstand grenstorens waarin Vopo’s, de Oost-Duitse politie, ons nauwgezet observeerden. Een hoog hekwerk, het ‘IJzeren gordijn’, scheidde de plaats van het ‘totalitaire’ Oost-Duitsland, waar politieke oppositie en vrije meningsuiting rücksichtslos de kop in gedrukt werd. Het contrast met het ‘vrije Westen’, waar meningsuiting en onbelemmerde expressie de kernwaarden van het menselijke samenleven vormden, kon haast niet groter. 


Het reikt te ver om het optreden van de directie van het ROC (…) of de uitspraken van de rechterlijke macht in deze casus gelijk te stellen aan de repressiemaatregelen van het DDR-bewind. Niettemin is hiermee een eerste stap gezet naar het beteugelen van de vrije meningsuiting bij een vraagstuk dat maatschappelijk uiterst relevant is. Wellicht dat daarom ook bij het lezen over deze zaak mijn herinneringen aan hekwerk en wachttorens boven kwamen drijven. 

  

Dr. Bob Bouhuijs - Joop.nl / 07-05-2021 
(Auteur, publicist, politicoloog, historicus en docent aan hogeschool Windesheim)


22. Blog van:  Mr. Monique de Witte-van den Haak e.a. (Blogarbeidsrecht.nl - weblog op het gebied van arbeidsverhoudingen)

Een boek schrijven: reden voor ontslag?! 

Een docente schrijft een boek over een onderwijsvernieuwing bij haar werkgever, het ROC (…) (ROC). Dat komt haar duurt te staan: de docente wordt geschorst en vervolgens door de kantonrechter ontslagen. De zaak krijgt aandacht in de media en er worden Kamervragen gesteld. De vrijheid van meningsuiting zou in het geding zijn. Op 19 april 2021 bevestigt het hof Arnhem-Leeuwarden de door de kantonrechter uitgesproken ontbinding. Wel heeft de docente recht op een billijke vergoeding van € 40.000. Welke lessen kunnen uit deze zaak worden getrokken? En is de vrijheid van meningsuiting inderdaad in het geding? 

 

Wat was er aan de hand? 

De docente is sinds november 2009 in dienst bij ROC, binnen het team Pedagogisch Werk (PW). Eind oktober 2018 kondigt de docente bij ROC aan dat zij een boek wil schrijven over haar ervaringen met gepersonaliseerd onderwijs; een door het team PW in het schooljaar 2017-2018 in gang gezette onderwijsvernieuwing. ROC reageert positief maar laat ook weten dat aan de vrijheid om het boek te schrijven een aantal grenzen zit. Deze grenzen vloeien volgens ROC voort uit de verplichtingen van goed werknemerschap, de Gedragscode van ROC en privacywetgeving. 

Na publicatie van het boek ontstaat onrust in het team PW over de inhoud daarvan. Een aantal collega’s voelt zich niet prettig over de wijze waarop zij in hun ogen tot de persoon herleidbaar in het boek zijn neergezet. De collega’s voelen zich daarom niet langer veilig bij een samenwerking met de docente. Na een aantal (mediation)gesprekken verzoekt ROC om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. 

 

Vrijheid van meningsuiting 

Er is voor werknemers, op wie de ambtenarenwet 2017 niet van toepassing is, in het arbeidsrecht geen specifieke wettelijke bepaling die de vrijheid van meningsuiting van werknemers beperkt. Bij een inperking van de vrijheid van meningsuiting kunnen werknemers geen direct beroep doen op artikel 7 van de Grondwet (vrijheid van meningsuiting). Wel kleurt dit artikel het goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW). Het recht op de vrijheid van meningsuiting is echter niet onbeperkt. Zo overwoog de Hoge Raad in 2012 dat de werknemer op grond van het goed werknemerschap in beginsel ook gehouden is tot discretie en loyaliteit tegenover zijn werkgever. 

Naast het recht op vrijheid van meningsuiting is bovendien het recht op privacy van de medewerkers van ROC van belang. Uit de rechtspraak blijkt dat deze twee rechten – de vrijheid van meningsuiting en de bescherming van de privacy – tegen elkaar moeten worden afgewogen.In 2017 overwoog de Hoge Raad dat publicatie van een boek over de Rabobank en haar (oud-)medewerkers verboden mocht worden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de medewerkers die met naam en toenaam in het boek werden genoemd. 

 

Ontslag wegens verstoorde arbeidsverhouding 

Aan een belangenafweging tussen de vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy komt het hof echter niet toe in de onderhavige zaak. Het hof is namelijk van oordeel dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding die, anders dan de docente stelt, niets te maken heeft met haar vrijheid van meningsuiting. 

De vrijheid van meningsuiting staat volgens het hof buiten kijf en is door ROC niet ingeperkt. Het ontbindingsverzoek vormt geen reactie op het uiten van een mening of kritiek door de docente, maar op de gevolgen die de inhoud van het boek heeft op de interne verhoudingen en werkrelaties. Het hof weegt daarbij de volgende omstandigheden mee: 

-de keuze van de docente om haar mening in een boek te ventileren; 

-de wijze waarop de docente, met een anekdotische stijl, dagelijkse werksituaties en uitingen van collega’s vrij precies heeft beschreven; 

-de wijze waarop de docente een substantieel aantal collega’s heeft geportretteerd in het boek; 

-de houding en opstelling van de docente na de publicatie van het boek; en 

-de wijze waarop de docente heeft gereageerd op de onvrede uit haar team. 

 

Door het hof wordt dus een onderscheid gemaakt tussen enerzijds het kunnen en mogen uiten van een mening (de vrijheid van meningsuiting) en anderzijds het effect dat deze uiting kan hebben op in dit geval collega’s. Dit effect heeft zelfstandige betekenis, zo blijkt uit de uitspraak, en kan redengevend zijn voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. 

Het hof komt tot de conclusie dat de arbeidsverhouding duurzaam en ernstig is verstoord (artikel 7:669 lid 1 en 3 sub g BW). Hoewel het hof oordeelt dat de vrijheid van meningsuiting niet in het geding is, vragen wij ons af of aan het oordeel niet impliciet toch een begrenzing van de vrijheid van meningsuiting ten grondslag ligt. Uit de uitspraak van het hof blijkt dat in relatie tot je werkgever uitingen een gevolg kunnen hebben. De uitingen zelf zijn niet verboden maar hebben een gevolg. Bij regelrechte beledigingen, zoals in het geval van de medewerker van Blokker die zijn werkgever op Facebook grovelijk beledigde, ligt dat ook zonder meer voor de hand. Voor een boek met een inhoudelijk kritische ondertoon vergt dat echter van een werkgever wel een stevige motivering. Het hof acht die in dit geval voldoende, maar is ook kritisch op de werkgever. 

 

Billijke vergoeding 

De kritiek op de werkgever vertaalt zich in een billijke vergoeding. ROC heeft volgens het hof, na de beroering die na het verschijnen van het boek is ontstaan, te snel naar de forse maatregel van schorsing van de docente gegrepen. Deze maatregel was beschadigend en stond in feite elke andere oplossing dan beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de weg. Van een organisatie als ROC mag volgens het hof verwacht worden dat zij voor een situatie als de onderhavige een duidelijk te volgen procedure (voor ogen) heeft en naar de docente open is over die te volgen procedure. 

Het hof verwijt ROC dan ook dat zij zich onvoldoende heeft ingespannen om, nadat commotie over het boek van de docente was ontstaan, de verhoudingen te normaliseren. Zo had ROC bijvoorbeeld een gesprek tussen de docente en haar teamleden kunnen organiseren en (laten) begeleiden. De kans die er op dat moment mogelijk nog was om de verhoudingen te normaliseren, heeft ROC door haar handelwijze de docente ontnomen. Aan de docente wordt een billijke vergoeding toegekend wegens ernstig verwijtbaar handelen door ROC. 

 

Lessen voor de praktijk 

Door het hof wordt geoordeeld dat van een organisatie als ROC mag worden verwacht dat zij een duidelijk te volgen onderzoeksprocedure (voor ogen) had. In de rechtspraak is het belang voor werkgevers om een helder onderzoeksprotocol op te (laten) stellen al vaker benadrukt. Dit wordt door deze uitspraak bevestigd. In dit protocol dient bovendien te worden opgenomen op welk moment de betrokken werknemer wordt ingelicht. Uit de uitspraak blijkt dat het van belang is eerst met de betrokken werknemer te spreken, voordat gesprekken worden gevoerd met collega’s. Deze volgorde kan eveneens worden opgenomen in een onderzoeksprotocol. 

Tot slot is van belang dat het Hof oordeelt dat het feit dat ROC een mediationtraject met de docente heeft doorlopen, onvoldoende afdoet aan de verwijtbaarheid. Het mediationtraject is namelijk gevoerd met het ‘hogere echelon’ en niet (ook) met de leden van het team PW, terwijl juist in dit team de gevoeligheden lagen. Voordat wordt overgaan tot een mediationtraject, is het dan ook goed om stil te staan bij de vraag tussen wie er een verstoorde arbeidsverhouding bestaat en wie er daarom bij het mediationtraject betrokken moeten worden. 

Bronnen:

-Hof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:3667

-Zie ook: E. Verhulp in zijn annotatie bij: Rb. Gelderland 8 september 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:4638, JAR 2021/2 


Auteurs: Mr. Monique de Witte-van den Haak & Mr. Annemijn Westerduin

 
Mr. Monique de Witte-van den Haak - Blogarbeidsrecht.nl / 06-05-2021  

(Publicist, advocaat bij advocatenkantoor Pels Rijcken, voorzitter van de landelijke Vereniging voor Ambtenaar en Recht) 



21. Column van: Aleid Truijens (Volkskrant)

De ontslagen mbo-docent Paula van Manen is een dappere krijger

Eindelijk heb ik Wanneer krijgen we weer les? Van Paula van Manen gelezen, de docent pedagogiek die ontslagen werd bij ROC (...) nadat ze een boek had geschreven over de mislukte invoering van een onderwijsvernieuwing. Ik had dat eerder moeten doen, maar het kwam er niet van. 

Van Manens boek is geen sleutelroman en evenmin vlijmscherpe satire. Het is een leesbaar, grappig en verdrietig verslag van de eerste twee jaar nadat op haar school halsoverkop het ‘gepersonaliseerde leren’ werd ingevoerd. Een bekend recept: docenten worden coaches en studieloopbaanbegeleider, lokalen worden leerpleinen, lesstof wordt werkplan. En de student? Die is voortaan de trotse ‘eigenaar’ van zijn leerproces. Helemaal de baas over zijn leervragen en leerresultaten. 

In december 2019 werd Van Manen geschorst omdat zij een kritisch boek had geschreven. Ze moest onmiddellijk, als een misdadiger, het gebouw verlaten. In oktober 2020 stelde de kantonrechter ‘een arbeidsconflict’ vast. Onlangs keurde ook het gerechtshof het ontslag van Van Manen in hoger beroep goed. 


O nee, de vrijheid van meningsuiting was niet in het geding. Natuurlijk niet. Wel voelt, volgens de uitspraak, een aantal mensen zich ‘diep gekwetst’. Vreemd, want over studenten en collega’s schrijft Van Manen vriendelijk en meelevend. Alle namen werden gefingeerd, en de naam ROC (...) valt niet. Maar goed, het kan altijd gebeuren dat iemand zich – anoniem – gekwetst voelt. Falende leidinggevenden bijvoorbeeld, of bestuurders die vrezen voor imagoschade. 

Deze uitspraak van het hof is onbegrijpelijk. Kritiek leveren en daardoor anoniem kwetsen is niet verboden. Ook zou Van Manen ‘bedrijfsgevoelige informatie’ over de anonieme onderwijsinstelling hebben gelekt, over de financiën. Bedrijfsgevoelig? Een ROC wordt betaald door de belastingbetaler; geldzaken zouden openbaar moeten zijn. 

Dit boek is herkenbaar. Niet door personen, maar omdat het zo gaat. De infantiele beoordelingen met smileys en kleurtjes, de inspiratiesessies, de studiedagen met kussens om kussengevechten te voeren en touwen om te touwtrekken – ze zijn om te huilen van het lachen. Maar echt droevig word je van de apathische studenten op de leerpleinen. Ze werken minder samen dan in de klassikale lessen, ze zijn aan het eten en zitten lusteloos op hun telefoon. Sommigen smeken om les. Beoordelen gaat ‘op maat’, criteria ontbreken, waardoor niemand weet wat ze hebben opgestoken. 


Vernieuwingen als gepersonaliseerd leren beginnen al behoorlijk oudbakken te worden. De leerling die het mag uitzoeken achter zijn laptop, de docent als coach, meer smaken zijn er kennelijk niet in de onderwijsinnovatie. Dit is wat de cursusindustrie al twintig jaar, ondanks het uitblijven van aantoonbaar succes, aanbiedt.
Inmiddels waarschuwde de Onderwijsinspectie herhaaldelijk tegen deze niet wetenschappelijk onderbouwde ‘concepten’ en hamert ze op kennis en basisvaardigheden, want die schieten er aantoonbaar bij in. Hoe kan het dat deze verwaarlozing van jongeren voortduurt? Verbetering van het mbo is hard nodig: een combinatie van echte praktijkvakken en basisvaardigheden, daar hebben studenten recht op. 

Vorige week kreeg Jan Jimkes een verdiend lintje; hij werd geridderd. Deze oud-conrector werd bekend als ‘klokkenluider’ van de Tweede Fase, de mislukte vernieuwing die in 2006 tot het parlementair onderzoek van de commissie-Dijsselbloem leidde; ook in de jaren erna wees hij onvermoeibaar op misstanden. De vernietigende conclusies van ‘Dijsselbloem’ hielpen niet; het onderwijs kachelde verder achteruit. 

Ook Paula van Manen is een dappere krijger. Geen lintje voor haar. Ze solliciteert zich suf, maar niemand durft haar aan te nemen. Lees haar boek. Dat is het beste wat je kunt doen voor een schrijver die tot zwijgen gebracht moest worden. 


Aleid Truijens - Volkskrant.nl / 03-05-2021  
(Auteur, journalist en columnist van de Volkskrant) 

  

20. Blog van: Marien van Schijndel (Krachtproef.org - kennisplatform voor opbouwwerkers en communitybuilders) 

Ben jij een loonslaaf opbouwwerker, of een gewaardeerde dwarsdenker? 

Deze week stond er een interview in de Volkskrant met MBO-docente Paula van Manen die een kritisch boek - Wanneer krijgen we weer les? - had geschreven over het functioneren van ROC's in relatie tot onderwijsvernieuwing waar leerlingen de dupe van werden. Waarom dat boek? Uit rancune? 

 

Nee, uit liefde voor haar vak en haar leerlingen, die naar haar zorgvuldige en goed onderbouwde oordeel de dupe werden van slecht onderwijs vanwege ondoordachte onderwijsvernieuwing. Resultaat: ze werd ontslagen, want wat ze geschreven had werd haar zwaar aangerekend door de schoolleiding. Op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, zoals dat dan koel en zakelijk wordt geformuleerd. Dat kan er dus gebeuren als je je kop boven het maaiveld uitsteekt en de leiding kritisch denkvermogen over je vak niet waardeert. 

 

Het was nu eenmaal zo afgesproken met de gemeente 

Een opbouwwerker die voor zichzelf was begonnen motiveerde de keuze daarvoor ooit met de opmerking dat ze geen loonslaaf wilde zijn. Ik heb een opvatting over hoe het werk het beste gedaan kan worden, gebaseerd op mijn kennis en ervaring. Dat werd niet gewaardeerd. Ik neem mijn doelgroep en mezelf zo serieus, dat ik daar geen concessies meer aan wilde doen, omdat het nu eenmaal zo was afgesproken met de gemeente. 

 

Middelmatigheid 

Het wordt kennelijk op veel plaatsen moeilijk gevonden of als onveilig ervaren om je kritisch uit te spreken over het werk dat je opgedragen wordt. In de organisatie zelf, maar ook aan de kant van de opdrachtgever. Natuurlijk zegt dat vooral iets van de samenwerkings- en leiderschapscultuur. Op die manier is verbetering of innovatie vanaf de werkvloer vrijwel onmogelijk. De afschrijving van je hypotheek, of de uitgang vanwege een kritische houding, is voor velen een begrijpelijk en onoverkomelijk dilemma. Maar ambitie en excelleren in je vak wordt daarmee ondergeschikt gemaakt aan middelmatigheid. Angst om te falen. Angst om je positie te verliezen. 

 

Management- en businessgoeroe Tom Peters vindt dat iedere manager op zijn bureau een bordje moet zetten met de tekst: BELOON UITSTEKENDE MISLUKKINGEN, STRAF MIDDELMATIGE SUCCESSEN. American style zou je bij dat laatste waarschijnlijk de laan uitvliegen, maar in de kern past de strekking van deze gedachte ook in een humanere arbeidsomgeving op iedere ambitieuze organisatie. Dus ook die van onderwijs en sociaal werk. 

 

Het koesteren van dwarsdenken 

Een goede organisatie waardeert oppositie en organiseert interne tegenkracht in plaats van altijd maar op safe te spelen. Veiligheid en waardering ten aanzien van een kritische houding hoort daar natuurlijk bij. Het kan namelijk zorgen voor beweging en verdieping. Dat is een zegen voor een organisatie. Het genereert ook leiders en initiatiefnemers. Misschien wordt het daarom tijd voor personeelsadvertenties met de tekst: Bij gelijke geschiktheid genieten kandidaten met de vaardigheid tot dwarsdenken de voorkeur. 

Als Tom Peters de manager was geweest van Paula van Manen, zou hij haar onbehagen gewaardeerd hebben en haar onmiddellijk op het schild gehesen hebben als een rolmodel voor de organisatie. Het kan verkeren. 

 

Let wel: dwarsdenken is natuurlijk geen doel op zich, maar begin er maar eens mee met mate. Bijvoorbeeld als je onbehagen voelt over de inhoud van je werk en opdracht. Ik heb er eens over nagedacht en ik ga het toch maar zeggen... Ook ons vak wordt daar zoveel leuker en beter van. Of je nu in een organisatie werkt of voor jezelf.  

 

Marien van Schijndel - Krachtproef.org / 30-04-2021
(Opbouwwerker, samenlevingsadviseur en tekstschrijver) 



19. Brief van de dag: Tamar van Gelder (Volkskrant)

Hoe zit het met de professionele autonomie van de docent?

'Geen docent durft zich nu nog uit te spreken', oordeelde Paula van Manen, ex-docent aan ROC (...), donderdag in de Volkskrant. Ze werd ontslagen omdat ze een kritisch boek had geschreven over een poging tot onderwijsvernieuwing aan haar opleiding, waar docenten en studenten mee worstelden.
De rechtbank oordeelde dat Van Manens vrijheid van meningsuiting 'op geen enkele manier' was ingeperkt door het ROC. Maar het effect is wel dat zij ontslagen werd vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Als het uiten van je mening kan leiden tot ontslag, wat is de vrijheid van meningsuiting dan waard in het onderwijs? Hoe zit het met de academische vrijheid en professionele autonomie van de docent? Hoe voer je voortaan nog een vrij debat over onderwijsvernieuwing, wanneer je als kritische docent moet vrezen voor je baan? Kan voortaan iedereen een mening hebben over onderwijs en daarvoor uitkomen, behalve docenten?
Dat lijkt me een slechte zaak. Dat vindt de Tweede Kamer ook, trouwens. Want die nam al in oktober 2020 de motie aan dat de positie van docenten versterkt moet worden, zodat ook zij vrij kunnen deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijs. Het kabinet zou daarover in overleg moeten gaan met de vakbonden.
We zijn nu een half jaar verder en ik zou zeggen: demissionair minister Slob, schiet het een beetje op met die uitnodiging voor overleg? Het is vast minder werk dan een boek schrijven.

Tamar van Gelder - Volkskrant (brief van de dag) / 24-4-2021
(Voorzitter Algemene Onderwijsbond)


18. Opiniestuk van: Prof. dr. Jos Joosten (Facebookpagina van de hoogleraar)

‘HOE STA JE ERBIJ?’

Pas deze week las ik over de al wat langer sluimerende ophef rond Paula van Manen en haar boek ‘Wanneer krijgen we weer les?’, dat het wel en vooral wee rond de invoering van ‘gepersonaliseerd onderwijs’ op een ROC tot thema had. Naar aanleiding van het boek werd Van Manen ontslagen door haar school, het ROC (...), en kwam het tot een rechtszaak die de krant had gehaald.


Mij interesseerde de kwestie aanvankelijk omdat ik ooit schreef over Nederlandse schrijvers en rechtspraak. Het leek er in de krant op dat ‘literaire’ kwesties een rol speelden: collega’s van Van Manen zouden zich herkend hebben en zouden zich hebben ‘beklaagd over de wijze waarop zij in hun ogen tot de persoon herleidbaar in het boek werden neergezet waardoor zij zich niet prettig voelen in de samenwerking met haar.’ Van Manen verweerde zich dat de omgeving onherleidbaar was en alle namen gefictionaliseerd.


Al snel toen ik ‘Wanneer krijgen we weer les?’ begon te lezen, was me duidelijk dat het hier geen literatuur betrof: stijl en compositie wijzen op geen enkele manier in die richting. De auteur grossiert in clichés en van enige literair-technische opbouw is geen sprake. Maar dat vergeet je heel snel, omdat algauw blijkt wat het wel is: een persoonlijke, vooral zakelijke, rapportage van de horror en hel van een door een incompetente directie doorgedramde onderwijsvernieuwing.


Ik heb, al lezend, welbewust en speciaal gekeken wie van de collega’s in het boek nu, zoals de ROC-directie beweert, beledigd zou kunnen zijn. Met de hand op mijn narratologische hart: Van Manen schrijft louter positief over alle mensen met wie ze gezamenlijk in deze didactische afgrond is gestort. Er is misschien één persoon, een leidinggevende die in een vroeg stadium haar biezen pakt, die er wat slechter vanaf komt, maar zelfs van haar belicht van Manen nog de positieve kanten. 


Sterker nog: gaandeweg dit gruwelrelaas vond ik Van Manens insteek opmerkelijk loyaal en positief. Te midden van onnavolgbare richtlijnen, onbeargumenteerde koerswijzigingen, losgeslagen leerlingen en de slechtste eindexamenresultaten sinds mensenheugenis blijft de toon ‘nou ja, de schouders er maar onder...’

Om maar een beeld te geven van de surrealistische situatie op het ROC.  Binnen de nieuwe onderwijsvorm beginnen en besluiten docenten en leerlingen de dag bij een bord met drie smileys - vrolijk, neutraal en droevig - waar ze de standaardvraag: ‘Hoe sta je erbij?’ moeten beantwoorden beantwoorden. Tegen de tijd dat ik aanbeland was bij een heidag met een touw (vastpakken omdat we verbonden zijn) en kussens (om collegiale kussengevechten te houden), dacht ik dat dit geen zaak voor de Nederlandse rechterlijke macht was, maar voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.


Want tsja, ik heb die uitspraak van het Hof in Arnhem gelezen. Ik ben geen jurist dus ik mis allicht nuances en in de uitspraak wordt verwezen naar een dossier dat niet bijgevoegd is. Duidelijk is dat het Hof zwaar heeft meegewogen dat ‘een substantieel aantal collega’s, zo volgt zonder meer uit de diverse berichten in het dossier, diep gekwetst is’ door het boek. De vorm van gekwetstheid, de hoeveelheid gekwetsten, de reden van gekwetst voelen - het blijft in de uitspraak allemaal duister. Het enige feitelijks wat je hierover verder uit de uitspraak kunt opmaken is dat direct na publicatie van het boek Van Manens leidinggevende in november 2019 een mail rondstuurde aan de vijftig collega’s in de afdeling met de vraag om met ‘(maximaal) 7 personen in overleg te gaan over het boek’. Zonder de auteur. 

En wat tijdens die bijeenkomst besproken is, blijft ook duister. 


Ik heb oprecht alle vertrouwen in de Nederlandse Rechtspraak; het Hof heeft bovendien documenten gezien die ik niet zag.  Toch valt mij een aantal zaken op in de hele kwestie.


Allereerst nogmaals het boek zelf. Van Manen duidt leerlingen en collega’s alleen aan met, ook nog eens algemeen voorkomende, voornamen. Het is duidelijk dat het een ROC is, maar nergens staat over welke school in welke stad het gaat. Zoals gezegd, zie ik met ook de beste wil van wereld en omstreken niet hoe iemand in dit boek beledigd, laat staan ‘diep gekwetst’, kan zijn. Afgezien dan van eventueel de al genoemde voortijdig vertrokken leidinggevende.


Ik vermoed - maar hier begint mijn interpretatie - dat we dáár bij het niveau van gekwetstheid beginnen aan te landen. Want de onbenoemde olifant in Van Manens boek is - allicht welbewust - het gremium dat al deze onheil uitgestort heeft over de school. Het zou me niet verbazen als we op bestuurlijk niveau de gekwetste ego’s en geprangde drammers kunnen vinden: directie, bestuur en aanverwante managementtypes. En in die kringen moet er ongetwijfeld iemand, in spoedberaad bijeen, zijn of haar zorgen hebben uitgesproken over het alarmwoord ‘imagoschade‘ en ‘duidelijk optreden’.


Daarmee komen we bij het onderdeel ‘wat een prutsers!’. Allereerst is zo’n rechtszaak by far natuurlijk het allerstomste wat je kunt doen als directie. Zonder rechtszaak had het boek de lokale krant niet eens gehaald en waren totale buitenstaanders zoals ik niet op het idee gekomen om het boek te kopen en te lezen. Wat het bestuur van het ROC natuurlijk had moeten doen is Van Manen doodknuffelen: ‘kijk eens, zó transparant en zelfkritisch zijn we hier op het ROC Nijmegen! En we zullen allemaal ons voordeel doen met de kritiek die mevrouw Van Manen zo geestig op schrift heeft gesteld. Iemand een biertje? De directie betaalt.’


Want dat is welbeschouwd natuurlijk het meest cynische aan de hele zaak. Inzet van directie en rechtszaak is dus het individuele (ik zeg erbij: vermeende) gekwetst-zijn van enkele collega’s. Nergens in de aanklacht of uitspraak worden de feitelijke zaken betwist die Van Manen pagina na pagina aankaart: van de ongecontroleerde invoering van het ‘gepersonaliseerd onderwijs’, via totale chaos voor leerlingen en staf tot aan de daaruit volgende desastreuze examenresultaten.

Uit de hele gang van zaken spreekt voor mij vooral angst- en faalhazerij en totaal geen vermogen tot zelfreflectie of een kritische grondhouding die je van bekwame leidinggevenden zou mogen verwachten. 


Prof. dr. Jos Joosten  - Facebook / 23-4-2021
(Publicist en hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Radbout Universiteit) 



17. Column van: Dr. Chris Aalberts (Noordhollands Dagblad)

Laat de politiek bij onderwijsvernieuwing alsjeblieft naar de docenten luisteren

Als u de staat van het Nederlandse onderwijs wilt leren kennen, is het boek ’Wanneer krijgen we weer les?’ van Paula van Manen een aanrader. Ze raakte haar baan kwijt vanwege haar kritische bijdrage aan het publieke debat.


Van Manen was tien jaar lang docent pedagogisch werk bij ROC (...). In 2017 werd bij haar opleiding ’gepersonaliseerd onderwijs’ ingevoerd. Deze onderwijsvernieuwing is onderdeel van een brede trend: op de middelbare school heette dit ’het studiehuis’ en in het HBO ’competentiegericht leren’. Er zijn allerlei accentverschillen, maar de kern is steeds hetzelfde: leerlingen worden zelf verantwoordelijk voor hun eigen studievoortgang, stellen zelf leerdoelen vast en docenten coachen hen daarbij. Klassikale les en toetsen van kennis zijn grotendeels verleden tijd.

In Van Manens boek kunnen we lezen hoe zo’n onderwijsvernieuwing uitpakt. Leerlingen zitten in grote zalen achter hun laptop, vaak vergezeld van hun mobiele telefoon en een zak chips. Al snel blijkt dat niemand weet wat de bedoeling is: zowel docenten als leerlingen hebben geen idee hoe ze gepersonaliseerd onderwijs moeten aanpakken. De resultaten zijn hopeloos: er wordt weinig geleerd, leerachterstanden lopen op en de slagingspercentages gaan onderuit.

We lezen bij Van Manen over de manager die het nieuwe onderwijsconcept invoert en daarna weer snel de benen neemt. Ondertussen houden de docenten het ene na het andere zinloze teamoverleg. Van Manen schrijft er vol humor over, maar het ROC (...) kon het niet waarderen. Collega’s zijn onder pseudoniem in het boek terechtgekomen, maar herkennen de situaties en beginnen te klagen. Die klachten leveren Van Manen al snel een ontslagprocedure op. Verstoorde verhoudingen is het credo.

Van Manen vindt dat haar ontslag haar vrije meningsuiting bedreigt. Ze wilde een boek schrijven dat het publieke debat aanwakkert en waar anderen iets van leren. Daarin is ze geslaagd, maar op een hele andere manier dan ze beoogde. De zaak vertelt ons vooral veel over de positie van docenten. Hoe vrij zijn zij om hun mening te geven over allerlei van bovenaf opgedrongen onderwijshervormingen? Waardeert de samenleving hun praktijkervaring en wordt die ook serieus genomen? De Onderwijsraad adviseerde onlangs een driejarige brugperiode op de middelbare school. Maakt het eigenlijk iets uit wat docenten van zo’n idee vinden?

De voltallige politiek roept dat er meer vertrouwen moet komen in de professionaliteit van werknemers in de publieke sector waaronder docenten. Het ontslag van Van Manen vertelt ons dat de waarheid heel anders is: docenten moeten ja en amen zeggen tegen alle plannen die door lekenbestuurders en politici over het onderwijs worden uitgestort. Dat levert geen cultuur op waarin schoolresultaten tellen of waarin het aantrekkelijk is om voor de klas te staan. Misschien toch maar eens naar docenten luisteren voordat men – bijvoorbeeld bij de formatie – nieuwe onderwijshervormingen afspreekt. 


Dr. Chris Aalberts - Noordhollands Dagblad / 23-04-2021
(Blogger, publicist, docent en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam)

  

16. Blog van: Ton van Haperen (NRC) 

Kritische en betrokken leraar wordt kaltgestellt 

Het onderwijs is in verval en dat is de schuld van schoolbesturen, schrijft Ton van Haperen. Kritische berichten van de werkvloer moeten juist ter harte genomen worden. 

Paula van Manen is lerares. Of beter, dat was ze. Ze is namelijk ontslagen. Omdat ze een boekje schreef over een mislukte onderwijsvernieuwing op haar school. Voor het College van Bestuur was dat een reden haar te ontslaan op grond van een „verstoorde arbeidsrelatie”. Van Manen vocht dat besluit aan en verloor, ook in hoger beroep.
 
Het heeft geen pas de uitspraak van de rechter ter discussie te stellen, zeker niet als het oordeel ook nog eens door een hoger rechtsorgaan wordt bevestigd. Rechters zijn professionals, zij weten hoe ze de wet horen te interpreteren, maar dat betekent dan wel dat er iets mis is met de bestaande wet- en regelgeving. Een politieke kwestie die aandacht verdient van parlement en minister. Onderwijs is namelijk van ons allemaal. En vanaf het moment dat leraren niet meer vanuit hun ervaring mogen schrijven over hun werk, brengt dit schade toe aan het beroep en het leren van kinderen op school.

Structureel kwaliteitsprobleem
Vijftig jaar terug was dit vonnis ondenkbaar. Het beheer van het onderwijs was toen in handen van de overheid. De leraren werden beloond conform de ambtenarenschalen. In de jaren negentig gaf de overheid het beheer over aan besturen. Vanaf dat moment noemen die besturen zichzelf werkgever, gedragen zich als een bedrijf en maken beleid. Kritiek op dat beleid is dan bevuilen van het eigen nest, dat ondermijnt het bedrijf, de verstoorde arbeidsrelatie komt in beeld en de rechter zet die instrumenteel om in ontslag.
Dit zou geen probleem zijn als het onderwijs van deze wijze van organiseren beter wordt, maar dat is helaas niet zo. Onderzoeken tonen keer op keer aan dat kinderen steeds minder leren op school. Het Nederlands onderwijs heeft een structureel kwaliteitsprobleem. Werkgevers zijn de probleemeigenaar en dus verantwoordelijk. Betrokken leraren die vanaf de werkvloer schrijven over wat er misgaat, zijn dan een kans op broodnodige verbetering. Doe er je voordeel mee, is het devies.
De berichten van de werkvloer dienen daarnaast een ander belang. Ze helpen leraren bij hun ontwikkeling in het beroep. Leraar is een ervaringsvak. Je wordt beter door doen en daarover nadenken vanuit een referentiekader dat is gevuld met wat we van het werk weten. Wetenschappelijk onderzoek verzamelt wat bekend is. Maar deze onderzoeken beslaan deelterreinen – effectieve instructie, motivatie, omgaan met verschil –, de leraar doet alles tegelijk. Precies dat maakt het werk complex. En dus heb je schrijvers nodig die de kloof tussen onderzoek en lespraktijk vullen met ervaringskennis. Excellente voorbeelden hiervan zijn de Ierse Amerikaan Frank McCourt en de Fransman Daniel Pennac. Beide oud-leraar en gerenommeerd schrijver. Hun boeken zitten vol met kritiek op vernieuwing en leiding. Tegelijkertijd heeft menig leraar ongelofelijk veel van deze ervaringsdeskundigen geleerd. Niemand haalde het in zijn hoofd ze te ontslaan.

Beroepsverbod
Echt, ik weet hoe het werkt. Na mijn laatste boek Het bezwaar van de leraar ging ik op zoek naar een andere betrekking. Ik heb ruime ervaring als leraar, met prima examenresultaten, werk daarnaast op een universiteit, heb lesmethodes gemaakt, vakdidactische boeken geschreven, werk met hoogleraren aan het vernieuwen en verbeteren van het curriculum en schrijf boeken en columns over de spanningen tussen beleid en werkvloer. Op geen enkele school werd ik voor een gesprek uitgenodigd. Schoolleiders hebben liever iemand met een kort cv. Paula van Manen overkomt hetzelfde. Iedereen kent haar, zij komt nooit meer aan het werk, zij heeft een beroepsverbod. 
Politiek en bestuur tetteren ondertussen opgewonden over het kwalitatief en kwantitatief lerarentekort en de dalende leerresultaten. Ieder van hen die nu zwijgt, is medeschuldig aan het verval van het Nederlands onderwijs. Verval veroorzaakt door slecht bestuur. Verval door schuld. 

Ton van Haperen - NRC / 23-4-2021
(Publicist, leraar en lerarenopleider aan de universiteit Leiden)


15. Blog van: Mr. Bastiaan Meijer (Advocatenkantoor Qisolute)

Vrijstelling, schorsing of non-actiefstelling: vaak onrechtmatig en reden tot forse vergoeding 

Ernstig verwijtbare non-actiefstelling, hoge schadevergoeding voor werknemer 

Werkgevers forceren regelmatig een ontslag door een werknemer te schorsen en het vertrek binnen en buiten de organisatie breed bekend te maken. Onder die zware mentale druk durven veel werknemers tegenmaatregelen niet aan en accepteren zij (te) snel een beëindigingsvoorstel. 

 

Deze tactiek gaat niet altijd op. Dat blijkt onder meer uit de recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (ECLI:RBAMS:2021:1193) van 9 maart 2021. Een opmerkelijk hoge vergoeding omdat werknemer pas kort in dienst was en niet buitensporig veel verdiende. 


Wat was er gebeurd 

Werknemer had het management benaderd ‘dat zij zich niet veilig voelde’ (je vraagt je als lezer af waarom maar dat vermeldt de Rechtbank niet!) en liever geen beoordelingsgesprek wilde voeren met haar directe leidinggevende. Kort daarna werd zij door een hogere leidinggevende en HR op non-actief gesteld. Intern werd direct bekend gemaakt dat werknemer niet langer werkzaam zou zijn voor werkgever en direct werd “vrijgesteld” om een nieuwe baan te vinden. 


Oordeel kantonrechter 

De kantonrechter oordeelt dat een non-actiefstelling zonder noodzaak en zonder waarschuwing een buitenproportioneel zwaar middel is waarvoor onvoldoende grond bestond en dat bovendien de reputatie van werknemer onnodig beschadigde. Vooral doordat werkgever het vertrek direct intern bekend maakte. Zo werd terugkeer onmogelijk en er was ook geen hoor en wederhoor toegepast. In plaats van toepassen van “het op één na meest vergaande middel” van schorsing had werkgever moeten werken aan herstel van de verhoudingen. 

 

De kantonrechter veroordeelt werkgever de inkomensschade van werknemer over één heel jaar te vergoeden. Een bedrag van € 33.000,–. Bovendien moet werkgever een rectificatie plaatsen op internet om de reputatie van werknemer te herstellen. 


Geen alleenstaande uitspraak 

Een docente van ROC (...) had een kritisch boek geschreven over de nieuwe onderwijsmethode. Dit boek had veel onrust teweeggebracht bij haar collega’s en leidinggevenden omdat de personen gemakkelijk herleidbaar waren. Hoewel het Gerechtshof Arnhem Leeuwaarden op 19 april 2021 (ECLI:NL:GHARL:2021:3667) het ontslag in stand laat moet werkgever een billijke vergoeding van € 40.000,– betalen. Dit omdat werkgever in plaats van “intensieve gesprekken” direct had gekozen voor een schorsing. De schorsing heeft de reputatie van werknemer schade toegebracht. 


Qisolute adviseert: 

Werknemers tegen een vrijstelling, schorsing of non-actiefstelling actie te ondernemen, het is vaak onrechtmatig en reden voor een forse vergoeding! 


Het advies aan werkgevers is om voorzichtig te zijn met deze ingreep die zowel de betrokken werknemer en de collega’s erg raakt. Om een impasse te doorbreken kan het nuttig zijn, maar bij de rechter valt het meestal slecht! 

 
Mr. Bastiaan Meijer - Qisolute-advocaten.nl / 21-4-2021

(Advocaat bij advocatenkantoor Qisolute en vrijwilliger bij Stichting Beter Buren) 



14. Blog van: Evert Jan Groeskamp (EJG's wereld: website over reizen en culturen, globalisering en politiek)

Onderwijsvernieuwing

In het boek 'Wanneer krijgen we weer les?' schrijft Paula van Manen over de onderwijsvernieuwing op haar ROC: gepersonaliseerd onderwijs. Het is voor mensen in allerlei nonprofit-organisaties een bekende gang van zaken. Het klakkeloos overnemen van een (veelal buitenlands) concept, het management dat de vernieuwing doordrukt zonder inbreng van het personeel, een slecht voorbereide implementatie zonder invoeringsplan, medewerkers die alles gelaten accepteren en alleen in de wandelgangen klagen. Het resultaat: chaos en onzekerheid, dalende schoolprestaties en studenten die vragen wanneer ze weer les krijgen.

Op het bewuste ROC werd klassikaal lesgeven afgeschaft en vervangen door zelfsturend leren. Studenten kregen tientallen leerdoelen (die allemaal weer uitgesplitst waren in subdoelen) en die ze allemaal moesten halen om examens te kunnen aanvragen. Docenten werden leercoaches die dat proces moesten begeleiden. Voor zelfstandige en gemotiveerde studenten misschien een methode, maar velen hadden behoefte aan veel meer structuur. Teveel vrijheid leidde tot nietsdoen, klooien op het leerplein en forse achterstanden bij de studie. Paula van Manen beschrijft het uitgebreid en met veel humor.

Het Nederlandse onderwijs is de afgelopen decennia, en met name in de laatste tien (Rutte)jaren, enorm achteruit gegaan en op de internationale PISA-ranglijst gekelderd. Voor een deel heeft dat te maken met slecht overheidsbeleid. Maar dit boek maakt duidelijk dat het voor een niet onbelangrijk deel ook komt door verkeerde keuzes van de onderwijsinstellingen zelf. Voortdurende, slecht doordachte en slecht voorbereide vernieuwing leidt tot achteruitgang in plaats van vooruitgang. Terug naar klassikaal onderwijs waarbij de deskundigheid van de docent weer benut wordt lijkt de beste remedie.

Dit boek kreeg nog een staartje: Paula van Manen werd door het ROC ontslagen omdat ze dit boek had geschreven! Terwijl ze naam noch plaats van de school genoemd had en alle docenten en studenten gefingeerde namen had gegeven. De les is duidelijk: kritiek op de onderwijsvernieuwing mag niet geleverd worden. Ook dat is een bekend fenomeen in andere nonprofit-sectoren.

Evert Jan Groeskamp - Ejgroeskamp.nl / 7-3-2021
(Oud-bibliothecaris, reiziger, auteur van (reis)boeken, publicist en spreker)


13. Annotatie van: Prof. dr. mr. Evert Verhulp (vakblad JAR: Jurisprudentie Arbeidsrecht)

NOOT bij beschikking Rechtbank Gelderland d.d. 8-9-2020 (ECLI:NL:RBGEL:2020:4638) 

Als de vrijheid van meningsuiting in het geding is, leidt de beschikking tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst vaak tot aandacht van de politiek en de pers. Zo ook deze zaak. Er zijn kamervragen over gesteld waarop de minister heeft geantwoord dat de vrijheid van meningsuiting een groot goed is en dat het uiteindelijk aan de rechter is om te oordelen of het bestuur van het ROC (…) deze vrijheid al dan niet in acht heeft genomen (antwoord 26 juni 2020, 2020Z11715). In de publiciteit lag de sympathie van de journalisten duidelijk bij de docente die de vernieuwing van het onderwijs aan de kaak stelt. Vooral Martin Sommer toont zich in De Volkskrant van 30 oktober 2020 ontstemd over deze beschikking: ‘Je zou denken dat Paula van Manen zegenrijk werk heeft gedaan met haar geestig-kritische boek. Maar in deze zachtetruienwereld waren er collega’s die zich “gekwetst” voelden. De schoolleiding stelde haar op non-actief omdat ze haar ervaringen niet binnenshuis besprak maar publiek heeft gemaakt. Uit de processtukken stijgt het beeld op van een doortastende vrouw, iemand die zich niet eenvoudig van haar stuk laat brengen. De rechter gaf de school gelijk – niet vanwege het verwijtbare handelen van Van Manen, wel omdat de partijen samen niet verder kunnen. Dit mede in verband met de “toonzetting” van de door Van Manen gevoerde correspondentie.’ 


Zoals in bijna al dit soort zaken speelt het spanningsveld dat bestaat tussen enerzijds een organisatie die belang heeft bij een zekere beslotenheid waarbinnen nieuwe ideeën, verdienmodellen of bedrijfsculturen zich kunnen ontwikkelen en anderzijds het maatschappelijke belang kennis te kunnen nemen van die ontwikkelingen. Eerder overwoog de Hoge Raad (HR 26 oktober 2012, «JAR» 2012/213 (Theodoor Gilissen Bank/ Quirijns) dat ‘De in art. 7:611 BW neergelegde verplichting van een werknemer om zich als een goed werknemer te gedragen (mee) brengt dat hij, (...) in beginsel tegenover zijn werkgever is gehouden tot discretie en loyaliteit. Dit geldt ook indien de werknemer van mening is dat binnen de organisatie sprake is van een misstand die in het algemeen belang dient te worden bestreden.’ Voor de toepasselijke regels is het van belang vast te stellen of Van Manen een klokkenluider is. Hoewel ze in de pers wel zo wordt bestempeld is ze dat in mijn visie niet, nu er geen sprake is van een misstand als bedoeld onder art. 1 onder d ten tweede Wet Huis voor Klokkenluiders. Ook onder de (naar aanleiding van de implementatie van de Klokkenluidersrichtlijn, Richtlijn (EU) 2019/1937) voorgestelde gewijzigde definitie van een misstand (zie https://internetconsultatie.nl/ klokkenluiders), is in dit geval geen sprake van een misstand. Het gaat om de uitvoering van een onderwijsbeleid waarover de onderwijsinstelling in ieder geval intern openheid betracht en de instelling handelt met de uitvoering van dat beleid niet onbehoorlijk. Daarmee komt werkneemster niet de bescherming van art. 7:658c BW toe. Dat laat onverlet dat haar boek wel een belangrijk maatschappelijk thema aanroert en dat een debat daarover bijdraagt aan de democratische inrichting van de samenleving. 


De arbeidsrechtelijke toelaatbaarheid van uitingen als deze, waarbij een werknemer zich uit over maatschappelijke onderwerpen waarbij de werkgever er belang bij heeft dat die niet of prudent worden gedaan, vergt een afweging van belangen waarbij duidelijke regels niet voorhanden zijn. Volgens de heersende leer komt de werknemer geen direct beroep op art. 7 Grond[1]wet toe. Wel wordt aangenomen dat dat grondrecht het goed werkgeverschap inkleurt. Mogelijke directe werking van art. 10 EVRM (voor art. 8 EVRM heeft de Hoge Raad die aangenomen, zie HR 14 september 2007, «JAR» 2007/250 (Hyatt) leidt niet tot een andere weging van belangen, zoals blijkt uit de beslissing van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 17 februari 2015, «JAR» 2015/91. Bij de belangenafweging speelt het onderwerp van de uiting een rol. Betreft het onderwerp een belangrijk maatschappelijk thema dat bijdraagt aan de instandhouding van de democratische rechtsorde dan zal de uiting eerder toelaatbaar zijn (zie bijv. rb. Amsterdam 14 april 2017, «JAR» 2017/121) dan wanneer het gaat om rancuneuze uitingen over een leidinggevende (ktr. Arnhem 19 maart 2020, «JAR» 2012/97 (Blokker) of om specifieke bedrijfsinformatie (rb. Rotterdam 8 juni 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN0796). Daarbij speelt ook de aard van de werkgever een rol, rb. Amsterdam 20 februari 2020, «JAR» 2020/58 (Greenpeace). Wat de weging van deze elementen betreft slaat de weegschaal wat mij betreft in het voordeel van de werkneemster uit: het onderwerp van haar uiting heeft maatschappelijke relevantie. Sommige overwegingen die bij de beoordeling van klokkenluiden een rol spelen, spelen ook hier. Zo wordt de intentie van de melder van belang geacht: als de reden van de melding is gelegen in rancune wordt de uiting soms anders beoordeeld dan wanneer het de werkneemster is te doen om het entameren van een maatschappelijke discussie (zie hiervoor EHRM 21 juli 2011, «EHRC» 2011/140 (Heinisch/ Duitsland)). Ook dit element weegt in het voordeel van werkneemster. 


Bij de belangenafweging in deze zaak weegt de rechter zwaar dat de werkneemster informatie die – in ieder geval voor ingewijden makkelijk – herleidbaar is tot collega’s en leidinggevenden heeft prijsgegeven, hetgeen de rechter als verwijtbaar handelen, want in strijd met haar verplichting tot loyaliteit en discretie, kwalificeert. De rechter meent evenwel dit verwijtbaar handelen onvoldoende is om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan omdat geen sprake is van verwijtbaar handelen. Nu voor ontbinding op de in art. 7:669 lid 3 onder e BW genoemde grond geen ernstige verwijtbaarheid vereist is, lijkt me deze overweging niet scherp geformuleerd. De rechter bedoelt kennelijk dat de mate van verwijtbaarheid onvoldoende is om tot ontbinding over te gaan. De rechter overweegt vervolgens dat het niet ernstig verwijtbaar handelen wel tot een verstoring van de arbeidsrelatie heeft geleid die aanleiding geeft de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Door dit samenstel van overwegingen maakt de rechter de werkneemster verantwoordelijk voor de verstoring van de verhoudingen. Zonder kennis genomen te hebben van de inhoud van de uitingen van werkneemster is het lastig dit element goed te wegen, maar wat mij betreft geldt daarbij als uitgangspunt dat juist door de (directe of indirecte) werking van grondrechten ‘tolerantie een zeer gewichtige pijler is welke juist ten aanzien van uitingen welke men – op zich wellicht terecht –verwerpelijk acht, zijn waarde moet bewijzen’ (CRvB 26 mei 1987, TAR 1987/166). Die tolerantie, hoe vervelend ook, mag ook van collega’s en leidinggevenden worden verwacht. 

 

Prof. dr. mr. Evert Verhulp - vakblad JAR: Jurisprudentie Arbeidsrecht / 16-01-2021 
(Hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, directeur van ArbeidsmarktResearch UvA bv. en diverse nevenfuncties w.o. redactielid van JAR) 



12. Column van: Martin Sommer (de Volkskrant)

Kijk maar uit met openlijke kritiek op de vernieuwing bij u op school

Paula van Manen is per 1 oktober ontslagen, met instemming van de rechter. Ze werkte als lerares op het ROC (…). Als je de waslijst aan klachten tot je neemt die de school aan de rechter voorlegde, dan deugt er weinig aan haar. Ze heeft een karakterprobleem, ze is niet discreet en niet loyaal, ze is arrogant, ze misbruikte haar positie in de OR, ze bezorgde haar collega-leraren gevoelens van onveiligheid en onbehagen.
Ik schrijf deze litanie uitgebreid op, omdat de rechter desondanks vaststelde dat Van Manen onvoldoende verwijtbaar gedrag kon worden aangerekend om te worden ontslagen. Toch moest ze weg. De arbeidsverhouding is zo verstoord dat er kennelijk geen redden meer aan was. Nu zit ze thuis, te wachten op het hoger beroep.
Paula van Manen (1968) werkte tien jaar als docent aan het ROC (…). Drie jaar geleden werd het onderwijs daar halsoverkop radicaal ondersteboven gegooid, en het zogenoemde gepersonaliseerde leren ingevoerd. Dat is een variant van het nieuwe leren, zoals er zoveel varianten zijn, van ‘ontdekkend leren’ tot ‘21ste-eeuwse vaardigheden’.
 
Voor de krant versloeg ik twaalf jaar terug de parlementaire enquête van Jeroen Dijsselbloem over de treurnis van allerlei onderwijsvernieuwingen. Een prominente rol was er voor het nieuwe leren, waarvan Dijsselbloem in zijn eindverslag weinig heel liet: niet gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek, geen bewezen opbrengst of aantoonbaar betere leerprestaties. Het nieuwe leren was een modieus voortbrengsel waarin de ene didacticus de andere napraatte.
Dijsselbloem of niet, de onderwijskaravaan trok verder, en zo was het gepersonaliseerde leren aan het ROC (…) een feest van herkenning. Naast haar lerarenbaan schrijft Paula van Manen kinderboeken. Ditmaal had ze zich toegelegd op een kroniek van het vernieuwingsavontuur, zonder de naam van het ROC of die van haar collega’s te noemen. Het boek staat vol hilarische en treurige taferelen.
Studenten hebben geen klassikaal onderwijs meer. Er zijn ‘leerpleinen’ waar ze het helemaal zelf mogen rooien. Er zijn geen leraren maar coaches die zich afwachtend opstellen, aangezien het onderwijs niet aanbod- maar vraaggestuurd moet zijn. Geen roosters, geen vakken, geen toetsen, geen cijfers, geen huiswerk. Geen regels maar ‘gedragsverwachtingen’.
Manager ‘Betty’, profeet en uitlegger van de nieuwe methode, vertrekt twee maanden na de start, op weg naar nieuwe uitdagingen. De leraren blijven ontredderd achter, zonder idee hoe of wat, met hun nieuwe ochtendritueel dat is afgekeken van de Japanse auto-industrie.
‘Hoe sta je erbij?’
‘Wil iemand nog een succesje delen?’
‘Dan gaan we nu naar de doelen.’
Wie positief is, krijgt een smiley. Eind van de middag voltrekt zich hetzelfde. Dat kost bij elkaar dagelijks een half uur en brengt Van Manen tot de vraag of ze hiervoor is opgeleid.
Studenten weten evenmin wat hun overkomt. ‘Wanneer krijgen we weer les?’, is de terugkerende vraag die de titel van het boek oplevert. Let wel, dit is een school voor mbo, met jongeren die vaak wel een stevige hand kunnen gebruiken. Veel allochtone studenten, die thuis niet altijd worden gestimuleerd. Deze adolescenten moeten zelf hun doelen formuleren en hun portfolio samenstellen. Bij Dijsselbloem, of bij de inspectie, had de ROC-directie kunnen teruglezen wat dit zoal oplevert.
 
Je zou denken dat Paula van Manen zegenrijk werk heeft gedaan met haar geestig-kritische boek. Maar in deze zachtetruienwereld waren er collega’s die zich ‘gekwetst’ voelden. De schoolleiding stelde haar op non-actief omdat ze haar ervaringen niet binnenshuis besprak maar publiek heeft gemaakt. Uit de processtukken stijgt het beeld op van een doortastende vrouw, iemand die zich niet eenvoudig van haar stuk laat brengen. De rechter gaf de school gelijk – niet vanwege het verwijtbare handelen van Van Manen, wel omdat de partijen samen niet verder kunnen. Dit mede in verband met de ‘toonzetting’ van de door Van Manen gevoerde correspondentie.
Paula van Manen had van tevoren aangekondigd dat ze een boek ging schrijven. Ze heeft namen en rugnummers gefingeerd. Haar gaat het om de vrijheid van meningsuiting. Ze wil geen klokkenluider zijn, aldus haar advocaat. Desondanks heeft haar positie daar intussen alles van weg. In theorie vindt iedereen klokkenluiders fantastisch, zeker als zoiets moois als de vrijheid van meningsuiting in het geding is. Maar dan komt de praktijk, staan er reputaties en inkomsten op het spel, en heeft de klokkenluider bij nader inzien een onmogelijk karakter. Van Manen kon vertrekken, met de habbekrats die transitievergoeding heet. 
Ik weet niet wat erger is, een even taai als bizar onderwijsexperiment in een land waar 20 procent van de 15-jarigen niet fatsoenlijk kan lezen en schrijven; of het volautomatische gemak waarmee een rechter de kant van een machtige instelling kiest, tegenover de eenling die zich uitspreekt over een zaak die overduidelijk van publiek belang is.
 
P.S. De Tweede Kamer heeft naar aanleiding van deze affaire een motie aangenomen waarin staat dat docenten ‘ook buiten de muren van de school moeten kunnen meedoen aan het debat over de inhoud van hun beroep, zonder dat hun baan daarmee in gevaar komt’. Op naar de beroepsrechter.
 
Martin Sommer - Volkskrant.nl / 30-10-2020 (papieren krant: 31-10-2020) 
(Columnist, journalist en politiek commentator van de Volkskrant)


11. Bijdrage van: Harm Beertema (PVV)


(NB Inbreng van Harm Beertema (PVV)  tijdens de algemene beraadslaging in de Tweede Kamer over de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2021. In dit kader wordt alleen het deel over het lerarentekort weergegeven. De volledige tekst is te vinden op de website van de PVV)

Onderwijsbegroting

 (...)

Voorzitter, de tweede onderwijsramp die zich onder de kabinetten Rutte voltrok, is het lerarentekort. Het beroep van leraar is onaantrekkelijk geworden. Was de leraar ooit een zelfbewuste pedagoog die autonoom vormgaf aan het onderwijstraject van de leerlingen, nu is hij een uitvoerder van onverantwoorde onderwijsmodellen die hem worden opgedrongen door managers die zelf nauwelijks voor de klas hebben gestaan en zich laten leiden door de ene na de andere onderwijshype. Iets uitleggen aan een klas, instructie geven, opdrachten geven en toetsen zijn in veel vormen van onderwijs verboden. Ze zijn vervangen door leerlingen in grote zalen, waar ze eenzaam achter een pc hun zogenaamde gepersonaliseerde traject moeten doorwerken.
Op ROC (...) hebben we gezien waar dat toe leidt: één leraar die geacht wordt orde te houden in een zaal waar de leerlingen achter hun pc van alles doen, behalve met hun opdrachten bezig zijn. ‘Wanneer krijgen we weer les?’ is de wanhopige vraag die ze stellen. Maar lesgeven mag juist niet meer van de broodprofeten van het Nieuwe Leren. Een lerares die daar een kritisch boek over schreef, werd zelfs ontslagen. Ontslagen in een tijd van een gierend lerarentekort.
Logisch dus dat mensen geen trek meer hebben in een baan als leraar. Als je als leraar gedegradeerd wordt tot instructeur, tot oppasser, dan ga je wat anders doen met je leven, zeker als je bij het eerste het beste kritische geluid wordt ontslagen.
Wil de minister hierop ingaan, en specifiek op dit (...) voorbeeld van slecht werkgeverschap dat alle pogingen frustreert om het lerarentekort te bestrijden. 

(...)

Harm Beertema - pvv.nl / 13-10-2021 

(Is 34 jaar leraar Nederland geweest, was bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland (BON) en statenlid (Zuid-Holland), sinds 2010 lid van de Tweede Kamer namens de Partij voor de Vrijheid) 

 

10. Blog van: Dr. Jan Drentje (Didactiefonline.nl –  website van het onafhankelijk
onderwijsvakblad) 

Loyaal aan het onderwijs

Over de vrijheid van meningsuiting van leraren - Het ontslag van docente Paula van Manen – u weet wel, de schrijfster van  het boek Wanneer krijgen we weer les? – over onderwijsvernieuwingen aan het ROC in (...) – zet rector Jan Drentje aan het denken. Tot goed werkgeverschap in het onderwijs behoort óók het waarborgen van de vrijheid van medewerkers om aan het publieke debat deel te nemen. En die vrijheid is nu geschonden.

In De staat van het onderwijs 2019 wees de onderwijsinspectie erop dat van nogal wat vernieuwingen onbekend is of ze wel aan betere onderwijsresultaten bijdragen: ‘Niet altijd is duidelijk waarom een school of opleiding kiest voor een bepaalde vorm van maatwerk, flexibilisering of proflering. Leidt het tot meer gemotiveerde of beter presterende leerlingen?’

Goede vraag. Leeropbrengsten voor lezen, schrijven en rekenen vertonen helaas al  jaren een dalende trend. Vernieuwingen moeten echt verbeteringen zijn. Anders is het zonde van de tijd en moeite. Bovendien: onderwijsvernieuwingen verhogen de werkdruk, vragen veel van leraren, doen vaak een beroep op hun idealisme - in een sector die toch al gekenmerkt wordt door een hoog percentage burn-outs.

Voor onderwijsconcepten als bijvoorbeeld ‘ontdekkend leren’ en ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ ontbreekt het aan een deugdelijke wetenschappelijke onderbouwing. Niet dat er voor leerlingen niets te ontdekken valt, maar nog steeds is klassikale instructie een van de meest effectieve onderwijsvormen. In landen waarin het concept ontdekkend leren de basis van het curriculum wordt, dalen doorgaans de onderwijsresultaten. Er is niets tegen het aanleren van vaardigheden, maar zonder een stevig kennisintensieve context komt dit neer op droogzwemmen. Onvriendelijker gezegd: het is een vorm van experimenteren met kinderen, waarbij het maar de vraag is of ze in hun latere leven met deze lessen kunnen blijven drijven.

Over het concept gepersonaliseerd leren schreef De Onderwijsraad een kritisch rapport. Onduidelijk is wat hieronder moet worden verstaan. Als iedere leerling een eigen onderwijsprogramma volgt, kan het effect zijn dat de samenhang in het onderwijscurriculum verdwijnt. Met grote gevolgen voor de samenleving. Ook kunnen vormen van ‘ieder wijs’ kansenongelijkheid vergroten, omdat juist leerlingen in achterstandssituaties gebaat zijn bij structuur en uitleg. Zeker als die leerlingen niet terug kunnen vallen op hulp thuis.

Kortom: genoeg redenen om kritisch te staan tegenover de invoering van vernieuwingen - zeker als die onderwijskundig, didactisch en leerpsychologisch onvoldoende onderbouwd zijn.

Uitrollen van onderwijsvernieuwingen
'Bezint eer gij begint’, dus: bereid vernieuwingen goed voor, verdiep je in de literatuur, zorg voor een invoeringstraject dat met de leraren wordt voorbereid. Helaas is dat maar al te vaak niet het geval en wordt het onderwijs een experimenteertuin. Zoals het geval was bij de opleiding pedagogiek van het ROC (...).
 
Een vergaande vorm van zelfsturend, gepersonaliseerd leren werd daar op een achternamiddag tijdens een teamvergadering ingevoerd. Vervolgens was het een achtbaan voor studenten en leraren – met een mager onderwijsresultaat.
 
Dit proces is in reportagevorm beschreven door Paula van Manen, die tot haar recente ontslag voor 0.6 fte verbonden was aan die opleiding. In haar boek Wanneer krijgen we weer les? De opmerkelijke praktijk van gepersonaliseerd leren krijgt de lezer een inkijkje in hoe het er aan toe kan gaan in onderwijsland. Een bevlogen teamleider die de onderwijsvernieuwing pardoes invoert en vervolgens tussentijds van baan verandert. Het team achterlatend met de gebakken peren. Studenten die opgehokt zitten op leerpleinen waar ze elkaars haar doen en hun nagels vijlen. En moeite hebben om hun weekdoelen te bedenken en te evalueren. Vrijwel geen les meer, maar wel veel zelfreflectie. Over wat? Maar bar weinig studenten halen op tijd de eindstreep.
 
Ik vat het boek van Paula van Manen op een veel onvriendelijker manier samen dan de teneur van haar positief-kritische tekst. Zij toont zich namelijk steeds een loyaal medewerker, probeert er het beste van te maken. Voelt zich verantwoordelijk voor haar studenten en haar collega’s. Maar vraagt zich terecht af: is deze onderwijsvernieuwing wel in het belang van deze studenten met wie geëxperimenteerd wordt?
 
Het private versus het publiek belang
Als het ROC de schrijfster na het verschijnen van haar boek niet geschorst had – met onmiddellijke ingang, ze mocht haar spullen niet uit de leraarskamer halen – dan had ik niet geweten dat dit verhaal over de opleiding pedagogiek in (...) ging. De tekst is volledig geanonimiseerd. Buitenstaanders kunnen niet weten om wie het gaat. Daarmee is het boek vooral een verhalend statement over dit type trial and error onderwijsvernieuwingen, gebaseerd op gebrekkige aannames. Dergelijke publicaties zijn van publiek belang: ze houden ons bij de les.

Maar: dat was niet de mening van het ROC. De schrijfster zou zich niet gehouden hebben aan de gedragsregels voor een goed werknemer: de noties van de vereiste discretie en loyaliteit zouden zijn geschonden. Natuurlijk: de tekst is uit het schoolleven gegrepen, ze maakt veelvuldig gebruik van gesprekken tijdens vergaderingen, maar zonder naam of toenaam te noemen. Het doel is niet personen of een instelling te beschadigen, maar een veelvoorkomende manier van onderwijsvernieuwing aan de kaak te stellen. Het is daarmee een belangrijk tijdsdocument.

Natuurlijk mag een onderwijsinstelling van een werknemer vragen discreet te zijn. Je hangt de vuile was niet zomaar buiten. Je vecht je conflict met de leiding niet in de krant uit. Je brengt niemand persoonlijk in diskrediet. Je realiseert je dat jouw kritiek de organisatie kan schaden. Maar: je bent als professional tegelijkertijd mede verantwoordelijk voor het onderwijs als zodanig. Onderwijs is weliswaar ondergebracht bij privaatrechtelijke stichtingen, maar is tevens van groot publiek belang. En juist dat publieke belang vraagt om vrije meningsvorming – die grondwettelijk is vastgelegd. Kritiek op onderwijsvernieuwingen gaat dan boven het private belang van de stichting uit. Al ben je wel eraan gehouden niet direct op de man/vrouw/jouw organisatie te spelen. Dus: je kiest een vorm die past bij dit publieke belang.

De uitspraak van de rechter
Inmiddels is Paula van Manen ontslagen. De rechter heeft het arbeidscontract op verzoek van het ROC ontbonden. Voor ontbinding is een redelijke grond nodig. Het ROC voerde een aantal gronden aan: disfunctioneren, verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsrelatie. Van disfunctioneren was volgens de rechter geen sprake, wel van verwijtbaar handelen omdat niet voldaan was aan de vereiste discretie en loyaliteit. Maar, ontslag werd verleend vanwege de verstoorde arbeidsrelatie.

In de uitspraak maakt de rechter weinig tot geen woorden vuil aan de spanning tussen het publieke belang van het boek en het private belang van de instelling. Er vindt nauwelijks een afweging plaats tussen de vrijheid van meningsuiting en het belang van de organisatie. De rechter gaat eraan voorbij dat vrijheid van meningsuiting geen beginsel is, maar een grondrecht. De reportage wordt niet geplaatst in de context van de onderwijsvernieuwingen waarover een nationaal debat plaatsvindt. De klacht van het ROC dat betrokkenen zich in de reportage kunnen herkennen en zich hierdoor geschaad/onveilig voelen, wordt kritiekloos overgenomen. Dat de tekst geanonimiseerd is, telt volgens de rechter niet. Ook niet dat een flink aantal collega’s zich solidair met de schrijfster heeft betoond.

Het oordeel is dat de schrijfster verwijtbaar jegens het ROC en een deel van de medewerkers heeft gehandeld. Maar toch vindt de rechter dit voorshands niet voldoende als ontslaggrond. Blijkbaar acht de rechter het handelen van Paula niet verwijtbaar genoeg. Voorshands dus, maar mogelijk zou dit in hoger beroep opnieuw kunnen worden gewogen. Het heeft er alle schijn van dat de rechter zich niet aan de complexe afweging tussen publiek en privaat belang heeft willen wagen.

Ontslag wordt domweg verleend op grond van het fenomeen van de verstoorde arbeidsrelatie. Opnieuw overigens zonder een uitgebreide motivering. De rechter verwijst hoofdzakelijk naar de manier waarop Paula van Manen zich verweert op haar website.

Op deze website staat normaal informatie over de kinderboeken van haar hand. Nadat Paula werd geschorst heeft ze hier een verweer geplaatst waarin ze haar recht van vrije meningsuiting opeist. Dat doet ze ook hier in keurige bewoordingen. Maar: ze stelt wel expliciet de handelwijze van het ROC aan de kaak. De toonzetting maakt volgens de rechter dat er geen begaanbare weg terug is. Dit is the easy way out: de werkgever schorst de werknemer, verklaart deze als persona non grata, de werknemer verweert zich scherp en verstoort daarmee de arbeidsverhouding. Exit Paula van Manen.

Gedragsregels voor goed werknemer- en werkgeverschap
De cao voor het MBO bepaalt in artikel 10.4 dat een werknemer een geheimhoudingsplicht heeft. Het arbeidsrecht bepaalt dat een werknemer zich als ‘goed werknemer’ moet gedragen. De wet vraagt echter ook van de werkgever goed gedrag. Wat behoort in deze context tot de gedragsregels voor goed werkgeverschap? Onderwijsbestuurders moeten zich realiseren dat de professionals niet alleen loyaal zijn aan de organisatie, maar ook aan het onderwijs als publiek goed. Dat hoort immers bij hun professionaliteit. In die publieke zin moeten zij van hun vrijheid van meningsuiting gebruik kunnen maken. Tot goed werkgeverschap in het onderwijs behoort dan ook het waarborgen van de vrijheid van medewerkers om aan het publieke debat deel te nemen – rekening houdend met een aantal spelregels zoals discretie en loyaliteit.
 
Gelet op de uitspraak van deze rechter en de verstrekkende gevolgen hiervan voor de werknemer, zou het goed zijn om een dergelijke waarborgplicht op te nemen in de codes voor goed werkgeverschap in het onderwijs. Dat dwingt bovendien de rechter om een expliciete afweging te maken tussen het publieke en het private belang. En: je mag van werkgevers in het publieke domein verwachten dat ze tegen een stootje kunnen. Vrijheid van meningsuiting leidt nu eenmaal niet tot het soort pr-teksten dat de dienst voorlichting en communicatie doorgaans produceert.
 
Voorshands kunnen kritische docenten echter maar beter geen al te gepersonaliseerde teksten schrijven over kwestieuze onderwijsvernieuwingen. Stel de zaak en het publieke belang centraal en zeg als er gedoe van komt tegen de werkgever geen onvertogen woord. Want de arbeidsverhouding is maar zo verstoord, zeker als de rechter een inhoudelijke weging van het grondrecht van vrije meningsuiting en het private belang van de instelling uit de weg gaat. Hoog tijd om de spelregels voor werkgevers en werknemers te verduidelijken, op een manier die het publieke debat over het onderwijs bevordert – waaraan Paula van Manen uiterst loyaal was/is.

Met dank aan het commentaar van mr. Yara Goessens, specialist arbeidsrecht bij Stellicher Advocaten Arnhem.
 
Dr. Jan Drentje - Didactiefonline.nl / 8-10-2020
(Blogger, publicist, rector, leraar en onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen)


9. Column van: Ton van Haperen (het Onderwijsblad / AOb)

Donkerder wordt het niet

Het is 11 september, ik rijd op de snelweg en mijn gedachten kleuren inktzwart. De Triggers naar deze stemming zijn twee mediaberichten: het ontslag van een collega die een boekje schreef en de benoeming van een pedagogen- slash onderwijskundigen-commissie die de leerinhoud van Curriculum.nu gaat legitimeren.
Paula van Manen is mbo-docent en schreef een boekje over gepersonaliseerd leren en het logisch falen op school daarvan. Leren is namelijk altijd gepersonaliseerd, maar gepersonaliseerd onderwijzen, met de huidige leerling-leraarratio, is fysiek onmogelijk en eindigt in chaos, altijd. Maar haar werkgever houdt niet van kritiek en dus moet die mevrouw eruit.
Nu mag in in dit land boekjes schrijven, de inhoud is bovendien uiterst braaf en dus hangt de kantonrechter het prijskaartje van de verstoorde arbeidsverhouding aan het ontslag, waarna de typische verlies-verliessituatie in werking treedt. Een feodale bestuurder mag met gemeenschapsgeld het Johnny Cash zinnetje 'I shot a woman in (...), just to watch her die' materialiseren, waarna een bevoegde leraar met een beroepsverbod thuiszit. Deze rechterlijke uitspraak geeft mij een onveilig gevoel. 
De procedure rond Curriculum.nu versterkt dat gevoel. Ik was bij de hoorzittingen in de Tweede Kamer met brede kritiek op de warrige en inconsistente beschrijving van wat kinderen gaan leren op school. Conclusie? Curriculum.nu behoeft een stevige inhoudelijke correctie van een commissie van wetenschappers. Maar in die commissie zit niemand met verstand van didactiek en inhoud, laat staan vakinhoud. Commissielid Gert Biesta is bijvoorbeeld pedagoog, opvoeding is grondwettelijk aan de school en of breuken nu wel of niet op de basisschool onderwezen moeten worden, daarvan heeft Biesta geen verstand. Deze commissie gaat inhoudelijk niks veranderen, de trein heeft het station verlaten, klassiek voorbeeld van verzonken kosten falen, type Betuwelijn, tjoek, tjoek. Maar in combinatie met een andere, schimmige, bevoegdhedencommissie betekent dit wel het einde van de middelbare school zoals we die kennen. Vakonderwijs, verzorgd door leraren die dat vak ook gestudeerd hebben, verdwijnt. De onderwijzer is het nieuwe rolmodel, de pabo-isering van het algemeen vormend onderwijs een feit.
Woedend gooi ik mijn auto op de linker weghelft, geef groot licht, toeter. Ik zit in een nihilistische reis naar het einde van de nacht. Het ontslag van Van Manen en de Curriculum.nu-bullshit leren me dat ik de overgang naar het ochtendgloren niet meer ga meemaken. Ik bivakeer in het donkerte. Tot het echt donker wordt.

Ton van Haperen - Onderwijsblad / oktober-nummer 2020
(Publicist, leraar en lerarenopleider aan de universiteit Leiden) 



8. Blog van: Dr. Chris Aalberts (ThePostOnline.nl –  Nieuws- en opiniewebsite) 

Het waardeloze ROC (...) toont aan: kritische docenten verdienen bescherming

Ontslagen ROC-docent Paula van Manen verdient een baan en een standbeeld

Er is een ei gelegd. Zo begint het boek 'Wanneer krijgen we weer les?' van Paula van Manen. We bevinden ons denkbeeldig in een onderwijsruimte van ROC (…), waar ‘een inspiratieavond’ wordt gehouden. Achteraf, schrijft Van Manen, kan deze avond gezien worden als de start van een rigoureuze verandering van de pedagogische opleiding. Op het moment zelf is dat nog niet duidelijk, maar dat verandert al snel. Je hoort steeds vaker over gepersonaliseerd onderwijs, maar nu ‘kwam het ineens wel heel dichtbij’, schrijft Van Manen op sarcastische toon.
 
‘Wanneer krijgen we weer les?’ beschrijft de verbouwing van de opleiding waar Van Manen werkt. Teamleider Betty – niet haar echte naam – gaat aan de slag met een nieuwe visie en probeert draagvlak te creëren voor de onderwijskundige verandering. Die laat zich nogal makkelijk samenvatten: het klassikaal onderwijs wordt afgeschaft en studenten gaan op leerpleinen aan hun zelfgekozen leerdoelen werken met behulp van coaches. Zo leert iedereen op zijn eigen manier in zijn eigen tempo met zijn eigen opdrachten aan zijn eigen doelen. Aan de coaches – de voormalige docenten – de taak dat proces in goede banen te leiden.
 
Iedereen met enige ervaring in het onderwijs en een klein beetje kritisch vermogen weet: dit kan niet goed gaan. Ook Betty snapt dat: ze wacht de resultaten van het door haar gelegde ei niet af en is binnen de kortste keren vertrokken. Ondertussen stromen de leerpleinen vol met studenten die chips eten en YouTube-video’s bekijken en vooral niet aan hun doelen werken. De coaches hebben er al snel geen zicht meer op, het verloop onder het personeel neemt toe, studenten klagen dat ze niets leren, onvoorstelbaar veel leerlingen halen de eindstreep niet of niet op tijd en het management trekt zich in een ivoren toren terug.
 
Na dit boek is de belangrijkste vraag of ROC (…) überhaupt voldoet aan de meest minimale kwaliteitseisen. We lezen dat studenten doelen moeten halen voordat ze een examen kunnen aanvragen. Van Manen hanteert dat basale principe zelf wel, maar collega’s doen dat lang niet altijd. Daarmee valt de bodem onder het onderwijs weg: als de onderwijsdoelen niet behaald hoeven te worden, waarvoor heb je dan nog een opleiding? Nog zoiets: het is niet duidelijk hoe de doelen worden getoetst. Eigenlijk weet niemand dus nog of de opleiding überhaupt enig resultaat heeft opgeleverd en wat het diploma precies waard is.
 
Zoals de docenten nooit inspraak hadden in de invoering van dit onderwijssysteem, is er ook geen overleg hoe het nu loopt, terwijl de resultaten bar en boos zijn. Niet zo gek dus dat Van Manen er maar een boek over schrijft, want intern krijgen docenten geen gehoor. Van Manen doet dat netjes: in dit boek staat niet dat het over ROC (…) gaat, maar dat kwam natuurlijk al snel uit. Collega’s worden met pseudoniemen opgevoerd maar blijken zich toch in het verhaal te herkennen. Dat is natuurlijk nogal alarmerend: kennelijk is dit verhaal zeer waarheidsgetrouw.
 
Iedereen die zich afvraagt hoeveel zelfreflecterend vermogen ROC (…)  heeft, raadt het al: Van Manen zit thuis en zal worden ontslagen. Procedureel maakt ROC (…) daarbij nog fouten ook. Van Manen toont volgens ROC (…) ‘geen begrip voor wat haar opstelling met haar collega’s en een organisatie doet’. Laat die zin even bezinken. Van Manen krijgt naar eigen zeggen positieve reacties van collega’s. Ook uit het boek blijkt dat haar mening niet uniek is. Het gaat dus vooral om wat het boek ‘met een organisatie doet’. Lees: met het management van ROC (…), waar men een werkelijk desastreuze onderwijsvernieuwing doorvoerde.
 
Nu we in een tijd leven waarin allerlei standbeelden ter discussie worden gesteld en wellicht van hun sokkel worden getrokken, stel ik voor dat Paula van Manen er eentje krijgt. Bij voorkeur voor de hoofdingang van ROC (…), zodat collegevoorzitter (…) er elke dag met veel buikpijn langs moet lopen.
PVV-Kamerlid Harm Beertema heeft inmiddels Kamervragen gesteld. Volgens Beertema is de vrijheid van meningsuiting in het geding. Nou inderdaad, want als docenten binnen instellingen als ROC (…)  geen stem hebben en ook niet met kritiek naar buiten mogen treden, is het onderwijs overgeleverd aan incompetente managers die het onderwijs danig weten te verkloten. Volgens Beertema is er sprake van een klimaat van angst en intimidatie op de werkvloer. De minister moet volgens hem met de school in gesprek en de zaak moet worden onderzocht.
 
Zou het helpen? Bij de aankomende verkiezingen gaan heel veel partijen weer roepen dat het onderwijs beter moet, maar de werkelijkheid is dat de politiek bij de invoering van dit soort ‘innovaties’ – die zeer bepalend zijn voor de onderwijskwaliteit – niet aan zet is. De keuze voor ‘gepersonaliseerd onderwijs’ is gemaakt bij ROC (…) zelf en daar kwam geen politicus aan te pas. Zolang kiezers via de stembus geen invloed hebben op de ellende die onderwijsbestuurders hun studenten aandoen, is het minste wat we kunnen doen kritische docenten als Paula van Manen in bescherming nemen.
Omdat de kans groot is dat Van Manen de strijd om haar baan desondanks verliest, wordt het in ieder geval tijd voor dat standbeeld. Het adres: (…) in (…).
 
Dr. Chris Aalberts - ThePostOnline.nl / 27-06-2020
(Blogger, publicist, docent en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam)


 7. Opiniestuk van: Dr. Paul Gellings (website: paulgellings.nl)

Onderwijsvernieling

Hoe desastreus onderwijsvernieuwing toch elke keer weer uitpakt. De leerling is het spoor bijster in een labyrint vol gebakken lucht, de docent mag rekenen op karaktermoord of ontslag als hij of zij zich kritisch uitlaat.

Zo is docente Paula van Manen ontslagen bij de onderwijsinstelling waar ze lesgaf omdat ze in een boekje haar kritiek speels gestalte heeft gegeven. De rechter heeft haar werkgever in het gelijk gesteld, er kwam een sterfhuisconstructie (een situatie waarin de zwakste van twee partijen het veld ruimt), en het wachten is op het hoger beroep van Van Manen. Hopelijk houdt ze het vol.
De zaak-Van Manen laat ook zien hoe weinig er geleerd wordt van fouten uit het verleden. Zelf heb ik als leraar voortgezet onderwijs in de jaren negentig te maken gehad met de Tweede Fase of het Studiehuis (sic). Het inmiddels bekende verhaal van de leerkracht als coach en de leerling die zelfstandig moest werken met planners of studiewijzers. Vooral voor literatuuronderricht de nekslag. Het aantal titels werd teruggebracht tot het minimum en er kwam een onmogelijk controlesysteem van leesdossiers. Verder moesten de leerlingen zelf hun liefde voor de letteren ontdekken, streng verboden klassikaal boeken te behandelen.

Het was een bezuinigingsmaatregel, maar er werd een onderwijskundig sausje over gegoten. Zelfstandigheid bij de leerling zou leiden tot een betere aansluiting op een universitaire studie. (Alsof je op de universiteit aan je lot wordt overgelaten.)

Er viel in die jaren niet te praten. Wie scepsis liet blijken, was ‘negatief’ in de ogen van zijn directie en de collega’s die er zich bijna dogmatisch aan verbonden. Je kon zelfs verklikt worden als je klassikaal lesgaf. Daarnaast kon je rekenen op een modderstroom aan verdachtmakingen, dossiervorming genaamd. Bijna was mij destijds hetzelfde als Paula van Manen overkomen als een bedrijfsarts niet sneller en slimmer was geweest dan de schoolleiding en een konkelende collega.
In die zin heeft Paula van Manen een kans, want kwade trouw is dom en log. Ik wens haar een succesvol hoger beroep toe.

Dr. Paul Gellings - paulgellings.nl / najaar 2020
(Schrijver, dichter, vertaler, oud-docent Frans en oud-onderzoeker aan de RU Groningen)


6. Opiniestuk van: Drs. Ben Verkroost (BON: Beter Onderwijs Nederland)

Vrije meningsuiting

In een interview met Huub Philippens en mij (Vakwerk, mei 2016) zei D66 Kamerlid Paul van Meenen over het belang van burgerschapskunde in het onderwijs, dat het besef, dat wij in een democratie leven en dat democratie niet gratis is, in zijn jeugd sterker leefde dan tegenwoordig. “Middelbare scholieren van nu lijken te denken dat democratie net zo vanzelfsprekend is als de zon, die iedere dag  opkomt”. Dit democratische bewustzijn  en het besef van de kwetsbaarheid ervan lijken me  prima uitgangspunten, waarvan eigenlijk het hele onderwijs doordrongen zou moeten zijn.
Vorig jaar opende een leerling van een Schiedamse middelbare school een Instagram-account  tegen wat hij noemde “linkse indoctrinatie”.  Op allerlei manieren zouden in de lesstof politieke opvattingen aanwezig zijn, die als feiten verkocht worden. Kritiek daarop was volgens hem niet gewenst. Daarmee stelde hij eigenlijk impliciet de vraag aan de orde naar wat die vrijheid van meningsuiting inhoudt. Een kant en klaar liggende set van “linkse” opvattingen en overtuigingen of  de mogelijkheid daar anders over te denken dan gangbare en als correct gezien interpretaties.
Als ik het woord Forum voor Democratie of PVV laat vallen weet iedereen meteen waarover ik het heb. Veel mensen vinden dat met hen het fascisme onze samenleving weer komt
binnenmarcheren. Anderen vinden dat de kritiek op politieke kartels, op het denken over racisme en het onbespreekbaar maken van het vluchtelingenbeleid op zijn minst serieus moet worden genomen.
Vrijheid van meningsuiting betekent, dat verschillende opvattingen naast elkaar kunnen bestaan ook al zijn ze nog zo verschillend, desnoods fout in de ogen van de spraakmakende goegemeente. Eén van de misverstanden hierover is een veel voorkomende interpretatie van het onderscheid, dat de filosoof Berlin maakte tussen negatieve en positieve vrijheid. Het tekort aan positieve vrijheid, bij voorbeeld de scheve inkomensverdeling wordt gebruikt als een aantoonbaar tekort van de negatieve vrijheid, die dit probleem immers niet oplost. Met andere woorden: Erst kommt das Fressen, dan kommt die Moral”.  De negatieve vrijheid zit in die visie  de positieve in de weg. Het  bestrijden van sociaal en ander onrecht wordt niet als een aanvulling op de democratische vrijheidsrechten  gezien.
Een heel merkwaardige interpretatie geeft de politicoloog Oscar Donck in de Volkskrant van afgelopen maandag. Hij zegt, dat vrijheid iets anders is dan de gemakzuchtige, zalige positie van kunnen doen en laten waar je zin in hebt. ”Ik vind, dus ik mag”. Daarom zou volgens hem vrijheid om een constante herijking vragen en om genuanceerde discussies in plaats van alleen roeptoeteren. Volgens mij draait hij hier de zaak waar het om gaat precies om. Vrijheid van meningsuiting is nu juist het recht om te roeptoeteren en het willen herijken van dit recht is een gevaarlijke opening naar censuur en onvrijheid. Vrijheid van meningsuiting leeft van het verkondigen van onzin, humbug, onbewezen kletspraat en noem maar op. En veelal gaat het in discussies eerder om prestige dan om de waarheid. Het is niet anders. Natuurlijk zou je willen dat alle mensen wijs waren. Zoals de dichter Camphuysen in het bekende epigram zegt: Ach, waren alle mensen wijs en wilden daarbij wel, de aerd waer haar een  een Paradijs! Nu isse ze meest een hel. Dat bereik je niet door ze de mond te snoeren. Uiteraard is er de democratisch vastgestelde wet, die de vrijheid in bepaalde gevallen beperkt. Die wet houdt niet de beoordeling van de juistheid van een mening in maar is een kwestie van publieke moraal.  Je kunt mondkapjes dragen een onaanvaardbare inperking van je persoonlijke vrijheid vinden maar de meerderheid vindt de volksgezondheid in dit geval toch net iets belangrijker, dus heb je je er maar aan te houden. Sander Schimmelpenninck gaat in dezelfde krant nog een stapje verder. Hij vindt dat mensen alleen het recht op een mening hebben als ze die kunnen onderbouwen, het liefst met enige ter zake doende expertise. Het argument, dat meningen “onderbouwd” dienen te zijn  wordt in discussies nogal eens gebruikt hoewel het als bewijs voor een gelijk hebben totaal niet opgaat. Want wie bepaalt dat? Natuurlijk valt er met mensen, die niet open staan voor de feiten niet te discussiëren, maar het is toevallig  wel zo, dat mensen  heel verschillend tegen de feiten aan kunnen kijken en dat wat door de een als een heel sterke onderbouwing wordt gezien voor de ander maar een wrak fundament is.
In ieder geval heeft Paula van Manen met haar onderbouwde kritiek op het gepersonaliseerde onderwijs haar baan niet terug. Een geheel belangenvrije discussie zoals de filosoof Habermas voorstond bestaat waarschijnlijk alleen maar in theorie. We zullen het moeten doen met een zekere bereidheid naar elkaar te luisteren en een democratische instelling. Heel voorzichtig dient naar mijn mening omgegaan te worden met het in stelling brengen van het “fascistische gevaar”, hoe mooi de bezorgdheid daarvoor ook is. Schimmelpenninck schrijft: “Het idee dat een leugenachtige of lasterlijke onvolledigheid waarheid wordt, omdat een bepaalde hoeveelheid mensen, die verspreidt, was ooit de hoeksteen van het fascisme’. Wat wil hij hiermee nu eigenlijk zeggen?  Het fascisme kende volgens mij wel meerdere hoekstenen, zoals het falen van de politieke elites om met democratische oplossingen te komen. En je kunt ook zeggen, dat het fascisme een aanleiding zocht om onwelgevallige meningen te vervolgen en te smoren.  De uitleg in het onderdeel Burgerschapskunde, dat  democratische waarden niet vanzelfsprekend zijn, waaraan Paul van Meenen terecht zo’n groot belang  hecht, betekent ongetwijfeld niet, dat hij vindt dat alleen D66-opvattingen verkondigd mogen worden.

Drs. Ben Verkroost - Beteronderwijsnederland.nl / 19-09-2020
(Blogger, socioloog en oud-docent sociologie en arbeidsverhoudingen aan een hogeschool)


5. Blog van: Drs. Ben Verkroost (BON: Beter Onderwijs Nederland) 

Een kritisch boek 

“Wanneer krijgen we weer les” heet het boek, geschreven door Paula van Manen. Dit keer geen lerarenroman met een aan de drank zijnde gefrustreerde hoofdfiguur, maar een kritisch en soms humoristisch verslag van twee jaar ploeteren met een plotseling ingevoerd nieuw onderwijsconcept. Van semester tot semester laat de schrijver de lezer meelopen in de tredmolen van onderwijsvernieuwing in de vorm van personalistisch leren en de poging van haar en haar collega’s om daar iets van te maken. En dat valt niet mee. Behalve dat het concept twijfelachtig is, moet men ook werken met onvoldoende middelen en plotselinge onnavolgbare beleidswijzigingen. Het verhaal is kritisch en soms ronduit sceptisch, maar nergens  negatief of vilein. De schrijver zoekt het waar mogelijk  eerder in  relativering en een milde humor. Zoals in een komische beschrijving van gedoe rond de hapjes op een zo geheten inspirerend avondje met het werkveld. Die stijl en benadering zorgen er  juist  voor dat de boodschap des te helderder binnen komt. De spanning van het verhaal zit hem niet in een abstract kritisch betoog over het nieuwe leren, dat weten we nu wel, maar in weergave van de vertwijfelde poging van leerkrachten, leidinggevenden en ook leerlingen om hier nog iets van te maken. De kritische toon slaat nergens om in negativisme of het afzeiken van mensen in welke positie dan ook. Dat maakt het allemaal heel voorstelbaar,  leerzaam en prettig leesbaar en de lezer mag zijn of haar conclusie trekken. Hier kun je wat mee, zou je zeggen.

De gevolgen voor de schrijver zijn dan ook buiten proportie. De schoolleiding zou juist blij moeten zijn met dit verhaal, maar dat blijkt helaas ook in dit geval een heel naïeve gedachte. Het zijn weer de lange bestuurderstenen, die beschadigd worden en het gevolg is de voorspelbare  formeel juridische reactie, deze beroepsgroep eigen. Onnodige reactie want hier heb je nu juist een heel competent kritisch verhaal uit de barre praktijk. En nog eens goed geschreven ook. Doe er je voordeel mee!

Drs. Ben Verkroost - Beteronderwijsnederland.nl / 15-06-2020
(Blogger, socioloog en oud-docent sociologie en arbeidsverhoudingen aan een hogeschool)


4. Opiniestuk van: Jaap Plaisier (de Volkskrant)

‘Gepersonaliseerd leren’ is de zoveelste belachelijke onderwijshervorming

Telkens weer menen lieden dat het in het onderwijs allemaal radicaal anders moet. Uiteraard zijn dat zelden docenten die fulltime voor de klas staan. Dat blijkt ook weer bij het ROC in (…), betoogt Jaap Plaisier.
 
Wat maakt een goede leraar? De meeste leraren weten het best. Een goede leraar vertelt aanstekelijke verhaaltjes, laat mooie plaatjes en filmpjes zien, zet aan tot denken, geeft duidelijke instructies, herhaalt belangrijke zaken, oefent belangrijke vragen en examens, heeft als het meezit humor, kan goed met kinderen omgaan et cetera. Het toeval wil dat een zestal Nederlandse en Belgische onderzoekers vorig jaar een boek uitbracht waarin wetenschappelijke studies naar effectiviteit in didactiek werden bekeken: Wijze lessen: 12 bouwstenen voor effectieve didactiek (Tim Surma).

Op basis van onderzoek uit de cognitieve psychologie en leereffectiviteitsstudies kwamen ze tot hun twaalf bouwstenen, ‘evidence-based’, waarmee capabele docenten zich gesterkt mogen voelen:
1. Relevante voorkennis wordt geactiveerd;
2. Bij uitleg worden voorbeelden gebruikt;
3. Zowel woord als beeld wordt ingezet;
4. Leerstof wordt in actieve werkvormen verwerkt;
5. Er is een duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie;
6. Er wordt ondersteund bij moeilijke opdrachten;
7. Oefeningen met leerstof worden in de tijd gespreid;
8. Er is afwisseling van oefentypes;
9. Er wordt feedback gegeven die tot denken aanzet;
10. Er wordt achterhaald of de hele klas het begrepen heeft;
11. Leerlingen wordt effectief leren aangeleerd;
12. Er wordt getoetst.

Een beginnende docent moet het allemaal nog onder de knie krijgen, een oudere docent zal wellicht te vaak uit het raam staren en mijmeren over zijn ondergewaardeerde leven. Maar dat deze bouwstenen de basis zijn voor effectief onderwijs, dat kan elke docent bevestigen. Dat klaslokalen, lessen en docenten daarbij onmisbaar zijn, dat spreekt voor zich. Toch zijn er telkens weer lieden die menen dat het allemaal radicaal anders moet. Uiteraard zijn dat zelden docenten die fulltime voor de klas staan, maar omhooggevallen managers of bureaucraten, of anders zweverige types die geen orde kunnen houden.
 
Gehakt
De commissie Dijsselbloem maakte in 2008 gehakt van de vele onderwijsvernieuwingen uit de vorige eeuw die zonder enige wetenschappelijke onderbouwing waren ingevoerd, met desastreuze gevolgen. Bastiaan Bommeljé somde ze laatst in de Volkskrant nog eens op: ‘Middenschool (mislukking), basisvorming (echec), studiehuis (fiasco), Tweede Fase (catastrofe), competentiegericht leren (cataclysme) en de liquidatie van de mavo voor het vmbo-debacle.’ Ongetwijfeld kunnen we er binnenkort aan toevoegen het leren in ‘leerstijlen’, het ‘differentiëren’, en de mythe dat een leerling ‘eigenaar’ moet zijn van zijn eigen leerproces. Modieus geklets dat men helaas overal aan moet horen, ook bij de Inspectie van het Onderwijs en op vele scholen, want het stikt nu eenmaal van de warhoofden in deze wereld.
Ondergetekende maakte op een school mee dat een ‘Commissie Didactiek’ een bekend filmpje van Ken Robinson (‘Do schools kill creativity?’ – meest bekeken TED Talk ooit) aan het docentenkorps liet zien en meldde dat het roer radicaal om moest. ‘De tijden veranderen, leerlingen veranderen, de maatschappij verandert’, zo werd ons verteld, en ‘Wij moeten ook veranderen, dat moet gewoon! We moeten minder gericht zijn op het hoofd, meer op hart en handen!’
Het ‘hoofd, hart en handen’-concept dat men wilde opleggen, was afkomstig van een van de vele onderwijsgoeroes uit de 19de eeuw. Het geklets van Ken Robinson is door wetenschappers inmiddels onderuitgehaald, want het tegendeel van zijn these is waar.
 
Naar de knoppen
Nu blijkt er dus een roc in ons land te zijn dat graag een generatie studenten naar de knoppen helpt. Namelijk het opleidingscentrum in (…). Ze hebben daar bedacht dat leerlingen voortaan ‘gepersonaliseerd’ moeten leren. Lessen werden afgeschaft, zo lazen we in deze krant, studenten leren zelfstandig aan leerdoelen, docenten zijn ‘leercoach’ geworden. In De Gelderlander lezen we: ‘In het schooljaar 2017-2018 werden voor vierhonderd studenten, onder meer in opleiding tot onderwijsassistent en pedagogisch medewerker voor de kinderopvang, voor het eerst klassikale lessen grotendeels ingeruild voor zelfstandig leren en flexibel werken.’ De docent die er een kritisch boek over schreef, Paula van Manen, is op non-actief gesteld.
Moge dit allemaal min of meer kloppen, dan is dat gezien de geschiedenis der onderwijshervormingen, en het belachelijke concept van ‘gepersonaliseerd leren’, uiteraard schandelijk. Zonder twijfel kan gesteld worden dat niet de docent maar de schoolleiding van het ROC te (…) op non-actief gesteld dient te worden. Een mooie taak voor het college van bestuur en de raad van toezicht aldaar. Als die een knip voor de neus waard zijn, doen ze dat nog deze week.
 
Jaap Plasier – Volkskrant.nl / 28-1-2020
(Columnist, publicist, docent aardrijkskunde en geograaf)


3. Blog van: Dr. Pedro De Bruyckere (Onderzoekonderwijs.net - website van Blogcollectief
Onderzoek Onderwijs) 

"Wanneer krijgen we weer les?"

Vorige week ontstond deining over een kritisch onderwijsboek dat tot schorsing van de auteur Paula van Manen leidde. Het boek beschrijft de invoering van gepersonaliseerd onderwijs in een opleiding binnen het ROC waar de auteur werkt en is een echte sleutelroman. Het kost iemand niet veel moeite om Agora te herkennen als de 'Limburgse school met mooie kunstwerken' of Kunskapsskolan als het Zweede Pippi-model. De reden van de schorsing zou zijn dat zo makkelijk als je deze modellen kan herkennen, zo makkelijk de collega's ook zichzelf in het boek zouden terugvinden.
 
Want als de reden zou zijn dat de schrijfster te kritisch is, dan is dit mijns inziens onterecht. Ik vreesde vooraf een klaagroman te zullen lezen van een conservatieve leraar – het bestaat -, maar las in de plaats daarvan vooral een herkenbaar relaas over de invoer van een onderwijsaanpak met vallen en opstaan. Top-down beslissingen met een bottom up sausje, de vele goodwill bij docenten terwijl leerlingen en ouders meer moeite lijken te hebben met veranderingen waar ze niet voor gekozen hebben, en het vele, vele werk dat verandering kost. Oh, en de liefde voor de leerlingen, de enorme liefde en verantwoordelijkheid bij de docenten.
 
Gaandeweg wordt de kritiek in het boek groter. Niet omdat de auteur en haar collega’s er niet in geloofden, maar omdat plannen onverwacht veranderen, verantwoordelijken verdwijnen, de werkdruk loodzwaar wordt en… omdat ze zien hoe leerlingen ook maar mensen in ontwikkeling blijken die niet allemaal zo vlot met verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces leren omgaan. De twijfel wordt nog groter omdat men merkt dat de diepgang meer en meer verdwijnt en een steeds grotere groep leervertraging oploopt in ruil voor, tja, in ruil voor wat?
 
Het is geen wetenschappelijk boek, er zijn geen noten, geen afstand. Dat laatste is tegelijk de meerwaarde, het is een persoonlijk relaas van een onderwijsvernieuwing. Tegelijk is het een mooie waarschuwing voor mogelijke (denk)fouten die soms ook uit wetenschappelijke literatuur naar boven komen. Al raad ik het boek ook aan wetenschappers aan die mooie ideeën hebben.

De meest pijnlijke passage uit het boek voor mij is als de schrijfster vertwijfeld bedenkt dat zij en haar collega’s betaald worden om telkens twee keer per dag zelf en twee keer per dag met hun leerlingen over de gevoelens bij alles te praten bij een bordmoment met smileys, terwijl na een tijdje niemand echt nog weet waarom.

Het is misschien mijn persoonlijke dada aan het worden, maar mij valt in het boek op hoe er gemorst wordt met leertijd vanuit een naïef idee dat kinderen spontaan, intrinsiek gemotiveerd zullen beginnen leren als ze maar keuzes krijgen. De praktijk is dat in onderwijscurricula er soms dingen gewoon moeten waar leerlingen weinig in zien en dat dan de enige keuze wordt wanneer je iets doet. En dat kan tot uitstelgedrag leiden. Zeker als de verlokkingen van zaken die niks met leren te maken hebben op je laptop of die eeuwige telefoon, behoorlijk groot zijn en het vlees vaak te zwak blijkt.

Wie een schandaalboek verwacht, zal teleurgesteld zijn. Voor wie over onderwijs en onderwijsvernieuwing denkt, is het daarentegen wel degelijk een aanrader. En nee, het boek gaat echt niet over jou of jou… Echt niet…

Dr. Pedro De Bruyckere - Onderzoekonderwijs.net / 23-01-2020
(Blogger, publicist, docent en onderzoeker aan de Universiteit Leiden)


2. Bijdrage van: Harm Beertema (PVV)


(NB Inbreng van Harm Beertema (PVV)  tijdens een overleg over 'Veiligheid op school' van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetnschap met de onderwijsministers Van Engelshoven en Slob. In dit kader wordt alleen het deel over . De volledige tekst is te vinden in Kamerstuk 29240-118.
 

Veiligheid op school 

(...)


Voorzitter, het laatste punt. De Minister zegt op pagina 4 dat brief nr. 108, zoals die heet, terecht is herdrukt. Een docent werkt niet alleen aan de sociale veiligheid van leerlingen, ook de leraar zelf dient bescherming tegen geweld en intimidatie van leerlingen en ouders. U moet weten dat heel veel leraren wakker liggen van intimidatie door hun leidinggevende, door hun bestuurders zelfs. Vorige week is een docent, verbonden aan ROC (...), geschorst omdat zij het gewaagd had om in een fictief verhaal kritisch te zijn op de geïntroduceerde lesmethode die daar in 2017 geïntroduceerd is. Gepersonaliseerd onderwijs, heet het daar. Het lijkt een variant te zijn, of het is een variant op het competentiegestuurd onderwijs, een onderwijsconcept dat al tien jaar geleden is gedebunkt als totaal ineffectief, een methode die alleen maar goed uitkomt voor de scholen omdat ze 70 leerlingen in een lokaal zonder muren kunnen zetten, allemaal achter hun pc’tje met een gepersonaliseerd leertrajectje. Ik heb het vijftien jaar geleden meegemaakt. Ik werd van leraar gedegradeerd tot coach en ik moest daar rondlopen om de leerlingen te bewegen zelf ontdekkend te leren, in plaats van porno te kijken, achterlijke spelletjes te spelen en elkaar dwars te zitten. Dat was de vorm van onderwijs waarover we het hier hebben. Op de een of andere manier is er toch weer een nieuwe generatie onderwijszieners opgekomen in de roc’s die het heel anders gaat doen, heel nieuw. En ja hoor, ze vinden het competentiegestuurd onderwijs uit. Terecht heeft deze lerares hiertegen bezwaar gemaakt, op een hele fatsoenlijke manier: in een boekje waarin alles anoniem is en fictief is opgeschreven. Toch hebben deze bestuurders, de arrogantie ten top, besloten om deze mevrouw aan de dijk te zetten. Dit soort leraren moet je koesteren. Als je dit soort grote, meeslepende onderwijsvernieuwingen wilt beginnen, zorg dan alsjeblieft dat je je eigen kritiek organiseert, in plaats van iedereen die zijn mond opendoet, eruit te pleuren – want daar komt het gewoon op neer – met de opmerking «u heeft onze spelregels overtreden». Ik zit me daar heel boos over te maken, voorzitter. Hier moet iets aan gebeuren. 

De voorzitter: Dat was precies de reden dat ik u tot nu toe niet onderbroken heb. Wilt u nu wel tot een afronding komen? 

De heer Beertema (PVV): Ik ga afronden met een vraag. Dit is onze verantwoordelijkheid. De Minister gaat natuurlijk antwoorden «we gaan er niet over», want er is een scheiding tussen scholen en het ministerie. Wat mij betreft is die veel te scherp. Hier zou u toch in moeten treden, niet eens direct met een aanwijzing. Maar ga in gesprek als volwassen mensen onder elkaar en vraag deze mensen om op hun schreden terug te keren en die dappere lerares gewoon weer aan te nemen. Overigens, u volgt mijn tweets natuurlijk. Dat doet u elke dag. 

De voorzitter: U ontbeert ondertussen de spreektijd om nog iets toe te voegen, meneer Beertema. 

De heer Beertema (PVV): In een van mijn tweets heb ik verwezen naar reacties van leerlingen in de Gelderlander. Die getuigen ervan dat deze lerares gewoon gelijk heeft, en het oordeel van die leerlingen vind ik nog veel belangrijker. Dank u wel, voorzitter. 


(...)


Harm Beertema - Kamerstuk 29240-118 / 22-1-2020 

(Is 34 jaar leraar Nederland geweest, was bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland (BON) en statenlid (Zuid-Holland), sinds 2010 lid van de Tweede Kamer namens de Partij voor de Vrijheid) 


 

1. Blog van: Dr. Pedro De Bruyckere (X, Y of Einstein? De blog van Pedro De Bruyckere over onderwijs, jongeren, cultuur en media) 

Het Streisand effect in het onderwijs

Toen Barbara Streisand wilde voorkomen dat een foto van haar huis gepubliceerd werd, had dit tot gevolg dat veel media schreven over deze zaak en daarbij... de gewraakte foto van haar huis publiceerden.

Volgens Wikipedia leverde dat het streisandeffect op: "Het streisandeffect is het verschijnsel dat pogingen van een persoon of instantie om informatie te verbergen of te verwijderen juist de aandacht op die informatie vestigen."

Gisteren heeft een school in Nederland dit effect aan den lijve ondervonden. Vorig jaar schreef een van de docenten een sleutelroman over de invoering van gepersonaliseerd onderwijs binnen haar instelling. Die docente werd nu daarom geschorst. Dit leverde een artikel in de Gelderlander op en tweets... veel tweets. 

De eerste die ik zelf zag was direct van Dirk Van Damme: "Heel erg wanneer pedagogische doctrines -in dit geval dan nog wetenschappelijk achterhaalde- dienen om docenten te de-professionaliseren en te verbieden kritisch na te denken."

Het werd ondertussen een echte sneeuwbal die komende week zal culmineren in parlementaire vragen. Tweet van Paula van Meenen: "Aangemeld voor vragenuur as dinsdag. Docent ROC (...) geschorst na kritisch boek over lesmethode."

Los van de zaak, die in feite zeker deels rond privacy zou draaien, zit de school nu in een storm die ze echt niet wil waarbij andere media het verhaal overnemen.

Dr. Pedro De Bruyckere - pedrodebruyckere.blog / 18-01-2020
(Blogger, publicist, docent en onderzoeker aan de Universiteit Leiden) 



Terug naar de startpagina: HOME